De Onlanden: Van onland tot wonderland

Dit verhaal verscheen in Noorderland 6-2018.

Tekst: Jolanda de Kruyf | Fotografie: Hoofdfoto Geurt Besselink, Natuurmonumenten

Eeuwen geleden doorkruisten monniken dit zompige land al, onderweg van Aduard naar de kloosterbroeders in Vries. Onherbergzaam onland, geen plek voor pony’s of Schotse Hooglanders. Hooguit een wolf zou zich op die onafzienbare vlakte van lage veengronden wagen. En moet je nu eens zien én horen: De Onlanden transformeerde tot wonderland. 

Waar je je voeten ook plant in dit relatief jonge natuurgebied van zo’n 3500 voetbalvelden groot, overal duiken – dichtbij, soms verderaf – de onbetwiste iconen van de Groninger skyline op: La Liberté en de Apenrots (de geuzennaam voor het Gasuniegebouw). Ze vormen ons baken in de achtertuin van Stad. Niet dat een kompas nog strikt noodzakelijk is voor de moderne reiziger, in dit gecultiveerde landschap met z’n vele wegwijzers.

Alsof je op de markt stond

Serene rust? Stilte? Dat kun je op je buik schrijven als ’t spitsuur is in De Onlanden. Het dierenrijk produceert er een meerstemmige kakofonie, maar gek genoeg storen dat soort decibellen nooit. Het concert van Moeder Natuur mag er zijn. 

Toen we hier van de zomer liepen was het faunafestivalseizoen in volle gang en leek het of al die afzonderlijke orkestleden hun instrumenten nog aan het stemmen waren. Een gekwaak, getjilp, gekwetter en gespatter van jewelste. Alleen de witte zwanen, net kleine zeilbootjes in de verte, hielden zich wat afzijdig van de drukte. 

Libellen, brommend als spionagedrones, slalomden over de sloten waarop een tapijt van krabbenscheer lag en oeverranden zagen nog paars van kattenstaart, kaasjeskruid en distelbloemen. Een legioen groene kikkers trok alle registers open, maar werd met gemak overstemd door het rumoer van watervogels. Een bont geschakeerde mix van praatjesmakers: eenden, ganzen en smienten, scharrelende meerkoeten, baardmannetjes en kwartelkoningen, paapjes, porseleinhoenen, watersnipjes en bontbekplevieren. Met zoveel gekrakeel aan de klets dat ’t warempel was alsof je midden op deGroninger Vismarkt stond.

Pad naar vogelkijkwand | Foto: Andries de la Lande Cremer

 

Paradijs met kanttekening

Dat mag paradijselijk klinken, maar het is zeker niet al goud wat er blinkt. Boswachter Bart Zwiers (Natuurmonumenten) moet, hoewel lyrisch over het grote succes van De Onlanden, vanuit z’n vakkennis en liefde voor de natuur toch echt een dikke kanttekening maken bij datzelfde gebied. Want al die vogels en zoogdieren, van de roerdomp tot de otter, ze leven hier domweg ook omdat ze érgens heen moesten. ‘Dat is de realiteit. De Onlanden is fantastisch en we waren flabbergasted van de natuurkwaliteiten die hier zo snel zijn opgekomen, maar het is zeker niet alleen een hallelujaverhaal. Feitelijk is dit ook een soort vluchtelingenkamp voor de natuur geworden,’ gooit Bart maar ‘es een knuppel in het hoenderhok. 

‘Agrarische grond wordt in Nederland tot op de vierkante centimeter gebruikt voor productie, en dus is het een woestijn geworden voor de natuur. Er valt niets meer te halen voor vogels, die dan ook op veel plekken verhongeren omdat er geen insecten meer zijn.’ De boswachter schetst een somber beeld over de biodiversiteit die ernstig bedreigd wordt: in de afgelopen twee decennia nam de insectenpopulatie met zo’n 76 procent af. ‘Dat is dramatisch. Er moet écht iets veranderen.’ Natuur-intensieve landbouw is het antwoord. ‘De landbouw moet de natuur méér omarmen. Hoe? Bijvoorbeeld door niet alle areaal te gebruiken; een melkveehouder zou op een deel van zijn weiland het gewas kunnen laten staan om insecten te laten overleven.’ Die bereidheid hangt ook samen met de rol van de consument, benadrukt Bart. ‘Dat kan die boer niet alleen oplossen. Wij moeten daarin ook onze verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn om een paar dubbeltjes extra te betalen voor een pak melk.’ 

Onbegaanbaar en woest

De Onlanden strekt zich uit van het beekdal van het Eelderdiep tot het Leekstermeer. Dit “onland” vormt feitelijk al eeuwenlang een natuurlijke grens tussen twee provincies: het ligt ingeklemd tussen Drentse zandgronden en de kleigronden van Groningen. Onland was het écht lange tijd, in de letterlijke zin van het woord: onbegaanbare, woeste ruigte, moerasachtig terrein dat grote delen van het jaar overstroomde. 

Nog maar sinds kort (een jaar of tien geleden werd door natuurbeheerders de aanzet gegeven) is datzelfde gebied gedoopt tot “nieuwe natuur” en in beheer bij drie verschillende partijen: Het Groninger Landschap, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Directe aanleiding voor die ingreep was de enorme wateroverlast waar het Noorden in het najaar van 1998 mee te maken kreeg. ‘Het Martini Ziekenhuis en het Groninger Museum werden toen zelfs ontruimd, er moest dus echt wat gebeuren om herhaling te voorkomen,’ memoreert Bart Zwiers. Hij grijnst: ‘De provincie Drenthe en het waterschap hebben nu in feite de problemen van Groningen-Stad opgelost, want De Onlanden ligt in Drenthe.’ 

Ree | Foto: Martin van Vorstenbosch

 

Etalage voor de wereld

Het is grond geworden met een duidelijke meerwaarde. Behalve een stuk bijzondere natuurbeleving vlakbij de stad biedt De Onlanden de omgeving ook een belangrijke waterberging; bij langdurige regenval houden de Groningers droge voeten. Ingrepen waar behalve de mens ook veel soorten moerasvogels, otters, een keur aan plantjes, bloemen en insecten van profiteren. Iedereen geniet van dit bijzondere beekdal. De Onlanden is nu een belangrijke schakel in de ecologische hoofdstructuur; dieren en planten kunnen “vrij reizen” tussen het Paterswoldse Meer, de Drentsche Aa, het Friese Veen en De Onlanden. 

‘Het is ook een prachtig, wereldwijd voorbeeld van hoe het zou moeten,’ zegt de boswachter, ‘een etalage van een beekdal waar natuur en veiligheid samengaan. De natuur zelf bleek hier de goedkoopste oplossing.’ Natuurbeheerders uit de rest van Europa komen graag zelf een kijkje nemen om de uitvoering met eigen ogen te zien. ‘Zevragen allemaal: hoe hebben jullie dat toch geflikt?’ Bart vindt het bijzonder. ‘Wij Nederlanders staan natuurlijk bekend vanwege onze landwinning op zee, nu geven we land weer terug aan water. Dat pakt ook heel goed uit.’

Otters en grote grazers

Natuur en veiligheid mixen ook prima met recreatie. ‘De recreant vormt geen bedreiging voor de natuur,’ zegt Bart Zwiers. ‘De wegen die door het gebied lopen zijn eigendom van de gemeente Noordenveld en die willen we in de nabije toekomst wel graag afsluiten voor autoverkeer. Want de auto is hier een dissonant.’ 

Vroege joggers met flink wat mazzel – want eerlijk is eerlijk, die rakker laat zich zelden zien hè – spotten een otter rond het ochtendgloren. Wildcamera’s hebben aangetoond dat de visotter hier voorkomt (sterker nog, drie jonge baby-otters lieten zich al voor de lens zien) en dat is nieuws naar het hart van de natuurvorsers, want als de otter zich thuis voelt betekent dat in elk geval dat de waterkwaliteit hier uitstekend is. 

Dankzij menselijke bemoeienis stofferen Exmoorpony’s en Schotse Hooglanders intussen deze weiden (grote grazers zorgen er samen met de maaimachines van Natuurmonumenten voor dat het gebied open blijft), maar jongens als de bruine kiekendief, zeearend en grote zilverreiger laten zich natuurlijk niet sturen. Toch zijn ze hier maar wat graag te gast! Net als vossen en reeën trouwens, die gedijen in het landschap met houtwallen en dicht struikgewas, waar ze gemakkelijk een schuilplaats vinden. Met enig geluk zou je ook die zoogdieren ’s ochtends vroeg of ’s avonds als de schemering invalt in het veld kunnen zien jagen en scharrelen, al raden we voor dat soort waarnemingen – toevalstreffers, laten we wel zijn – de nagelnieuwe uitkijktoren aan, mét zichtgarantie. 

Uitkijktoren | Foto: Andries de la Lande Cremer

 

Grondleven vanaf grote hoogte

De uitkijktoren is een absolute noviteit in De Onlanden, dit voorjaar officieel geopend en meteen al een grote hit onder bezoekers. Het is een uitdagende tippel van 127 treden omhoog, maar het panorama op ruim 25 meter maakt de inspanning goed. Bijkomend voordeel: muggen, dazen en ander prikgraag volk dat je zopas nog trouw vergezelde, cirkelt nu op de begane grond, in afwachting van je terugkomst. Nou, dan kunnen de plaaggeesten lang wachten, want het is fabelachtig mooi hierboven en er waait een verkoelende bries.

Het Beeld is-ie genoemd bij de feestelijke opening. ‘We hebben de omgeving gevraagd om met een toepasselijke naam te komen voor de uitkijktoren,’ vertelt Bart Zwiers, ‘en op dat verzoek hebben honderden mensen gereageerd.’ Deze naam kwam opvallend vaak naar voren en dat duidt op een aardig stukje cultuurhistorische kennis onder de locals. In de regio is het verhaal bekend dat monniken rond 1300 al regelmatig de voettocht maakten van het klooster in Aduard naar Vries en dan onderweg uitrustten op de hoge zandkop, die een dikke meter uitstak boven het moerassige gebied. Dit hoogste punt was een logische halteplaats en dáár zou een beeld hebben gestaan, mogelijk door de monniken zelf geplaatst. Dat beeld verdween uit het landschap, maar de naam bleef al die tijd aan het bosje gekoppeld. 

Op die plek staat nu de uitkijktoren en daar kun je het grondleven vanaf grote hoogte bewonderen. Op drie niveaus maar liefst; van de kruiden en het struikgewas tot de bomen en, in de nok van het uit staal en larikshout opgetrokken gevaarte, de enorme uitgestrektheid van deze lappendeken van water en land.