Wereldfietser Frank van Rijn

Eén mensenleven is niet genoeg om alles op deze aardbol te zien. Daar streeft Frank van Rijn (71) ook niet naar.
Frank van Rijn

Dit artikel verscheen in Noorderland 2019-5.

Nooit reisde hij noordelijker dan Ameland, want Frank van Rijn heeft een barre hekel aan kou. Maar hij verkende z’n grenzen wel. Na weergaloze expedities in liefst 124 landen staat de teller van zijn fiets op ruim 600.000 kilometer. Dus is er pauze, in het Drentse Doldersum. Niet voor lang, want nieuwe avonturen gloren altijd aan de horizon.

Hij klom naar de top van de Kilimanjaro, trapte zijn fiets over de Peloponnesos, ploeterde in verzengende hitte door de verlaten woestijn van Death Valley, bereikte de Poort van de Maan op de Boliviaanse hoogvlakte en moest de muggen van zijn lijf slaan in het Amazonegebied. Wat zijn ogen zagen is soms onbeschrijflijk en toch wordt elk dagboek bij terugkomst weer vertaald tot populair leesvoer. De boekenlijst is intussen respectabel: Pelgrims en pepers. De rode kangoeroe. Revanche in de Andes. Door Sahara en Sahel. Even naar de evenaar. En ga zo maar door. Nummer 16 is in de maak en dat werk heeft geen haast. ‘Een boek óver de reis schrijven kost me veel meer tijd dan de reis zelf.’

Een fulltime wereldfietser

Eén mensenleven is niet genoeg om alles op deze aardbol te zien. Daar streeft Frank van Rijn (71) ook niet naar. Hij hoeft niet zo nodig targets te halen, must see-lijstjes af te vinken of trofeeën te scoren. De fulltime wereldfietser zou niet anders willen leven dan zo. In dit ritme van reizen – vertrek vanuit Drenthe, in veel gevallen ook per vliegtuig uit de startblokken -, voor even thuiskomen en dan weer gaan. ‘Je moet er tegen kunnen,’ weet-ie. Soms zeggen mensen hem, met iets van verlangen in hun stem: ‘Goh, dat zou ik óók wel willen.’ En ja, zo’n leven vol avontuur lijkt wel heel aanlokkelijk. Maar Frank weet beter. ‘Onder stof en zweet zitten, drie weken lang niet kunnen douchen, beschimmeld brood eten, geen tv kunnen kijken, op de harde grond in je tentje slapen, water uit de put drinken, geen vriendenkring in de buurt hebben. Nee hoor, die mensen willen dat leven niet écht.’

Van docent tot globetrotter

Het vuur van zijn reislust werd al in 1971 aangewakkerd. Die eerste fietsvakantie in Europa smaakte meteen naar meer. Toen was het einde zoek. Als pas afgestudeerd elektrotechnicus aan de TU in Delft ging Frank van Rijn er een jaartje tussenuit. Op twee wielen ja, hoe anders? ‘Ik wilde eerst een stukje fietsen, voor ik me aan een maatschappelijke carrière zou wijden.’ Dat was het idee. Toen Frank terugkeerde probeerde hij het ook; een gewoon, gereguleerd leven leiden. Hij stond een jaar voor de klas toen het weer was gaan kriebelen. ‘Ik dacht nou vooruit, nog één keer, nog één tocht en dan ga ik serieus aan de slag.’ Kansloos. De wereld was veel te mooi! Er waren teveel ongebaande paden om te verkennen. Dat innerlijk besef betekende het definitieve einde van een carrière als elektrotechnicus en docent binnen vier muren, maar het begin van een rijk en illuster leven als ontdekkingsreiziger.

Toerisme veranderde veel

Toen Frank van Rijn eind jaren 70 begon met wereldreizen, zag de aardbol er anders uit. Azië, Afrika, Amerika; waar hij ook z’n fietsje stalde, hij was een vreemde eend in de bijt en het was behelpen met schamele communicatiemiddelen. ‘Geen internet, alleen kunnen bellen vanuit een grote stad en dan uren moeten wachten op een telefoonverbinding. Betaalde je rustig 30 gulden voor een gesprek van 3 minuten.’

Die wereld is in sneltreinvaart veranderd. ‘De romantiek van het reizen verdween, omdat je thuis alles al online kunt vinden. Tenzij je in gebieden komt waar nog geen toerisme is. In de rimboe, daar kun je het gewone leven nog wel vinden.’ Frank heeft het wel ervaren, ‘een staartje van het échte Afrika’, de zand- en wasbordwegen in dorpen waar kinderen van vijf jaar nog nooit een blanke van dichtbij hadden gezien. ‘Ik heb niks tegen toeristen. Ben er zelf één. Maar als er teveel op een plek zijn merk je dat de cultuur daar verandert, men past zich aan de massa aan. Er is bijna niks meer origineel.’ Die wetenschap stemt hem soms somber. De Longnecks in Thailand zien? ‘Betaal je entree, mag je foto’s maken. Elk uur staat er een nieuwe buslading mensen.’ Indianen die nog authentiek houtsnijwerk maken? ‘Ze zitten al op een rijtje te wachten op de toeristen. Het is een show geworden.’

De wereld in je broekzak

Decennia lang al leeft Frank van de royalty’s van zijn reisboeken en de opbrengsten van zijn (dia)lezingen door heel Nederland. Het is geen vetpot, maar ach, hij heeft weinig nodig onderweg of thuis, in het vakantiehuisje in Zuidwest-Drenthe. De animo voor lezingen is wel hard achteruit gehold; van 30 in een jaar naar hooguit drie. Frank snapt wel waarom. ‘Om te weten of te zien hoe het in een vreemd land is, heb je geen lezing meer nodig. Vroeger bereidde je een reis voor door verhalen van anderen, kaarten te bestuderen, informatie bijeen te sprokkelen. Reisgidsen waren er nauwelijks. Nu heb je, met je smartphone, de wereld in je broekzak. Hotelletje boeken? Met GPS vind je er één op 3,5 kilometer afstand, kun je meteen reserveren ook. Dankzij Google Earth ontdek je de aarde in een oogopslag.’ Maar Frank herstelt zichzelf direct: ‘Hoewel, de ambiance, de ontmoetingen met mensen en hun culturen, die haal je niet uit een reisgids of van een website. Die moet je zelf ervaren.’

Kakkerlakken en kapmessen

Drinken uit een beekje, af en toe een kouwe cola scoren. Eten voor een habbekrats, in aftandse straattentjes of bij de locals thuis, zelf een simpel potje koken. Terend op eigen fysieke en mentale ervaringen trekt hij langs bergketens en dorre pampa’s, door groene valleien, tussen vruchtbare rijstvelden, in woestijnen trillend van hitte, midden in de jungle. The middle of nowhere is een tijdelijk thuis. Soms moest Frank er de ratten en kakkerlakken trotseren, of de bush in voor de toiletgang. Pedaleren zonder asfalt. Het is heus niet al goud wat er blinkt over de grens. Frank maakte doodsmakken op de fiets, was hondsberoerd van de malaria en de salmonellavergiftiging, raakte gegijzeld, belaagd en in Burkina Faso beroofd door bandieten met kapmessen, zijn tent stond in brand. Op de heetste plek van Amerika (‘52 graden in de schaduw’) scheurde zijn waterbidon en wachtte hem uiteindelijk, uitgedroogd en verzwakt, hulp op een autoweg. ‘Ja, ik heb mijn benauwde momenten gekend, maar ben nooit gestopt.’ 

Nooit bang, alleen in het verkeer

Frank van Rijn heeft gelukkig een sterk gestel, veel weerstand opgebouwd, een neus voor gevaar en hij grossiert – door schade en schande wijs geworden – in slimme reistips. ‘Een portie bluf en een tasje met nepgeld en een neppaspoort.’ Is hij dan nooit bang? ‘Ja, in het verkeer.’ De smalle tweebaanswegen in Zuid-Amerika, een richel asfalt met een diepe geul erlangs. Momenten dat in zijn vizier een bus komt aan denderen en hij achter zich een passerende vrachtwagen hoort brullen. ‘Dan ben je secondenlang heel dichtbij de dood. Het is cruisen in de berm. Er zitten stomdronken chauffeurs achter het stuur en soms storten bussen het ravijn in.’

Maar alle vrees valt natuurlijk in het niet bij de drang om opnieuw te vertrekken, bij de schoonheid van zijn reizen en dat tomeloze gevoel van geluk over de grens. ‘De gastvrije mensen onderweg, de culturen, de prachtige landschappen met de zon erop, de dorpjes van lemen hutten, de kleurrijke marktjes. Daar geniet ik volop van.’ Alleen is hij wel, een zelfverkozen bestaan, niet eenzaam. ‘In een miljoenenstad, waar niemand jouw taal spreekt, daar kun je je verloren voelen. In de natuur nooit.’ En feitelijk is Frank alleen chagrijnig als de zon het laat afweten. Want hij is een mooi-weerfietser, bezoekt louter landen met zongarantie. ‘Schuilen onder een afdak, klappertanden in een vochtige tent? Mij niet gezien.’ Schotland? Scandinavië? Of, dichterbij huis, de Hondsrug? Het Hoge Land? Leuk, ‘maar je weet nooit wat het weer doet.

Kleine relikwieën met reisverhaal

In ’t intieme huisje in Doldersum liggen kleine relikwieën met een reisverhaal, van zo’n 80 fietstochten. Zijn “maansteen” uit Bolivia; ‘toen had ik precies 384.400 kilometer gefietst, de afstand van de aarde naar de maan.’ Het pijpje zand uit de Sahara. Een blikken autootje uit Afrika. Beeldje van de Azteken uit Mexico. Vulkaanzand van de Vesuvius. Een leeg colaflesje gevuld met lucht, ‘op 5600 meter, de hoogste pas ter wereld.’

Vroeger was-ie wel tien maanden van huis, nu is Frank doorgaans drie maanden weg, drie maanden in Doldersum. ‘Ik heb me de leefwijze eigen gemaakt, ben mijn eigen baas, heb mijn eigen plek. Ja, het is verslavend.’ Zijn jongste boek, Drie kameleons, is af. Frank werkt aan een opvolger over Zuid-Amerika. Jemen, Afghanistan, Libië en Tsjaad staan nog op zijn wensenlijst, ‘maar ik zoek het gevaar natuurlijk niet op.’ Hij is zijn onbevangenheid kwijt, zijn reislust niet. Eerst deze zomer maar ‘es wat toeren door Frankrijk, Italië, Tunesië misschien. ‘Ik zie wel waar ik uitkom.’

www.frankvanrijn.nl 

Laatste nieuws