Een winternacht op de vuurtoren

Het KNMI heeft code geel afgekondigd. Zuidwesterstorm, windkracht 9. Schiermonnikoog zet zich schrap.

Dit artikel verscheen in Noorderland 2017-1.

Tekst Marloes de Moor | Fotografie Guus Mahler (guusmahler.com) & Johan van der Wielen

Het KNMI heeft code geel afgekondigd. Zuidwesterstorm, windkracht 9. Schiermonnikoog zet zich schrap. Ruwe windvlagen en slagregens jagen wandelaars, diep weggedoken in hun capuchons, naar binnen. Gelukkig houdt Benno Sikkema de wacht op het eiland. Hoog op zijn post, 44 meter boven de zeespiegel, in die stoere rode vuurtoren. Waar hij over de veiligheid van het scheepvaartverkeer waakt. Noorderland tuurde mee over zee tijdens de nachtdienst. 

Haastig vluchten eilandgasten binnen bij Hotel van der Werff of Hotel Graaf Bernstorff, midden in het dorpshart. Deuren klepperen achter hen dicht. De buschauffeur stopt op plekken waar geen halte is, maar wel een oprit naar een huis, zodat passagiers de storm slechts tien stappen hoeven te trotseren. Op het strand is het een woestenij van zee, storm, stuifzand en regen. Toch zegt Benno Sikkema (52): ‘Ik verwacht dat het rustig blijft vanavond.’ En de vuurtorenwachter - officieel “nautisch verkeersleider” - krijgt gelijk. De wind kalmeert. 

De hoogte in: 126 traptreden

In een mild briesje fietst Sikkema vanuit het dorp naar de vuurtoren. Als hij afslaat naar het Vuurtorenpad komt de rode, bakstenen Noordertoren steeds meer in zicht. Elke keer verscherpt de felle lichtbundel de contouren van het pikdonkere pad. Voor de sierlijke, boogvormige ingang remt Sikkema af. Hij opent een monumentale, groene deur. Binnen parkeert hij zijn fiets. Zijn stem galmt in de holle ruimte. Dan gaat hij de 126 gietijzeren traptreden op, wentelend de hoogte in. Elke dienst weer. Sikkema is het gewend. Zonder buiten adem te raken bereikt hij de kleine, ronde ruimte boven in de toren. Die is schaars verlicht, zodat de radarschermen en de lichtjes buiten goed zichtbaar zijn. 

‘De toren schudde behoorlijk vandaag,’ merkt zijn collega op, nauwelijks onder de indruk van die situatie. Zijn dienst zit erop en hij draagt het werk aan Sikkema over: ‘Een paar wadvissers hebben al gebeld om te zeggen dat ze uitvaren. Ze durven het wel aan nu de storm is gaan liggen.’ Sikkema knikt. Gewoontegetrouw trekt hij zijn schoenen uit. Zijn collega wenst hem een goede wacht en begint aan de 126 treden terug naar beneden. Langzaam sterven zijn voetstappen weg in de koker. Sikkema richt zich op de schermen, bekijkt de actuele waterstanden. ‘Een verhoging van 84 centimeter,’ ziet hij. Bij verwachte waterstand van 2.90 boven NAP moet Sikkema de bedrijven op het haventerrein van Lauwersoog waarschuwen, zodat ze maatregelen kunnen treffen. ‘Dat zal nu niet nodig zijn. Zo hoog komt het water vannacht niet.’

Turen in de zwarte nacht

Aan de wand tikt een klok, boven hem zoemt het draaiende optiek in het lichthuis. Om hem heen overal de duisternis. Pas als hij gaat staan, kan hij in de verte de skyline van Lauwersoog zien. Aan de Noordzeekant een booreiland en verlichte boeien. En aan weerszijden van Schiermonnikoog de knipperende vuurtorens van buureilanden Borkum en Ameland. Elke toren heeft zijn eigen lichtkarakter, zodat de schipper niet alleen op de radar maar ook met het blote oog kan zien bij welke plaats hij in de buurt is. Af en toe pakt Sikkema zijn verrekijker en tuurt in de zwarte nacht. Het is heel wat anders dan het besturen van een stadsbus in Leeuwarden, zoals Sikkema nog maar vier jaar geleden deed. Omdat hij iets nieuws wilde gaan doen stopte hij na 24 jaar met dat werk en gooide het roer drastisch om. ‘Ik kwam bij Rijkswaterstaat terecht, waar ik de opleiding voor nautisch verkeersleider kon doen. Dat paste wel bij mij, omdat ik altijd veel heb gezeild en gevaren. Ik dacht aan een baan als brugwachter of sluiswachter, totdat deze vacature op de vuurtoren voorbij  kwam. Dat leek me meteen fantastisch.’

Sindsdien bewaakt Benno Sikkema, afgewisseld door vijf collega’s, het Lauwers-meer, de Noordzee en de Waddenzee vanaf halverwege Ameland tot de Wester-eems. Tijdens zijn diensten krijgt Sikkema meldingen binnen, geeft hij informatie, heeft contact met loodsen, houdt toezicht over het gebied en zorgt ervoor dat schepen veilig hun havens bereiken. ‘Ik heb te maken met baggerschepen, schelpenzuigers, vrachtschepen, vissers en pleziervaart. Er kan van alles gebeuren: brand in de machinekamer, een uitgevallen motor, een visnet in de schroef, opvarenden die te water zijn geraakt of vastgelopen schepen. Maar ook kitesurfers, kajakkers of wadlopers die in de problemen zijn gekomen. In zo’n geval waarschuw ik de Kustwacht en regel ik de hulpdiensten, de KNRM, een berger of meer partijen tegelijk. Mensen kunnen in zo’n geval erg in paniek raken.’ 

Altijd de kalmte bewaren

Sikkema herinnert zich een dag met windkracht 6 en flinke golven. Hij kreeg een doodsbang meisje aan de telefoon. ‘Ze zat met haar vader op een zeilschip. “Mijn vader moet dit ook niet meer doen. De golven zijn zo hoog!” riep ze. Ik adviseerde haar om in de richting van een grote betonnen paal in zee te varen, zodat ze bij het Westgat kwamen, de vaarweg naar Lauwersoog. Intussen zou ik ze goed in de gaten houden. Zo kon ik ze geruststellen totdat er hulp kwam.’ Het is een belangrijk deel van zijn werk: mensen helpen om de kalmte te bewaren terwijl ze in nood op hun schip zitten. 

Nog regelmatig denkt hij terug aan een Fransman die met zijn zeilboot was vastgelopen op het Lauwersmeer en die werd losgetrokken door een berger. ‘Volgens de berger was die man een beetje een “verstrooide professor”. Hij was met een slecht onderhouden scheepje onderweg naar Scandinavië. Twee dagen later, op 15 februari, voer de Fransman door het Westgat naar zee. Een hachelijke onderneming met windkracht 5 en 2 graden Celsius op de thermometer. Ik besloot daarom het scheepje te volgen. Alles leek goed te gaan. Totdat ik op 17 februari een melding kreeg dat er een zeilschip vastlag bij Simonszand. Dat kan niemand anders zijn dan die Fransman, dacht ik. Vanaf het Kustwachtcentrum nam toen een helikopter poolshoogte, en men meldde dat alles goed was.’ 

Maar op 23 februari lag het scheepje er nog. Sikkema vertrouwde het niet. Hij vroeg zich af wat die man in zulke weersomstandigheden deed op zo’n plek; Simonszand, een kale plaat vol met zeehonden. ‘Weer werd
een helikopter gestuurd en mijn gevoel was juist. Het scheepje lag op Simonszand. Kapot, met de mast eraf. De Fransman werd zwaar onderkoeld naar het ziekenhuis gebracht. Ik ben blij dat ik mijn gevoel toen heb gevolgd, anders had deze man het waarschijnlijk niet overleefd. Inmiddels was er ook contact geweest met de Franse ambassade. Het adres dat hij had opgegeven bleek het adres te zijn van de daklozenopvang.’ 

Windkracht, neerslag, waterhoogte

Op een lager gelegen verdieping klinkt het geschraap van een printer. Sikkema sprint naar beneden om zijn weer- en scheepvaartbericht op te halen. Om de twee uur leest hij dat namens de Zeeverkeerspost Schiermonnikoog voor. Hij geeft informatie over onder meer de windkracht, de neerslag, waterhoogte en eventuele bijzonderheden. Opvallende zaken houden Sikkema en zijn collega’s bij in een logboek. Hij doet een oproep via de marifoon: ‘Rix Pacific, this is traffic center Schiermonnikoog. Will you change to channel 19 for the pilot?’ ‘Soms kan de loods geen contact krijgen met een schip. Dan vraagt hij mij om dat te doen.’ Hij scrollt op een ander scherm naar het programma Vesselfinder. ‘Het is een vrachtschip uit Letland, op weg naar Eemshaven.’ Vaak zoekt Sikkema een schip of een bestemming nog even op. ‘’s Nachts heb ik daar wat meer tijd voor. Dan hoor ik bijvoorbeeld dat een schip uit Greetsiel komt. Nooit van gehoord. Vervolgens zie ik op internet dat  het een prachtig havenstadje is. Zo ontdek je nog eens wat.’ Sikkema haalt een bruine broodtrommel tevoorschijn. Hij krijgt honger. Al kauwend schieten zijn ogen voortdurend over de radarschermen. ‘Er is wat reuring. De vissersvloot vaart uit.’ Kort na twaalven melden de eerste schippers zich via de marifoon. ‘Goedemorgen, Wieringen 189 hier, met drie personen.’ En weer een: ‘Goedemorgen, Zoutkamp 49, met twee man onderweg naar zee.’ Dan volgen de TX-96, de Zoutkamp 1, de Zoutkamp 44, de WL25-Antje. Soms informeert de schipper naar de golfhoogte of de waterstand. Elk gesprek eindigt met een “goeie reis” van Sikkema en een “goeie wacht” van de schipper. Sommige vissers spreken binnensmonds, onverschillig of vermoeid, anderen juist jolig en opgewekt. Sikkema kent hun gezichten niet, weet niet wie ze zijn, maar hij herkent hun stemmen. De accenten, de klank, het volume; zo houdt hij hen feilloos uit elkaar. Hij weet precies wie bij welke vissersboot hoort. Door zijn verrekijker tuurt hij naar de naderende lichtjes: ‘Ik zie ze al aan komen varen.’

‘Pas op voor de konijnen’

Naarmate de nacht vordert, zwijgt de marifoon. Sikkema werkt in die rustige momenten de administratie bij. Daar komt hij tijdens hectische diensten overdag niet aan toe. ‘Pas op voor de konijnen,’ waarschuwt hij bij vertrek die nacht. Hij is een keer lelijk ten val gekomen toen hij per ongeluk in botsing kwam met een konijn op het Vuurtorenpad. Het blijkt er inderdaad te krioelen van de knaagdieren. Als donkere schimmen snellen ze vanuit de duinen het pad op. Het schijnsel van de Noordertoren draait onverstoorbaar door. Schiermonnikoog slaapt. Het licht in de huizen is gedoofd. Een serene stilte. Enkel zacht geruis van de rollende branding. Sikkema zit bovenin de toren en houdt de wacht, onzichtbaar achter de zwarte ramen. Op sokken, broodtrommel op schoot en zijn blik scherp op zee gericht. 

Laatste nieuws