Lifestylemagazine over Noord-Nederland

Muziek tussen hemel en aarde

Als je door Groningen struint heb je het vast wel eens gehoord: het carillon van de Martinitoren.

Beiaardier

Als je door Groningen struint heb je het vast wel eens gehoord: het carillon van de Martinitoren. Elke dinsdag en zaterdag zit beiaardier Auke de Boer (62) letterlijk tussen hemel en aarde. Al 15 jaar bespeelt hij vanaf grote hoogte het carillon. De hele stad kan meegenieten van Groningse volksliedjes tot Bach, van David Bowie tot Game of Thrones.

Een melkwitte mist omsluiert provinciehoofdstad Groningen. Mensen blazen in hun handen. Ze klagen over de venijnige polderkou die diep de stad indringt. Wat warmte zou de Stadjers goed doen, een beetje muziek om ze op te fleuren. Voor de 97 meter hoge Martinitoren staat gelukkig beiaardier Auke de Boer gereed, even rijzig als d’Olle Grieze, de oude grijze, zelf. Uit zijn mond ontsnappen condenswolkjes. Fraaie hoed op zijn hoofd, nette stoffen jas, zijden sjaaltje en zwarte lederen handschoenen. Alleen zijn schoenneuzen dragen sporen van slijtage, vermoedelijk veroorzaakt door het veelvuldig bedienen van de houten pedalen.         

Op z’n dooie akkertje

Met beheerste, trage stappen begint Auke aan de klim naar boven. Een wenteltrap met 311 treden. Zijn hand tast in de smalle bochten naar de eeuwenoude, klamme muren. ‘Je kunt beter rustig naar boven gaan,’ weet hij uit ervaring. Hij doet het al vijftien jaar elke dinsdag en zaterdag. En altijd op zijn dooie akkertje. Anders dan veel nieuwelingen die vaak te snel van start gaan en hijgend voortploegen, gedreven door nieuwsgierigheid en ongeduld. Op de klokkenzolder neemt Auke de tijd om op adem te komen. Daar hangen de vier oudste klokken van de Martinitoren. De Salvator is de zwaarste en weegt 8000 kilo. ‘Er zijn twee mensen voor nodig om hem te kunnen luiden,’ vertelt de beiaardier. Aan weerszijden van de Salvator hangen de grote en kleine Borgerklok. ‘Elke klok heeft een eigen naam. Zo heb je ook de Kromstaart, de Ruimstraat de Werkman, de Martinus, de Walburg, de Bernlef en de Ludger. In de toren hangen zowel luidklokken als carillonklokken. Hoe groter de klok, hoe zwaarder de toon. Sommige luidklokken, zoals de Salvator, kan ik via de pedalen ook inzetten als basklok,’ legt hij uit. 

Evergreens en Vader Jacob

Op dezelfde verdieping bevindt zich een oefencarillon. Dat mag bespeeld worden en laat goed zien hoe het instrument werkt. Hoewel Auke er geen moeite mee heeft als kinderen of amateurpianisten zijn carillon bovenin de toren uitproberen, kan het voor de rest van de stad wel eens stomvervelend zijn als tot tien keer toe Vader Jacob of Boer daar ligt een kip in ’t water uit de toren schalt of als iemand zich hakkelend een weg baant door De Vlooienmars. Op het oefencarillon kan dat in besloten kring worden gedaan.
Na een forse klim met nu en dan een tussenstop op de zolders, betreedt Auke zijn domein: de speelcabine met het carillon. ‘Vroeger zat hier de torenwachter. Die blies elk kwartier op zijn toeter als er géén brand was. De mensen wisten dan dat hij niet in slaap gevallen was. Als er wel brand was, luidde hij de brandklok en stak de vlag uit in de richting van het onheil,’ vertelt hij.
Tegenwoordig volstaat bij brand het bellen van 112 en benut Auke de ruimte om het Hemony-carillon te bespelen en de 52 klokken aan het werk te zetten. Hij is de 20ste beiaardier, sinds het instrument in 1525 voor het eerst in gebruik werd genomen.

Inspelen op de actualiteit

Het carillon staat te midden van oeroude muren en robuuste houten balken, hier en daar afgewisseld met moderniteiten als een TL-bak, stopcontacten, stekkers en schakelaars. Verweerde raampjes bieden zicht op de grauwwitte lucht. Auke hangt zijn jas, sjaal en hoed keurig op een knaapje en bladert in ordners op zoek naar het repertoire voor vandaag. ‘Ik probeer een beetje in te spelen op de actualiteit en wil deel van de stad zijn. Daar zoek ik passende muziek bij. Zo speelde ik op 31 oktober Luther ter gelegenheid van 500 jaar Reformatie. Met Sinterklaas en Kerst komen natuurlijk weer de bekende liedjes. Is het prachtig weer dan speel ik evergreens zoals You are the sunshine of my life. Als het regent laat ik als grapje Singing in the rain of Raindrops keep falling on my head horen.'

De Martini Jukebox

Naar aanleiding van de tentoonstelling over David Bowie in het Groninger Museum zette Auke op 9 januari 2016 het nummer China Girl op de automatische speeltrommel.
‘Dat bleek bij toeval vlak voor zijn overlijden op 10 januari te zijn. China Girl was op Bowies sterfdag om het halve uur te horen. Dat kwam in het nieuws. In Utrecht ging een beiaardier hetzelfde doen. Hoewel
Groningen eerst was, koos de NOS toch maar voor Utrecht omdat dat dichterbij was. Daar ergerde ik me toen een beetje aan.’                                                                                     
Met behulp van de Martini Jukebox, een speciaal verzoekprogramma, kunnen mensen populaire, bekende nummers van artiesten per e-mail aanvragen. Op de speellijst staan onder meer nummers van Lou Reed, David Bowie, André Hazes, The Beatles, Elvis Presley en Ede Staal. Liefhebbers van klassiek hebben keuze uit werken van componisten als Bach, Schubert, Rachmaninov, Händel of Beethoven

Carillon als deel van de stad

‘Met oude barokmuziek komt het instrument het best tot zijn recht. De moderne nummers zijn niet mijn specialiteit, maar ik speel ze wel. Ik richt me op een breed publiek. Het carillon is deel van de stad en daar houd ik rekening mee. Ik zit hier niet voor mezelf te spelen. Bovendien zit er een mooie uitdaging in om moderne muziek te vertalen naar het carillon. Ik vind het leuk om als beiaardier de grenzen op te zoeken en dat aan de mensen op straat te laten horen. Wat is er mogelijk op het instrument? Er kan veel, maar soms lukt het niet. Als er geen echte melodie in de muziek zit, wordt het lastig. Instrumenten als gitaar of luit laten zich het best vertalen naar een carillon.’

Om iedereen zoveel mogelijk ter wille te zijn, vraagt Auke zowel oude als nieuwe inwoners wat ze graag willen horen. ‘Door te voldoen aan verzoekjes is het carillon ook van hen. Mensen vragen me bijvoorbeeld om minimal music te spelen of om ook eens iets Frans in plaats van altijd Engels ten gehore te brengen. Dan speel ik Les feuilles mortes van Yves Montand of Bruxelles van Jacques Brel en stel ik die inwoner ook weer tevreden. Jongeren voeden mij eveneens regelmatig met hun actuele muziekkeuzes, omdat ik naast stadsbeiaardier ook muziekdocent op de Christelijke Scholengemeenschap Liudger in Drachten ben en de leerlingen daar met suggesties komen.’

Big Ben in Groningen

Naast het carillon draagt Auke ook zorg voor de automatische speeltrommel die midden in de ruimte staat. Voor elke uurslag en elk kwartier klinkt eerst een melodie. Van oudsher werd dit gedaan om mensen erop te attenderen dat de klok ging luiden. Als dat onaangekondigd gebeurde, vergaten ze soms de slagen te tellen. De beiaardier zet om de drie á vier maanden nieuwe melodieën op de speeltrommel. Op dit moment zijn dat op het hele uur het Lutherlied Ein Feste Burg en op het halve uur een zelf bedachte variatie op het Big Ben-motief. ‘Daar heb ik voor gekozen, omdat de klokken van Westminster de komende jaren stil zullen zijn vanwege een grote renovatie. Bij ons in Groningen is het bekende motief wél te horen. De Big Ben heeft maar vijf klokken en hier zijn het er 52, dus dat klinkt heel anders.’ Op de beide kwartieren kondigen Groningse volksliedjes de uurslag aan. Auke plaatst de partituur opengeslagen op de lessenaar en zet het dakraampje boven zijn hoofd open, zodat hij de klokken, hoog boven hem in de open lucht, goed kan horen. Dan begint hij te spelen. Ferm slaat hij op de stokken. Veel mimiek in zijn gezicht. Een blik die vertelt dat hij het nog elke keer machtig vindt om iets te spelen dat tot in de wijde omtrek hoorbaar is.  

Een eerlijk instrument

Auke was van jongs af gefascineerd door klokken, maar toch was het niet het carillon waar hij als kind dromerig naar opkeek. ‘Ik groeide op nabij de Vliegbasis Leeuwarden en hoorde de hele dag vliegtuigen boven mijn hoofd. Ik wilde dus graag piloot worden. Later veranderde dat. Ik ging kerkmuziek aan het conservatorium studeren
en ben daarna, naast mijn werk als muziekdocent, nog vijf jaar naar de Beiaardschool in Amersfoort gegaan.’
Auke is inmiddels een bekend gezicht in de wereld van beiaardiers. Hij begon in 1996 als beiaardier van het Academiecarillon van de Universiteit Groningen en is ook stadsbeiaardier van Dokkum. Hij bespeelde bij festivals en concerten nog veel andere carillons in Nederland, zoals dat van de Domtoren en de Sint Jan in Den Bosch. ‘Je merkt dan de verschillen met het carillon van de Martinitoren. Dat openbaart zich over de stad heen. Veel andere steden hebben gesloten klokken, waardoor het anders en zachter klinkt. De Sint Jan is echt een romantisch carillon van begin 20ste eeuw. Dat van de Martinitoren is open en nuchter. Een eerlijk instrument,’ zegt hij met een zweem van trots. Hoewel Nederland veruit de meeste klokkentorens en maar liefst 200 beiaardiers heeft, geeft Auke regelmatig concerten in het buitenland, vooral in Japan en Amerika. ‘In Amerika is het instrument populair op universiteiten. Ik heb bijvoorbeeld gespeeld op Princeton, Yale en Arlington. Vooral Arlington is een prachtige plek. Tijdens het spelen heb je uitzicht op de begraafplaats Arlington en het Pentagon.’ 

Iedereen luistert mee

Auke maakt zich weer gereed om verder te spelen. ‘En dan nu een salonmuziekje, een niemendalletje.’ Zwierig bedient hij het paneel. Bij de herhalingen slaat hij geestdriftig een pagina terug. Daarna een Bolero ter ere van de afgezette Catalaanse president Puigdemont. ‘Op 1 juli heb ik toevallig een ontmoeting met hem gehad tijdens een
congres in Barcelona.’ 

‘En nu nog iets voor het volk!’ Auke zoekt naar een paar stukken die hij recentelijk nog niet heeft gepeeld. Het worden Que sera, sera en The rose. Tot slot speelt hij een medley van Bach, met het zachtmoedige Air uit de derde orkestsuite. De troostrijke tonen boren gaten in de kille mist.

Na zijn spel is het stil. Geen applaus, geen we want more. Het lijkt eenzaam daarboven, maar tegelijkertijd ook veilig, daar hoog boven de stad. Geen concertzaal vol verwachtingsvolle hoofden, geen podium dat je in vol ornaat moet betreden. Volgens Auke zijn de verschillen desondanks niet zo groot. ‘Zelfs de meest ervaren beiaardier kan erg zenuwachtig voor een optreden zijn en dan toch de sterren van de hemel spelen. Je communiceert met de stad. Iedereen luistert mee. Hoewel je je publiek niet ziet, is het spannend om voor het eerst te spelen. Die plankenkoorts heb ik in het begin ook gehad.’  

Tot in de puntjes verzorgd

Dat het publiek er voor Auke wel degelijk is, blijkt uit zijn onberispelijke outfit die tot in de puntjes verzorgd is. ‘Een beetje cachet vind ik belangrijk. Ik kan natuurlijk in mijn oude kloffie naar boven gaan, maar dat doe ik liever niet. Er hangen tegenwoordig camera’s, dus mensen kunnen mij beneden zien spelen. Bovendien komen ze soms ook boven kijken. Dan zie ik er graag netjes uit,’ vertelt hij. Vaak hoort hij later van de VVV-medewerkers die beneden zitten wat zijn toehoorders ervan vonden. ‘Ze kunnen me ook mailen. Dan geven ze complimenten of vragen ze naar de naam van een muziekstuk dat ik speelde. En soms klagen ze ook. Bij het Academiecarillon van de Universiteit had ik Summertime van George Gershwin op de speeltrommel gezet. Het stond er maar twee weken op en toch mailde iemand dat het hem begon te vervelen. Ik heb het er meteen afgehaald. Als een liedje te bekend is, gebeurt dat. Dan wordt het sneller hinderlijk als je het weken achtereen hoort. Daarom schrijf ik rondom Kerst steeds een ander arrangement voor Stille nacht. Het klinkt daardoor net even anders.’

Op de top van de toren

Als Auke klaar is met spelen, wil hij nog even naar de hoogste trans die via een houten trap en openslaand luik bereikbaar is. Daar tuurt hij uit over de stad en merkt peinzend kleine veranderingen op. De bibliotheek die op deze mistige dag de zonneschermen omlaag heeft getrokken. Een onhandig geplaatste hijskraan. Rondom de imposante klokken, die zojuist nog op volle kracht klonken, is een hoog ijzeren hekwerk geplaatst. De Boer vindt dat jammer. ‘Maar helaas ook noodzakelijk, omdat mensen vaak aan de draden zaten, die vervolgens konden breken.’ Hij zou willen dat de speelcabine met zijn carillon hier op de top van de toren kwam te staan. ‘De klokken kunnen dan naar de buitenkant worden geplaatst, meer naar de stad toe. Het geluid zou dan zoveel mooier zijn,’ mijmert hij. ‘Ik hoop dat het er ooit van komt.’

Magazine
  • Marloes de Moor
  • Max de Krijger, iStock