Lifestylemagazine over Noord-Nederland

De enige aardbeienkwekerij in Friesland: ‘Mensen hebben soms geen idee hoe je aardbeien teelt’

'Fruit is kwetsbaar; ik denk dat we daarom de enige in Friesland zijn.'

Aardbeienkwekerij Friesland

Fryske dúmkes, oranjekoek, sûkerbôle; alom bekend. Maar Friese ierdbeien? Je vindt ze bij de enige aardbeienkwekerij van heel Friesland: Fryske Strawberries in Berlikum. Marlies en René bestieren hier hun familiebedrijf. Ze leveren verse aardbeien aan lokale supermarkten en bakkers, en aan iedereen die er neerstrijkt en een bakje aardbeien uit de automaat haalt.

Er mag dan een forse noordoostenwind over de polders van Waadhoeke blazen, op het erf van aardbeienkwekerij Fryske Strawberries schijnt een krachtige zon. In de beschutting van het houten winkeltje aan de voorzijde is het op deze zomerdag warm. Met een zwierige bocht draait een man met zonnehoedje het terrein op. Hij parkeert zijn fiets en verdwijnt in het houten huisje dat een aardbeienautomaat herbergt. Binnen zoemt de koeling en brandt het tl-licht. Het is er aangenaam koel.

Langs de muur lonken in verlichte vakjes tientallen bakjes felrode aardbeien, zo van de plant. Weer eens wat anders dan een frikandel of bamischijf! Actie! 2 voor €6 euro, vertelt een aanplakbiljet erboven. Eigenaar René van Wingerden heeft de vakjes zojuist bijgevuld. De man met het zonnehoedje slaat z’n slag en fietst tegen de wind in weer huiswaarts. Dagelijks komen trouwe klanten en toeristen langs om een paar doosjes te halen, want verser dan hier kun je ze haast niet krijgen.

Niet te rood in de kas

We spraken laatst mensen uit het Friese dorpje Minnertsga die hier nooit eerder waren geweest. Nu ze Fryske Strawberries ontdekt hebben, kopen ze hun aardbeien niet meer in de supermarkt, maar bij óns. Dat is een mooi compliment,’ vertelt Marlies van Wingerden-van Overbeek trots.

Ze heeft vanmorgen nog met René zitten dubben over de kleine aardbeitjes. ‘Wat doen we? Plukken we de kleintjes of laten we ze zitten?’, vroegen ze zich af. ‘Je moet dan bepalen of ze in klasse 2 komen of niet. In klasse 1 zitten de mooiste; in klasse 2 komen aardbeien die licht misvormd of te klein, maar nog prima te eten zijn.

‘Op zo’n moment had ik even met mijn vader willen overleggen. Nog vaak hoor ik ‘m in mijn achterhoofd. Hij zei vaak: “Zorg dat het niet te rood ziet!”. Daar worden veel aardbeienkwekers zenuwachtig van: te veel rood betekent dat er gauw geplukt moet worden,’ legt Marlies uit.

‘“Goed kijken en bijblijven,” dat gaf hij ook mee,’ vult René aan. ‘Pas als je zelf een keer mee plukt, kun je beoordelen of iemand het snel genoeg doet. Door veel op de werkvloer rond te kijken, houd je feeling met het vak. In principe kun je vrijwel alles digitaal regelen vanuit kantoor, maar er vaak zelf bij zijn is beter. Elke ochtend maken we daarom eerst een rondje langs de kassen en stellingen.’

Marlies en René zijn twee jaar geleden eigenaar geworden van aardbeienkwekerij Fryske Strawberries in Berlikum, de enige in Friesland. Het bedrijf telt 1,8 hectare aardbeien in de kas, 1,5 hectare onder tunnels en 1,5 hectare op stellingen.

Tuindersfamilie

Marlies’ vader Cock van Overbeek runde al jarenlang een tomatenbedrijf in Beetgum. ‘Toen in 2021 het aardbeienbedrijf APM in Berlikum te koop kwam, leek het ons leuk dit erbij te doen. Zo ontstond de aardbeienkwekerij Fryske Strawberries. Helaas kreeg mijn vader kanker. Na een ziekbed van twee maanden overleed hij. Het was een zware tijd, waarin alles tegelijk kwam: enerzijds de zorg en het verdriet om mijn vader en anderzijds het voortzetten van ons familiebedrijf. René werkte eerst in de IT en hielp daarnaast met de aardbeien. Door het onverwachte overlijden van m’n vader werken we nu allebei fulltime voor de kwekerij, met hulp van een bedrijfsleider, voorvrouwen en plukkers. Zij doen al het werk, wij sturen aan en nemen het ondernemen en commerciële gedeelte voor onze rekening.’

Dat was even wennen, maar gelukkig leunt Marlies, als telg uit een echte tuindersfamilie, op veel ervaring. ‘Mijn opa werkte eerst in de landbouw en later in de glastuinbouw. Mijn vader ging hetzelfde doen. In 2002 verhuisden we met ons tomatenbedrijf van Poortugaal in Zuid-Holland naar Beetgum, omdat mijn vader verder wilde uitbreiden.’

Marlies bekent dat ze het in het begin verschrikkelijk vond in Friesland. ‘Ik was 14 en had de leeftijd om met de metro met vrienden en vriendinnen naar Rotterdam te gaan. In Beetgum had je alleen een bus, schapen en koeien. Ik kwam in een klas waar iedereen elkaar al kende en van oorsprong Fries was. Dat maakte het niet makkelijk. Inmiddels denk ik er heel anders over en wil ik niets liever dan hier blijven. Als ik weer in Poortugaal ben, valt me vaak op hoe gehaast iedereen is. Dan mis ik meteen de rust van Friesland.’

Marlies houdt na de verhuizing contact met René. Hij plukte in de vakanties tomaten in het bedrijf van haar vader en wilde zijn bijbaantje én Marlies eigenlijk niet opgeven. ‘Ik reisde vaak met de trein heen en weer naar Friesland om te helpen met tomaten plukken. Haar vader vond het wel leuk dat ik als jonge jongen geïnteresseerd was in het vak. Het ondernemende familiebedrijf trok me aan. Als ik er had gewerkt, ging ik in de middagen vaak wat leuks doen met Marlies. Zo kregen we verkering. 12 jaar geleden ben ik hier ook komen wonen en nu hebben we samen een gezin.’

Marlies: ‘Onze kinderen Naud en Sara voelen zich hier helemaal thuis. Ze rijden soms op hun fietsje of trekker tussen de kassen door. En de oudste helpt weleens.’

Lastig product

Strawberry fields forever, zongen The Beatles ooit. Iets van de nostalgie in dat liedje zal vader Cock van Overbeek misschien ook gevoeld hebben toen hij destijds de aardbeienkwekerij overnam. Hij had vroeger in Poortugaal al eens aardbeien geteeld, als hobby. Die verkocht hij in een kraampje aan de weg. Het leek hem leuk om aardbeien “erbij te gaan doen”, net als vroeger. En dat terwijl het niet het makkelijkste product is.

‘“Je moet wel gek zijn om aardbeien te gaan telen,” zeggen tuinders onderling vaak. Lang niet iedereen kiest hiervoor. Fruit is namelijk kwetsbaar. Ik denk dat we daarom de enige in Friesland zijn,’ legt Marlies uit.

René: ‘Je levert de aardbeien de volgende dag al vers af bij de klant. Daardoor is het een lastig product, want je wilt wel een hoge kwaliteit waarborgen. Dat betekent bijvoorbeeld een goede koeling en duidelijke afspraken met afnemers, zoals supermarkten en bakkers. Je bent voor de kwaliteit bovendien afhankelijk van de plukkers. Die sorteren de aardbeien en doen ze in bakjes. Is er toevallig iemand bij die er geplette exemplaren in stopt? Dan heb je een kwaliteitsprobleem. Doordat ik de bakjes in de automaten geregeld zelf bijvul kan ik wel steekproeven doen. Gelukkig is het vrijwel altijd in orde.’ Marlies knikt. ‘En het is de moeite waard, want het is tegelijkertijd een heel mooi product dat goed oogt. Je hebt echt eer van je werk.’

Kassen, tunnels en stellages

René en Marlies lopen samen door de broeierige kassen met lange rijen aardbeien. De zon schijnt genadeloos op het glazen dak. Elke rij heeft een nummer. De medewerkers kunnen aan de hand daarvan invullen hoeveel bakjes ze per rij hebben geplukt. Een bedrijfsleider draagt zorg voor de dagelijkse gang van zaken en ziet toe op de 20 á 30 plukkers. Marlies en René sturen de kwekerij aan, zodat die goed blijft lopen. Zo bekijkt René elke dag hoeveel aardbeien ze kunnen verwachten en wat ze kunnen leveren aan de afnemers.

‘We beginnen het seizoen altijd met de aardbeien in de kas, want die kun je verwarmen. Daarna gaan ze naar de tunnel, waar je kunt variëren in temperatuur door een doek dicht of juist open te trekken, en vervolgens naar de stelling. Zo verloopt de cyclus elk jaar,’ vertelt Marlies.

René wijst naar de jonge plantjes: ‘Die gaan we over een week of vier oogsten. Verderop zijn de aardbeien juist weer op hun eind. Ze gaan er volgende week uit. Je ziet ook dat ze minder mooi zijn dan de anderen. Bij een teeltwissel worden de oude planten ingewisseld voor nieuwe. Zij gaan door de versnipperaar en worden afgevoerd voor compost. Daarna maken we de kas goed schoon en vullen we de bakken weer met grond voor de nieuwe aardbeienplanten. Na zo’n acht weken kunnen we de eerste oogsten.’

In een witte emmer zitten de restantjes. Aardbeien die te rijp zijn of een deukje of een zogenoemde smetplek hebben. ‘Die gaan niet naar de supermarkt, maar zijn nog wél prima voor jam.’

Lady Emma en Furore

Fryske Strawberries verkoopt zes soorten aardbeien die weelderige namen dragen als Furore, Elsanta, Lady Emma, Aurora Karima, Sonsation en Falco. Ze stammen af van verschillende rassen. Het ene ras groeit vroeg in het jaar, het andere later. Sommige soorten, de zogeheten ééndragers, geven veel kilo’s in één keer, terwijl doordragers het hele jaar meegaan en af en toe een tros bieden. Anderen hebben juist een betere smaak of zijn makkelijker te plukken.

‘Er zijn bijvoorbeeld ook rassen die heel veel geven, maar waarbij je meer bloemetjes moet doorhalen. Ze zijn wat bewerkelijker. Als alles heel dicht tegen elkaar groeit, is het onhandig om er tussen te frunniken. We halen dan de trossen met bloemen en toekomstige aardbeien voorzichtig naar voren. Zo worden ze gescheiden van het gewas en hangt het trosje straks mooi naar beneden. De aardbeien zijn daardoor makkelijker te plukken. Hommels zien de bloem dan ook beter.’

Marlies en René hadden er ook voor kunnen kiezen slechts twee aardbeienrassen te telen en die allemaal tegelijk te verkopen, zoals de vorige eigenaar deed, maar dat doen ze bewust niet. ‘We willen onze aardbeien alleen lokaal afzetten. Dat past het beste bij ons bedrijf, omdat we niet per se groter willen worden. Bovendien is het duurzamer. Met dat idee in het achterhoofd is het gunstiger om met verschillende rassen te werken. Je kunt de piek dan uitvlakken over het hele jaar en op verschillende momenten verkopen,’ legt René uit.

Bevlogen deelt hij zijn kennis. Hoewel hij eens een man van de computers was, lijkt hij geboren te zijn tussen de aardbeien. ‘Toch komt mijn ervaring als IT-er nog steeds van pas. Zo kan ik via een app op mijn telefoon zien wat er in de aardbeienautomaat verkocht is en of het nodig is om bij te vullen. Dan hoef ik niet steeds te kijken.’

‘Dat is ook handig als we niet thuis zijn. Zodra we zien dat de automaat leger raakt, kunnen we mijn broer of de buurjongens vragen om hem bij te vullen,’ vertelt Marlies.

In de automaat zijn niet alleen aardbeien, maar ook komkommers, blauwe bessenjam en -sap uit Burgum en Bildstar aardappelen te koop. ‘Allemaal vanuit de streek. Zo helpen we elkaar als lokale ondernemers.’

Fryske ierdbeien

Marlies en René zijn van plan om binnenkort een picknickbank voor de aardbeienautomaat neer te zetten, zodat fietsers en wandelaars er kunnen neerstrijken om hun verse aardbeien te eten. ‘Als we ze toevallig tegenkomen, kunnen we ze het verhaal achter ons bedrijf vertellen. Dat doe ik wel vaker en dan valt me op dat mensen soms geen idee hebben hoe je aardbeien teelt. Ik vind het leuk om dat uit te leggen,’ zegt René.

Marlies beaamt dat: ‘We merken dat ook bij onze maandelijkse minimarkt, waar we onze aardbeien en jams verkopen. Daar is veel animo voor. Elk jaar hebben we een plukdag waar mensen voor €1,50 een bakje aardbeien kunnen plukken. Ook daar komen veel bezoekers op af. Het zou erg leuk zijn om een theehuis bij de kwekerij te beginnen, waar mensen aardbeientaart en koffie kunnen krijgen. Maar dat is iets voor de toekomst. Vooralsnog ligt onze focus op het draaiend houden van Fryske Strawberries.’

Strawberries… Een enkele Fries botst nog weleens op dat Engelse woord. Waarom nou niet gewoon in het Fries: ierdbeien? ‘Het blijft wel hangen, want je hebt het erover, zeg ik dan,’ lacht Marlies. ‘Mijn vader heeft de naam bedacht. We spreken geen Fries en kunnen ierdbeien niet goed uitspreken. Daarom hebben we gekozen voor de Engelse variant. Ook prettig voor de buitenlandse toeristen die langskomen.’

Ze toont de tekst op de binnen- en achterkant van het vrolijk vormgegeven bakje met verse aardbeien: Genietsje fan ús swietste Fryske ierdbeien. ‘Kijk, toch nog een beetje Fries!’

Culinair
  • Marloes de Moor
  • Tjeerd Visser