Gronings oudste eendenkooi krijgt grandeur terug

Hier, op het Hoge Land, gaat geen wilde eend, smient of taling meer “de pijp uit” in de eendenkooi.
eendenkooi

Dit artikel verscheen in Noorderland 2017-3.

Fonkelnieuwe rietschermen lichten goudgeel op in de ochtendzon. Herstelde vangpijpen. hernemen hun posities in de plas: tentakels zonder prooi. Want hier, op het Hoge Land, gaat geen wilde eend, smient of taling meer “de pijp uit”. En tóch krijgt de Wytsemakooi z’n oude glorie terug. De oudste eendenkooi van Groningen transformeerde tot cultuurhistorische parel voor publiek, een paradijsje in het landschap.

Noordelijk Groningen. Kale kleigronden waar de oostenwind op gure dagen ongenadig koud kan zijn. Strak belijnde wegen die steeds leiden naar een messcherpe horizon. In de verte de donkere contouren van een sinister lappenmens, bedoeld om vogels af te schrikken. Een biddende sperwer, wankelend op de wind. Een tractor met een sliert meeuwen daarachteraan, als een visserskotter op het boerenland. Achter de dijk het vermoeden van zee en zilt. En dan, te midden van die uitgestrekte leegte een mysterieus eeuwenoud bosje: de Wytsemakooi in Uithuizermeeden. Al 350 jaar vormt deze eendenkooi een vast baken in het landschap. Nooit meegegaan in de ruilverkaveling en daardoor altijd bewaard gebleven.

Hel en verdoemenis

De ruigste jongens van het dorp haalden in de wijde omtrek wilde fratsen uit, maar één plek in de hen zo vertrouwde landstreek lieten ze met rust. De Wytsemakooi. Dáár naar binnen gaan was zo streng verboden dat je rampen over je afriep als je het toch deed. Hel en verdoemenis betekende dat. Rond een eendenkooi gold van oudsher het afpalingsrecht, dat anderen verbiedt om binnen een bepaalde straal bij de kooi te komen. Het zou de eenden kunnen verstoren. Ook nadat de laatste kooiker in 1969 vertrok, was de eendenkooi geen plek waar veel mensen zich vertoonden. Bewoners uit de nabije omgeving wisten soms niet eens van het bestaan af. Wie wel op de hoogte was en erover peinsde de kooi te betreden, werd daarvan weerhouden door het bord Kwetsbaar gebied. Verboden toegang dat Natuurmonumenten aan de voet van het weiland aan de Meneersweg plaatste. Dit jaar moet daarin verandering komen. Natuurmonumenten blaast de Wytsemakooi nieuw leven in en herstelt hem gedeeltelijk in oorspronkelijke staat. Daarna zal hij, het broedseizoen uitgezonderd, worden opengesteld voor excursies en educatieve doeleinden.

Eendenkooi in vroeger tijden

Eenden kunnen er eveneens met een gerust hart vertoeven, want een vangkooi zal het niet meer worden. ‘De vergunning is eraf en bovendien ligt de zeedijk inmiddels 3 kilometer van de kooi. Dat is te ver en niet meer op de trekroute van wilde eenden,’ vertelt John Dijkema, boswachter van Natuurmonumenten. 

Vroeger was dat heel anders. De Wytsemakooi, die behoorde tot het bezit van de Rensumaborg, was een zeekooi die slechts 375 meter van de dijk lag. Wilde eenden, smienten, talingen en pijlstaarten dachten daar een heerlijk beschut plekje te vinden, maar kwamen, eenmaal binnen, bedrogen uit. Daar wachtte hen een wisse dood. De wilde soorten werden door de kooiker met tamme eenden naar de plas gelokt. Kooiplas en vangarmen lagen verborgen achter een wal waar ook de kooiker en zijn hondje zich verschansten. In de vangpijpen werd voer gestrooid. De “makeenden” waren zo afgericht dat ze zichzelf ijlings uit de zwemvliezen maakten, zodra ze de wilde eenden in de vangpijpen hadden gekregen. Het kooikershondje joeg de wilde eenden verder de pijp in, waar ze hun noodlot tegemoet zwommen. Hier komt de uitdrukking “de pijp uitgaan” vandaan. De kooiker draaide de eenden vervolgens de nek om of gaf ze een dodelijk prikje in hun kop. Ze werden gebruikt voor consumptie. Hans Straat, de laatste kooiker die in 1969 nog actief was, verkocht ze voor 3,50 gulden aan een poelier in Groningen.

De wal rondom de zeekooi was niet alleen bedoeld om de kooiker en zijn hondje uit het zicht te houden, maar ook als bescherming tegen de zee die onder invloed van het getij dichtbij kon komen. Met soms fatale gevolgen. Bij een stormvloed in 1717 en de Kerstvloed in 1730 was het noodweer zo bar en boos dat de golven de kooi zwaar beschadigden en de kooiker daarbij verdronk.

Herstel van oeroude kooi

Dik 250 jaar verder, met de waddendijk als een verre streep aan de horizon en de voorbijrijdende auto’s op de smalle Meneersweg, is dat nauwelijks meer voor te stellen. Eenmaal binnen in de kooi is de geschiedenis pas voelbaar. Een indrukwekkende stilte. Oeroude natuur, eeuwenlange humusvorming,  dichte bosjes en bomen waar een betoverende verzameling diersoorten zich graag schuilhoudt: buizerds, haviken, smienten, steenuilen, bruine kiekendieven, reeën, vossen en vleermuizen.

Trots toont boswachter John Dijkema de vorderingen van het herstel. Een forse klus, want in 20 jaar was er niets meer gebeurd aan de kooi. ‘Het terrein was dichtgegroeid en overwoekerd met brandnetels en bramenstruiken. De sloot was hierdoor niet meer zichtbaar. We hebben veel struiken met wortel en tak gerooid, esdoorns en wilgen gekapt en slechte bomen eruit gehaald,’ vertelt Dijkema. 

De kooiplas is uitgebaggerd, waardoor er weer water in staat. ‘Doordat de begroeiing is weggehaald, is nu goed te zien dat de Wytsemakooi een driehoekige vorm heeft, met in elke poot twee vangarmen. Dat is bijzonder. De meeste eendenkooien zijn vierkant,’ legt Dijkema uit. Zowel de vangarmen als de vanginrichting worden aan één kant van de kooi zo natuurgetrouw mogelijk nagebootst. ‘De andere kant laten we zoals die was, zodat mensen kunnen zien wat er gebeurt als je de natuur zijn gang laat gaan.’ 

Een spannend karwei

Natuurmonumenten herstelt twee van de zes vangarmen in oorspronkelijke staat, zodat bezoekers kunnen zien hoe de kooi er vroeger uitzag en functioneerde. Markeerpaaltjes geven aan waar de originele beschoeiing heeft gestaan. ‘Met behulp van een ervaren eendenkooiker zijn we erachter gekomen hoe de vangarmen precies gelopen hebben.’ 

Een spannend karwei voor de mannen van het loon- en grondverzetbedrijf dat de klus kreeg. ‘Deze mannen komen uit Uithuizermeden, maar geen van hen wist van het bestaan van de eendenkooi. Naarmate ze er meer over te weten kwamen, raakten ze steeds enthousiaster,’ vertelt Dijkema.

De kooiker wees de werklieden de juiste plek aan. Door onder water te prikken ontdekten zij de paaltjes en een plank van de originele wand. ‘Precies op die plek komt de nieuwe beschoeiing. Ook de vanginrichting wordt weer net zo in elkaar gezet als hij was. Niet meer om eenden te vangen, maar om te laten zien hoe zoiets eruit zag en hoe het werkte.’

Tapijt van sneeuwklokjes

Bijzonder was ook de vondst van het looppaadje van de kooiker en zijn hondje. Het pad is geheel gereconstrueerd. Gaten tussen de kale bosschages en bomen bieden zicht op de eindeloze landerijen. Op loopafstand tekent zich tegen de grijze lucht een woonterp met enkele bomen af. Daar stond vroeger het kooikershuis. Omdat de eendenvangst niet altijd genoeg opbracht, had hij in de wei eromheen wat koeien grazen als extra bijverdienste. Eén van de Wytsemakooikers kwam ooit op het idee om sneeuwklokjes te gaan kweken. Met de verkoop van de bolletjes viel aardig wat geld te verdienen. Een gedeelte van de eendenkooi is daardoor nog elk voorjaar bedekt met een wit tapijt van sneeuwklokjes.

Liefhebbers van de eendenkooi maakten vóór het herstel van de Wytsemakooi jaarlijks de zogenoemde sneeuwklokjes-wandeling onder leiding van de markante natuurgids Chiel Ording, voorzien van een Raspoetin-achtige baard. Regien Bosman (72) uit Loppersum liep vijf jaar geleden voor het eerst mee. ‘Ik was helemaal ondersteboven van dat bezoek. Toen we erheen liepen was de groep nog druk aan het praten, maar eenmaal binnen werd iedereen vanzelf stil. Het was alsof ik een sprookje binnenstapte. De stilte, de beslotenheid,’ vertelt Bosman. ‘De volgende dag ben ik er stiekem weer heen gegaan om het nog een keer alleen te kunnen ervaren.’ 

Plekje in haar hart gesloten

Sindsdien heeft ze de Wytsemakooi in haar hart gesloten. ‘Dat heeft ook met mijn jeugd te maken. Ik groeide op in de IJsselvallei waar dezelfde oeroude bosjes waren. Met vriendjes fietste ik daarheen om hutten te bouwen. Soms zat ik er ook alleen. Het was een plek waar ik me gelukkig voelde. Als ik in de Wytsemakooi sta, krijg ik precies datzelfde gevoel. Dan ben ik terug in de tijd, komen de herinneringen boven. Hierdoor voel ik een diepe verbondenheid met die plek. En dat terwijl ik eerst niet eens wist wat een eendenkooi was!’ 

Als vrijwilliger van het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) houdt Bosman zich intensief bezig met het wel en wee van de Wytsemakooi en brengt ze hem graag onder de aandacht van andere Groningers. ‘De sneeuwklokjeswandelingen begonnen met een groepje van zo’n acht mensen uit de buurt. Op een gegeven moment waren het er bijna 50. Het is beslist niet de bedoeling dat de Wytsemakooi een toeristische attractie wordt,’ benadrukt ze. ‘Maar ik vind het wel goed dat straks meer mensen ervan kunnen genieten. Dat we zo dichtbij huis zo’n mooi sprookje hebben is toch heel bijzonder.

Laatste nieuws