Lifestylemagazine over Noord-Nederland

Kraaien: slimmeriken en schatbewaarders van de vogelwereld

Kraaien zijn intelligent en kunnen zich goed aanpassen aan hun omgeving.

kraaien

De Familie Kraai kampt met een slecht imago. Deugniet met een grote mond die andere vogels pest, glimmende lepeltjes steelt en verstopt als schat. Maar ook: superslim en in staat tot bijzondere, onderlinge communicatie. Wat je ook van de “zwartrok” vindt, hij is wél onlosmakelijk verbonden met ons rijke fauna-erfgoed. Een markante vogel, sinds mensenheugenis omringd door fabels en feiten. Ontdek het zelf met een lesje “kraaienkunde” in Noorderland. 

Vanuit mijn werkkamer zie ik een eksterpaar in de dakgoot landen, op enkele meters afstand. Ze draaien hun kopjes opzij en kijken uitdagend met hun priemende ogen. Tja, wie zit nu wie te observeren? Enkele seconden later vliegen ze op richting tuin en strijken neer op de voedertafel, met luid gekrijs als “gespierde taal”, waarna alle overige vogels geschrokken het hazenpad kiezen. En toch, ik kan er niets aan doen; ik vind eksters, net als zwarte kraaien en kauwen erg leuke vogels. Hun schavuitengedrag? Ach, dat hoort er gewoon bij. Bovendien, in de praktijk valt het best mee. 

Slimme zwartrokken

Kraai geldt in de vogelwereld als familienaam voor alle kraaiachtige vogels, zoals de zwarte kraai, de kauw, de raaf en de roek. Minder bekend is dat ook de gaai en de ekster tot dit geslacht behoren. We komen ze regelmatig tegen, met uitzondering van de raaf. Deze geplaagde soort werd vroeger veelvuldig opgejaagd, is minder talrijk aanwezig en ook schuwer dan zijn familieleden. 

Kraaiachtigen zijn intelligent en kunnen zich goed aanpassen aan hun omgeving. Ze weten zich hierdoor bijna overal in leven te houden. Bovendien worden ze ook nog tot de zangvogels gerekend. Luisterend naar hun gekras, kun je je dat bijna niet voorstellen! Toch schijnen ze op deze manier intensief met elkaar te communiceren en elkaar goed te begrijpen. Naderend onheil wordt door de gaai en de ekster vaak als eerste ontdekt. Met een felle alarmkreet worden andere vogels en dieren tijdig gewaarschuwd. 

Zelf zag ik tijdens een wandeling eens hoe een buizerd in een kolonie van roeken vloog. Eén kreet van een enkele roek was al genoeg om de hele kolonie te alarmeren. Binnen enkele seconden werd de ongelukkige buizerd belaagd door twintig tot dertig zwartrokken. De buizerd koos eieren voor zijn geld en droop al snel af. Overigens is “buizerdje pesten” een spel dat veel kraaiachtigen erg leuk schijnen te vinden. Regelmatig zie je dat een buizerd die rustig op zijn vaste uitkijkstek zit, flink wordt belaagd. Meerdere zwarte kraaien proberen bijvoorbeeld de buizerd te verjagen door deze van achteren zo dicht mogelijk te benaderen en als het kan, even met de snavel te pikken. Natuurlijk is de buizerd veel sterker dan de kraai, maar minder snel én minder slim: de kraai weet precies tot hoever hij kan gaan. 

Onheil en volksgeloof

Zoals gezegd, kraaien hebben een slechte naam en zijn bij mensen niet erg populair. Vroeger was men bang voor een zwarte kraai. Door zijn pikzwarte kleur werd er al snel een verband gelegd met “Magere Hein” en een kraai op je dak was een teken van naderend onheil. Geen wonder als je bedenkt dat eksters en kraaien vaak werden aangetroffen op slagvelden en begraafplaatsen. Ook stak men dode kraaien op stokken in het land om andere vogels af te schrikken. 

Volgens overlevering zou de kraai zijn zwarte kleur hebben gekregen door in een schoorsteen af te dalen, op zoek naar voedsel. Daarbij werden helaas ook boze geesten uit hun slaap gehaald, wat de kraai niet in dank werd afgenomen. Het volksgeloof wil ook dat eksters het lot kunnen voorspellen. Zo zou er een oorlog op handen zijn wanneer eksters zich in grote aantallen verzamelen en luidruchtiger dan gewoonlijk zijn. Ook het weer zou slechter worden wanneer een ekster meer lawaai maakt dan anders. 

Rond 1900 werden kraaien en eksters al beschuldigd van het stelen van glimmende voorwerpen. In het verhaal Basket of flowers van Lilian Gask (1910) steelt een ekster een gouden ring, waardoor een onschuldig dienstmeisje valselijk wordt beschuldigd en jaren in de gevangenis moet doorbrengen. In de opera La Gazza Ladra (de diefachtige ekster) van Rossini wordt een onschuldig dienstmeisje om deze reden zelfs ter dood gebracht voordat de waarheid wordt ontdekt. 

Door deze kleptomanie zagen veel mensen kraaien en eksters liever gaan dan komen.  

Schatbewaarders

Nu valt het met die kleptomanie wel wat mee. Het is een fabel dat kraaien en eksters alleen uit zijn op glinsterende schatten. Wel hebben ze de neiging om voedsel te verstoppen voor slechtere tijden. Jonge vogels die dit kunstje nog moeten leren, weten in ’t begin niet goed wat ze moeten verstoppen. Dan wordt behalve voedsel vaak ook een keur aan andere voorwerpen opgepikt die hun nieuwsgierigheid prikkelen. Dat kan van alles zijn: de felgekleurde dop van een fles, glinsterende kiezelsteentjes, maar ook lepeltjes, sieraden of andere “glimmertjes”. Met een beetje geluk vind je de buit terug onder een hoopje bladeren of in een ondiep kuiltje ergens in de tuin.

Brutale branieschoppers

“Mijn” eksterpaar bezoekt weken later nog regelmatig de dakgoot en de vogelvoederplaats. De branieschoppers gedragen zich weliswaar alsof de hele tuin van hen is, maar die brutaliteit heeft ook zo z’n voordelen; eksters
zijn namelijk een van de weinige vogelsoorten die een kat uit de tuin weten weg te pesten. En dát is goed nieuws voor de vele andere, kleine zangvogels die zo aan een wisse dood ontsnappen. Wel zo fijn, ook voor de baas van de tuin. Dus van mij mag dit eksterpaar blijven.

Natuur
  • Jan Duker
  • Jan Duker & Harold van der Meer