’t Roegwold: hemels land van water, riet en lucht

'Dit is het best bewaarde geheim van Nederland.'

Tekst: Jolanda de Kruyf | Fotografie: Wilco van der Laan

Een zwak ochtendzonnetje knipoogt boven het Schildmeer. Kijk, daar vliegt een reiger traag de eindeloze verte in. We zien ‘m afreizen vanaf de Biesterwied, ofwel bijster ver, zoals deze uitkijktoren in Tetjehorn heet. Het is het grootste rietmoeras van Groningen en onderdeel van natuurgebied ’t Roegwold. Een nog piepjonge oase in het hart van de provincie. Land van aardappels en bieten transformeerde hier tot een paradijs voor vogels en planten.


Een kraakheldere winterdag gloort. We hebben de muts diep over de oren getrokken en een stel gevoerde laarzen houdt onze voeten warm. Het juiste schoeisel voor een wandeling zoals deze: de route – check de paarse paaltjes – door het grootste rietmoeras van Groningen bestaat voornamelijk uit onverharde graspaden, natte pollen en zompige veenklei, met af en toe een hoefafdruk. Plus een verse vlaai.

Da’s het werk van de Groninger blaarkoppen en herefords, koeien die in dit relatief nieuwe natuurgebied voor begrazing zorgen en zo het open karakter van dit gebied bewaken. Met een beetje mazzel komen we ze nog wel tegen onderweg. 

't Roegwold

Uitnodigende grasmat

De runderen zijn eigendom van boeren die samenwerken met Staatsbosbeheer en deze landerijen pachten en beheren. Ze zijn aangesloten bij het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer Slochteren (ANLS), het collectief dat zorgt dat de koeien hier het jaarrond vrij kunnen rondlopen, daarnaast ook de rasters onderhoudt, maait en snoeit.

Sommige percelen gras worden voor de winter kort gemaaid met de machine, om uitnodigend te zijn voor typische wintergasten zoals foeragerende ganzen. Het gaat om een zogenaamde “wintergastenweide” van 20 hectare groot. De natte natuur is aantrekkelijk voor ze en in deze tijd van het jaar krijgen de dieren hun broodnodige rust.

‘Maar in het Groninger Ganzenakkoord is wél afgesproken dat we de populatie ganzen moeten terugdringen,’ vertelt boswachter Beppie van der Sluis. ‘In het akkoord staat dat overlast van te grote aantallen ganzen moet worden voorkomen en schade aan gewassen beperkt.’

Laarzen in klei-op-veen

We troffen Beppie (33) volgens afspraak op de parkeerplaats aan de Graauwedijk. Een opgewekte verschijning in Staatsbosbeheergroen. Anderhalf jaar is de geboren Fries (‘maar ik woon al m’n halve leven in Groningen!’) nu boswachter, met de werkschuur in Midwolda als vaste standplaats. Het zal fifty-fifty zijn, het buiten- en binnenwerk dat dit beroep met zich meebrengt.

Maar het liefste staat de vrolijke brunette toch met haar laarzen in de klei-op-veengrond, de blik vorsend over haar uitgestrekte werkterrein: is de bebording nog op orde, hoe staat het met de hekjes, de bankjes en de paden? En hé, was dat nou een baardmannetje…?

Samen met een team collega’s is Beppie verantwoordelijk voor de beheereenheid Duurswold/Oldambt, waaronder ’t Roegwold valt. Geef haar maar de open ruimte; het vlakke land. ‘Ik hou enorm van de weidsheid in deze streek, het open landschap met de vogels, maar ook de variëteit van dit natuurgebied is bijzonder. Want vergis je niet, in ’t Roegwold heb je alles voorhanden: moeras, weiland, water en kleine bosjes.’ 

't Roegwold
Het baardmannetje

Meer lezen

Verder lezen? Het volledige verhaal over ’t Roegwold verscheen in Noorderland 2024-1. Deze editie is nu te koop via onze webshop en ligt nog tot 20 februari 2024 in de winkels. In deze nieuwe editie lees je onder andere ook over het Schaatsmuseum in Hindeloopen en nemen we een kijkje bij de bekende kunstschilder Henk Helmantel. Haal dit nummer dus snel in huis!


Laatste nieuws