Zeelieden en soldaten, zij aan zij op Vredenhof

Op Schiermonnikoog, verscholen in het groen en vlak bij de duinen, ligt al meer dan 100 jaar begraafplaats Vredenhof.
@media (max-width: 679px){#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-616ca3da6eff2 img{#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-616ca3da6eff2 img{#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-616ca3da6eff2 img{#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-616ca3da6eff2 img{#fig-616ca3da6eff2 img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}vredenhof

Op Schiermonnikoog, verscholen in het groen en vlak bij de duinen, ligt al meer dan 100 jaar begraafplaats Vredenhof. Wyb Jan Groendijk begon als jonge jongen met het onderhoud van de plek. Al ruim 40 jaar verzorgt hij met toewijding de graven. Een hobby is het allang niet meer. Hij maakte er zijn levenswerk van. Dankzij Wyb Jan hebben bijna alle oorlogsslachtoffers op Vredenhof nu een gezicht. Hij achterhaalde hun geschiedenis en bouwde met de nabestaanden vaak een diepe band op.

Zelfbewust kijkt Pilot Officer Michael Erskine Ryan uit Chattisham in de lens. Zijn zwarte haar strak opzij gekamd. Een zachtmoedige oogopslag. Het Royal Airforce-insigne op zijn borst. Hij is net 20 jaar en vastbesloten te dienen voor zijn vaderland. Michael E. Ryan houdt van zwemmen, atletiek en fotograferen. Zwart-wit kiekjes getuigen van het nog onbezorgde leven van de oudste zoon uit een Engelse adellijke familie: zijn eerste auto -een Ford-, zijn vriendinnetje, zijn eerste proefvlucht in 1939.

Een hevig vuurgevecht

Ryan zal nooit ouder dan 20 jaar worden. Als jonge vlieger vertrekt hij op 24 mei 1940 in de vroege morgen om 04.15 uur vanuit de luchtmachtbasis RAF Bircham Newton. Hij bestuurt de Bristol Blenheim L9259, een lichte bommenwerper. Flight Lieutenant Richard Cross begeleidt hem. De twee hebben een escortplicht en beschermen een 206 Squadron Hudson-bommenwerper door er 2000 voet boven te vliegen.
Volgens het boek van 'Coastal Dawn', Andrew Bird, vertraagt het vliegtuig van Pilot Officer Ryan als zijn vingers vast komen te zitten in de roterende brandstofschakelaar. Rond die tijd naderen een paar Luftwaffe Bf109E's. Om 07.18 vallen ze de L9259 van achteren aan. Na een hevig vuurgevecht wordt na tien minuten het vliegtuig, met daarin Michael E. Ryan, geraakt.
Eind mei wordt zijn lichaam aan de wal van het noordelijke strand van Schiermonnikoog gevonden en geïdentificeerd. Op 1 juni 1940, een regenachtige zaterdag, begraven de Duitse bezetters hem op begraafplaats Vredenhof op Schiermonnikoog.

Onderhoud met toewijding

Al 80 jaar rust Michael E. Ryan in graf 15. In een rechthoekige, witte steen is zijn naam, militaire rang en sterfdatum gehouwen. Boven de zerken raast de zeewind in de boomtoppen, kraken de takken. Een tuigkoord klingelt tegen de vlaggenmast. In de verte, achter de duinen, ruist de branding. Nu en dan doorboort de zon het wolkendek en werpt zwakke lichtstralen op de stenen.
Rondom de graven ontluiken de eerste krokussen en narcissen. De stelen zwiepen in de wind.
Een indrukwekkende stilte. 118 Jonge zeelieden en soldaten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog liggen begraven op drenkelingenkerkhof Vredenhof. Jonge mannen uit Groot-Brittannië, Frankrijk, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië, Polen en Duitsland. Ver weg van hun geboorteland vonden ze hun laatste rustplaats op het kleine Waddeneiland, waarvan de meesten vermoedelijk nooit hadden gehoord.
Net zoals beheerder Wyb Jan Groendijk (62) nooit eerder iets wist van de mannen die op Vredenhof begraven liggen. Minstens één keer per week wandelt hij over de Reddingsweg, door een haag van groen, naar de begraafplaats. Houtsnippers knerpen onder zijn schoenen. Zorgeloos zingen de vogels. Wyb Jan maait het gras, harkt de bladeren weg, werkt de randen netjes bij en vult zo nodig de schelpjes op de graven aan.
Al ruim 40 jaar doet hij dat met grote toewijding, naast zijn werk als beheerder van een vakantiewoningencomplex en gemeentesecretaris.

Vredenhof en Hotel Van der Werff

Wyb Jan kende Vredenhof als kind al. Zijn opa was tuinman op de begraafplaats en nam hem vaak mee. ‘In 1977 ging ik, net als mijn vader, als ober bij Hotel Van der Werff werken. Juffrouw Dien Bol, de toenmalige hoteleigenaar, nodigde mij af en toe uit om mee te gaan naar de begraafplaats. Daar hielp ik een beetje met het harken van de bladeren. Op een dag vroeg ze of ik beheerder van de begraafplaats wilde worden. Daar voelde ik wel voor,’ vertelt Wyb Jan.
Stichting Vredenhof, die de begraafplaats beheert, is nauw verbonden met Hotel Van der Werff. De begraafplaats werd rond 1915 gesticht door de eilanders Cornelis Hoekstra en Wopke Fenega. Hoewel Graaf Von Bernstorff, destijds eigenaar van het eiland, de grond schonk, nam hotelier Sake van der Werff alle kosten op zich. Hij financierde de aanleg van de begraafplaats en betaalde het onderhoud. Dit bleef de Stichting Vredenhof tot op de dag van vandaag doen. De voormalige hoteleigenaren Sake van der Werff, zijn zoon Tjeerd en Jan Fischer, allen ook bestuurslid van de stichting, liggen dan ook zij aan zij begraven op Vredenhof.

Fotoboeken en brieven

Tijdens zijn werkzaamheden op de begraafplaats raakte Wyb Jan hoe langer hoe meer geïntrigeerd door de namen op de stenen. Het waren jonge mannen, vaak net zo oud als hij destijds. Hoe zagen ze eruit? Wat waren hun hobby’s? Wie was hun familie? Waar droomden ze van?
Wyb Jan kon daarover enige informatie halen uit het archief van Hotel Van der Werff. ‘Er waren fotoboeken van de begrafenissen en documenten over de oorlogsslachtoffers. Daarin stond wie zij waren, wat ze bij zich hadden en waar ze vandaan kwamen. Regelmatig bladerde ik in die boeken. Vanaf dat moment groeide mijn belangstelling. Ik rekende uit dat de broers en zussen nu ongeveer 60 à 70 jaar oud moesten zijn. Het moest mogelijk zijn ze te vinden en in te lichten.’
Hij schreef brieven aan de burgemeesters van de dorpen en steden waar de jongens vandaan kwamen. Daarin vroeg hij hen te helpen bij zijn zoektocht naar de nabestaanden. Burgemeesters verspreidden zijn oproep en zorgden ervoor dat er een stuk in de lokale krant kwam. ‘Soms ging het heel snel en kreeg ik meteen contact met de familie. Kleine dorpjes in Engeland hadden vaak geen burgemeester, maar een klerk of gemeentesecretaris. Soms bleek die man de jongen zélf te kennen. Hij was er wel eens mee gaan vissen of kende hem via een buurman of zus.’

Dankbare families

Vaak duurde het langer. ‘Niet erg, want de voldoening als het wél lukte was des te groter. Het maakte me blij als ik de familie eindelijk vond. Dan liep ik de hele dag met een glimlach op mijn gezicht. Het was bijzonder om de nabestaanden te spreken en verhalen te horen over de jongen die tot voor mij eerst alleen een naam op het graf was geweest. Omgekeerd was de familie dankbaar dat ze nu wisten dat hun dierbare op deze mooie plek lag en dat het graf goed verzorgd werd.’
Hotel Van der Werff had veel meer foto’s van de begrafenissen dan de afgedrukte exemplaren in de plakboeken. Wyb Jan liet deze negatieven ontwikkelen en stuurde ze naar de familie. ‘Die foto’s gaven een beter beeld van hoe hun broer, zoon of oom begraven was. Nabestaanden waren gerustgesteld dat hun dierbare met militaire eer en rituelen was begraven.’

Diepgaande contacten

In veel gevallen onderhield hij daarna een intensieve briefwisseling met de nabestaanden. ‘Dat waren vaak diepgaande contacten. Je bouwt een band op.’ Met de broer van de Britse radiotelegrafist Ernest Matthews, raakte hij goed bevriend. Matthews uit Liverpool verdronk in 1941, toen zijn vliegtuig na een vlucht op Keulen in zee belandde. ‘Zijn broer, die inmiddels bijna 86 is, is hier zo’n 25 keer geweest. Ik bezocht hem ook in Liverpool. Hij is zelfs getuige op mijn bruiloft geweest.’
Zo leerde Wyb Jan ook de ouders van een oorlogsslachtoffer uit Nieuw-Zeeland kennen. Ze waren al 98 en 99 jaar oud. ‘De ontmoetingen waren vaak emotioneel. Een dochter van een Canadese militair had haar vader nooit gekend en was nooit eerder zo dicht bij hem was geweest als op Vredenhof.’
Wyb Jan toont plakboeken vol handgeschreven brieven, foto’s, notities en informatie over het leven van de soldaten. Hij bewaart ze op zolder. ‘Later ging ik op de computer werken, maar de eerste decennia hield ik alles met de hand bij. Nabestaanden stuurden mij ook bezittingen van hun dierbare. Een ring bijvoorbeeld die een soldaat thuis achterliet voor hij vertrok. En een geliefde sjaal of een beer.’

Foto en een levensverhaal

Hij heeft inmiddels van vrijwel alle soldaten die begraven liggen op Vredenhof een foto en hun levensverhaal. ‘Als ik de levens naast elkaar leg, waren het vaak avontuurlijke, intelligente jongens uit grote gezinnen. Het valt op dat het vaak uiteengevallen gezinnen waren, waarin een familielid was omgekomen. Mogelijk was dat een drijfveer voor ze om te willen vechten voor het vaderland.’
Er zijn er nog zo’n drie oorlogsslachtoffers van wie hij de nabestaanden niet heeft kunnen traceren. ‘Dat houdt het spannend. Het wordt natuurlijk steeds moeilijker, omdat veel nabestaanden niet meer leven. De broers en zussen zijn nu ver boven de 80. Kinderen zijn er meestal niet, omdat de jongens nog zo jong waren. Neven en nichten hebben hun oom vaak niet gekend. Dan wordt de kans kleiner dat ze naar hem op zoek gaan. Zelf zoek ik via internet naar scholen waar de jongens op zaten. Die hebben vaak een herdenkingswand waar je dan een fotootje van hem aantreft. En dan kan ik nog meer informatie opvragen, zoals rapporten en hobby’s.’

Dodenherdenking

Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei zet Wyb Jan de foto’s van de soldaten op de graven. Elk jaar leest hij een levensverhaal voor van een van de oorlogsslachtoffers. ‘We lopen traditiegetrouw in stille tocht vanaf de Grote Kerk in het dorp naar Vredenhof. Daar leggen we een krans en worden de volksliederen gespeeld van de nationaliteiten die er begraven liggen.’
Wyb Jan zal in april nog een paar extra dagen naar de begraafplaats gaan om hem tiptop in orde te maken voor de aanstaande Dodenherdenking. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de oorlog ten einde kwam. Vanwege dat lustrumjaar zullen minstens 15 nabestaanden, uit Canada en Groot-Brittannië, de herdenking bijwonen.
De Bevrijding vieren de inwoners van Schiermonnikoog pas op 11 juni. Het eiland is het laatste stukje bevrijd Nederland. ‘In de periode tussen 4 mei en 11 juni zijn er allerlei activiteiten op het eiland.’

Alleen maar wolken, meer niet

Hij kijkt nog eens naar het zwart-wit portret van Michael E. Ryan, zoon van advocaat Sir Gerald Ellis Ryan. ‘Als hij die ochtend niet geraakt was door de Duitse Messerschmitts, was hij zijn vader opgevolgd en ook Sir geworden.’ Wyb Jan correspondeerde lange tijd met Derek Ryan, de broer van Michael, en ontmoette hem meerdere keren. Inmiddels is ook Derek overleden. De overlijdensadvertentie zit in het dikke plakboek over Michael.
Pas later vond Wyb Jan een tijdschrift over luchtvaart met daarin een foto van een aantal Bristol Blenheims op de luchtmachtbasis RAF Bircham Newton. ‘Zijn collega’s hebben hier een vrije dag. Ze dronken samen wat. Het was 24 mei 1940, de dag dat hun vriend Michael stierf. Maar dat wisten ze toen nog niet...’
Vlak voor zijn dood maakte Michael E. Ryan alleen nog maar foto’s van wolken. ‘Steeds maar wolken, meer niet. Het was alsof hij het voorvoelde.’

Slachtoffers van twee wereldoorlogen 

In de duinen rondom Vredenhof werden vroeger al drenkelingen begraven. Dat gebeurde voor het eerst in 1906, op het grafveldje dat in 1915 Vredenhof zou worden. Tijdens de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog legde een aantal eilander boeren en kapiteins in 1917 begraafplaats Vredenhof aan.
De plek was bedoeld voor aangespoelde drenkelingen, zoals Duitse matrozen van de Kriegsmarine die in de Eerste Wereldoorlog aanspoelden. Na de Eerste Wereldoorlog bestond het Vredenhof uit 13 graven. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd het aantal uitgebreid.
Als gevolg van hevige luchtgevechten boven de Noordzee spoelden van 1941 tot 1944 ruim 60 vliegers aan. De Duitse bezetters begroeven deze oorlogsslachtoffers, ongeacht hun nationaliteit, met militaire eer en rituelen.
Het eerste slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog op Vredenhof is RAF-vlieger Allan Wilson, 23 jaar. Hij werd gevonden in november 1939, twee maanden na het begin van de oorlog.
In augustus 1940 spoelden op het eiland ook soldaten aan die tijdens de slag om Duinkerken stierven. Zij waren, vanuit Duinkerken op de vlucht voor de Duitsers, op het Kanaal door mijnen of aanvaringen in de mist omgekomen. Op 2 augustus 1949 werden negen van de 18 Franse drenkelingen teruggebracht naar Frankrijk en in hun geboorteplaats herbegraven.
Op 19 juni 2014 zijn vijf graven van nog onbekende drenkelingen geopend door medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut. Van de overblijfselen werd DNA afgenomen zodat uiteindelijke identificatie wellicht alsnog mogelijk wordt. Hierdoor kon een visserman uit Urk alsnog worden geïdentificeerd. Hij is teruggebracht naar zijn geboorteplaats en herbegraven.

Laatste nieuws