Lifestylemagazine over Noord-Nederland

De boswachter vertelt: de mooiste plekjes van Vlieland

Stairs towards the lighthouse of the Frisian Island of Vlieland.

Tekst: Marloes de Moor | Fotografie: iStock

Dit artikel verscheen in Noorderland 2020-4

Boswachter Anke Bruin-Kommerij zet zich al jaren met hart en ziel in voor de natuur op Vlieland. Met aanstekelijk enthousiasme deelt ze haar kennis en verhalen over het eiland dat haar zo dierbaar is. Over bijzondere vogels, magische duintoppen, heerlijke geuren, zilte zeekraal en natuurgeheimen. Elk jaar weer hangen jong en oud aan haar lippen.

Anke Bruin-Kommerij wandelt met haar hond over het zandstrand van Vlieland. Hoe verder ze westwaarts loopt, hoe stiller het wordt. Windstil, lenteblauwe lucht, geen mens te bekennen. Anke is boswachter, maar niet zo één die de hele dag tussen hoge, donkere stammen loopt. Ze heeft niets tegen bomen, maar het moeten er niet te veel bij elkaar zijn. ‘Eigenlijk hou ik het meest van de zee en het strand. Zodra ik vrij ben, ga ik een paar uur met de hond naar het strand. Tussen de bomen voel ik me zo ingesloten. Ik wil graag naar de horizon kunnen koekeloeren.’

Lopen tot je niet meer kunt

Ze houdt haar pas in bij de waarschuwingsborden die het militair oefenterrein markeren. ‘Levensgevaarlijk. U nadert een schietgebied voor vliegtuigen’ staat daar in zwarte letters op. De rode vlag hangt uit. Dat betekent dat de Vliehors, een indrukwekkende, uitgestrekte zandvlakte op het westelijk deel van het eiland, is afgesloten voor bezoekers. Vliegers van de Koninklijke Luchtmacht oefenen er met munitie en explosieve ladingen. Veel te gevaarlijk voor wandelaars.

In het weekend is de Vliehors, wél toegankelijk. Dan kun je lopen tot je niet meer kunt. Naast je niet anders dan de rollende branding, de roep van een zeevogel, het zachte ploffen van je voetstappen in het zand.

In de verte moedigt de vuurtoren van Texel de wandelaar aan: kom dichterbij! Onderweg de sporen van de zee: wrakhout, kluwen touw, schelpen, zee-egels, krabben, een gestorven meeuw met rafelige vleugels. Halverwege wacht het witte drenkelingenhuisje op hoge houten poten. Tien kilometer lopen is het tot de punt van het eiland. Wie dat volbrengt, ziet aan de overkant, ogenschijnlijk op zwemafstand, Texel liggen.

Bij helder weer zijn zelfs het strandpaviljoen en de wandelaars goed waar te nemen. In het hoogseizoen legt het waddenveer De Vriendschap aan bij de eenvoudige, houten steiger en brengt badgasten van Texel naar Vlieland en andersom. Anke komt graag op de Vliehors. Vroeger als jonge vrouw al. ‘We gingen er met de trekker heen en bleven er soms een weekend hangen met vrienden. Eten en drinken mee, samen genieten van de zomer,’ vertelt ze.

Smoorverliefd op Vlieland

De liefde bracht de geboren Amelandse tientallen jaren geleden naar Vlieland. Nee, niet de liefde voor bergeenden, tapuiten of aalscholvers, niet voor welke natuur dan ook. Tóen nog niet. ‘Welnee joh!’ lacht Anke. Het was Dirk Bruin, diskjockey van café-dancing De Witte Zeeman in de Dorpsstraat - tegenwoordig Podium Vlieland - die haar naar het eiland lokte. ‘Smoorverliefd was ik. Ik wilde niets liever dan bij hem wonen. Op mijn 24ste verhuisde ik dan ook naar Vlieland. Uiteindelijk zijn we getrouwd. Ik noem het altijd een uit de hand gelopen vakantieliefde waar ik nooit spijt van heb gehad.’

De liefde voor de natuur en het schitterende eiland kwamen pas in tweede instantie. ‘Als je jong bent, sta je daar niet zo bij stil. Maar ik denk nu dat ik dat gevoel van huis uit heb meegekregen. Mijn vader was dierenarts op Ameland. Ik was als kind veel buiten in de natuur, speelde volop in de duinen tegenover ons huis. Het was een heerlijke jeugd.’

Gastvrouw van het eiland

Anke deed een opleiding voor jeugd -en welzijnswerk, maar daarmee kon ze op Vlieland weinig beginnen. ‘Er waren op het eiland niet zo veel moeilijk opvoedbare jongeren. Maar er moest wel brood op de plank komen. Dus ik werkte op de boot in de bediening, in de horeca en achter de balie bij VVV Vlieland. Ik deed een IVN-cursus voor natuurgids en organiseerde af en toe excursies vanuit waddencentrum De Noordwester. Zo kwam ik uiteindelijk bij Staatsbosbeheer terecht.’

Anke werd beheerder van natuurkampeerterrein de Lange Paal van Staatsbosbeheer en combineerde dat met excursies en bosbeheer. ‘Dat beviel me goed. Ik vond het leuk om gastvrouw te zijn en de mensen te vertellen over de omgeving en de dieren en vogels die er leven. Daarnaast leerde ik als boswachter steeds meer bij en volgde een cursus motorzagen en bosmaaien. Dat werk heb ik heel lang met veel plezier gedaan.’

Veel vaste eilandgasten kennen daardoor haar gezicht. Inmiddels heeft Anke zich toegelegd op het organiseren verschillende natuurexcursies, voorlichting en promotie en het schijven van blogs. Als ambassadeur van Vlieland kreeg zij in 2018 zelfs een plekje in een eregalerij met borstbeelden van Friezinnen. De beelden zijn te zien in Leeuwarden.



Anke werkt samen met nog drie vrouwelijke en vier mannelijke boswachters van Staatsbosbeheer. Haar collega Frederika Breijer is tegenwoordig beheerder van kampeerterrein de Lange Paal. Maar Anke springt nog altijd bij als Frederika vrij of ziek is. ‘Ik kan het contact met de gasten nog steeds moeilijk missen, dus dat blijf ik graag doen!’

Schapen en Schotse hooglanders

Zo’n drie keer per week trekken Anke en haar collega’s Herman Vogel en Pieter Schaper er op uit om bezoekers rond te leiden op Vlieland. De excursies variëren van informatieve uitjes tot duinexcursies en wandeltochten door de Kroon’s Polders. Tijdens deze tochten vertelt Anke over alles wat onderweg te zien is: vogels, plantjes, het begrazingsgebied met de Schotse Hooglanders en de Soay-schapen, het ontstaan van het natuurgebied, de samenhang in de natuur en hoe de voedselketen daar effect op heeft.

‘Een voorbeeld is de bergeend, een sierlijke eend met een knalrode snavel en de tapuit, een kleine zangvogel. Je kunt de bergeenden bij laag water goed zien vanuit de vogelkijkhut in Bomenland bij Dodemansbol. Ze broeden het liefst in verlaten konijnenholen. Maar helaas gaat het op Vlieland niet zo best met de konijnen. Dat heeft te maken met verschillende ziektes, zoals myxomatose, maar ook met de verruiging en verbossing van de duinen, waardoor een dik graspakket ontstaat. Daar houden konijnen niet van, met als gevolg dat de konijnenstand terug loopt.

Dat is weer geen goed nieuws voor de tapuit en de bergeend, omdat er voor hen minder nestgelegenheid is. Het is daarom belangrijk dat de konijnen blijven. Omdat ze niet van ruige gebieden houden, maaien we op open plekken en laten we er Schotse Hooglanders en Soay-schapen grazen. Zo voorkomen we dat de plekken dichter begroeid raken en konijnen zich er niet meer thuis voelen.’

Staatsbosbeheer doet dat ook om het duingebied aantrekkelijk te houden. ‘Het duin vergrast de laatste jaren snel. Dat komt mede door de stikstofuitstoot. In het regenwater zit kunstmest en dat is slecht voor het duin. Hierdoor ontstaan steeds meer struiken en saaie grasachtige duinen. Dat willen we niet. Het duinlandschap hoort bij Vlieland. We doen er dan ook veel aan om dat te behouden. De begrazing van Soay-schapen en Schotse Hooglanders helpt goed. Een andere methode is chopperen, een tussenvorm van maaien en plaggen. Zo kunnen we het duin afmaaien tot het kaal is. Je ziet nu dat het helm weer groeit in duinvalleien en dat de duinplanten terugkeren.’

Magische plek op Vlieland

Anke tuurt omhoog. Een groep aalscholvers doorkruist de lucht ‘Die zijn op weg naar de Kroon’s Polders. Ze broeden er op de grond. Normaal doen ze dat in de bomen, uit angst voor vossen. Maar op Vlieland zijn geen vossen, waardoor ze gewoon op de grond kunnen gaan zitten. Bijzonder dat ze dat klaarblijkelijk weten.’ Vlieland heeft daarnaast zo’n 200 broedparen lepelaars op tien verschillende broedplekken. ‘Voor vogelliefhebbers is er veel te beleven. Het is ook elk voor-en najaar weer prachtig om de duizenden trekvogels te zien neerstrijken of vertrekken.’

De wandeling rondom de Kroon’s Polders is volgens Anke echt een aanrader. ‘Die tocht gaat over een sluippaadje door een gebied, waar meer dan 60 vogelsoorten broeden. Vanaf de dijk heb je een mooi uitzicht over de Vliehors. Vooral in het voorjaar, als alles in bloei staat, is het er zo mooi. Deze wandeling is geweldig om in de zomer op blote voeten te lopen. Tijdens mijn excursies moedig ik mensen altijd aan alle zintuigen te gebruiken. Je ruikt de kamperfoelie, proeft de zeekraal en het lamsoor in de kwelders, hoort de nachtegaal en de blauwborst zingen, ziet de duindoorn, het struweel en de vlinders.’

Als Anke eenmaal begint over haar lievelingsplekken op Vlieland, weet ze niet meer van ophouden. Want hoe klein het eiland ook is, er zijn zó veel mooie plekken. ‘Zelf kom ik graag bij het begrazingsgebied achter natuurkampeerterrein de Lange Paal. De Rug van het Veen heet dat. In dat duingebied achter het bos vind je diepe stuifkuilen. Daar beklim ik regelmatig een van de hoogste duintoppen. Daar zit ik uren bovenop in alle stilte om me heen te kijken. Een magische plek.’

Nog zo’n fraai natuurgeheim dat Anke wel wil verklappen: Achter Neele Meu’s Hol. Dat is het heideveldje tussen camping Stortemelk en de jachthaven. ‘Er groeien cranberries en je vindt er het vleesetende plantje de zonnedauw. In de herfst komen er veel gasten om cranberries te plukken.’

Waddeneiland-gevoel

Anke houdt van de afwisseling in haar werk en op het eiland. ‘Het wordt daardoor geen moment saai. Ik leef met de seizoenen, die elk hun eigen schoonheid hebben. De rust die weerkeert na een drukke, warme zomer, de prachtige kleuren in de herfst, de stille winter, De bloei in het voorjaar. Je komt ook altijd wel weer nieuwe dingen tegen, hoe lang je hier ook woont.’

Dat geldt ook voor de toeristen. Zo is Staatsbosbeheer op dit moment bezig om nieuwe trappen en paden aan te leggen rondom het 43 meter hoge Vuurboetsduin. De huidige trap wordt doorgetrokken tot bovenaan de vuurtoren (die buigt nu nog af naar het bos). Op die plek komt een picknickbank, zodat je met je rug tegen de vuurtoren van het uitzicht kunt genieten. Aan de noordzijde komen ook twee uitzichtpunten met lange eikenhouten banken. De bedoeling is dat de herinrichting eind mei klaar is. Bezoekers kunnen zich alvast verheugen op deze klim met spectaculair uitzicht.

Tijdens haar excursies spreekt Anke regelmatig gasten die op alle Waddeneilanden zijn geweest en Vlieland als laatste bezoeken. ‘Ze zeggen dan altijd dat Vlieland het best past bij wat ze van een eiland verwachten. Het heeft het echte Waddeneiland-gevoel. Je stapt de boot af, loopt de kade over en bent meteen in het dorp. Geen landbouw, geen polders, veel duinen. Na een half uurtje ben je al helemaal alleen. Heel anders dan Texel, Terschelling of Ameland. Ze hebben dus het mooiste voor het laatst bewaard.’