Drentse stookhokken: Onder de Pannen

Dit artikel verscheen in Noorderland 2018-7.

Tekst Jolanda de Kruyf | Fotografie Gert Tabak

Je vindt ze verspreid door heel Nederland wel en ze heten overal anders, Drenthe grossiert er in: stookhokken. In een ver en grijs verleden telde de provincie er wel 5.000, maar dat aantal is door de tand des tijds flink geslonken. Gelukkig was er eerherstel voor het stiefkind van het boerenerf. Verwaarloosde exemplaren zijn met veel zorg en liefde voor cultuurhistorie opgeknapt door hun eigenaren en kregen een herbestemming, met respect voor het verleden. Zo blijven die minuscule, vaak wat popperige huisjes naast de boerderij nog altijd een blikvanger. Soms zijn het ook uit de kluiten gewassen bouwwerken, opgetrokken van steen en dakpannen, die nog altijd de rijkdom van de boer etaleren.

Logement Onder de Pannen, Oosteinde

Krentenwegge uit de minibakkerij

Hun stookhok in de buurtschap Oosteinde is een écht bakhuis. Eén, soms twee keer per week is het een bedrijvigheid van jewelste naast de woonboerderij aan de Dr. Larijweg van Erik (57) en Inge Koppenol (49). In hun minibakkerij draait de kneedmachine op volle toeren door de deegkuip, wachten bollen geduldig in de rijskast en na een poosje waaiert de geur van vers gebakken brood over ’t erf.

Heerlijk! De huisbakker heeft net een verse serie krentenbroden klaar en dat ruik je dagen later nog. De gasten van B&B Logement Onder de Pannen vinden het ook prachtig. Lekker, zo’n snee ambachtelijk brood bij het ontbijt. En als de oogst Inge goedgezind is ook nog met een lik jam van eigen bessen erop. Aan fruit sowieso geen gebrek in dit landelijke streekje: B&B en stookhok liggen aan de beroemde Dr. Larijweg, goed voor 7 kilometer aan stoofperenbomen.

Verbouwing steeds rigoureuzer

Een bakhuis in bedrijf was beslist geen vooropgezet plan. Erik en Inge “emigreerden” in 1998 vanuit Rotterdam naar Drenthe om er een Bed and Breakfast te beginnen. Maar voor het zover was overkwam hen min of meer een ingrijpende restauratie. Type meerjarenproject. ‘Vroegere eigenaren hadden in de jaren 30 een huis vóór de oude boerderij gezet, als mantelzorgwoning voor de ouders, compleet met bedstee. Mooi, maar helaas op veen gebouwd, niet diep genoeg,’ memoreert Erik. ‘Dus is de boel gaan zakken en scheeftrekken.’ De oude voorgevel erachter werd al in die vrije val meegesleurd: ‘Uiteindelijk hing de boel nog vast op wat muurankers en balken.’ Het was zonneklaar, er moest drastisch worden ingegrepen. ‘De verbouwing werd steeds rigoureuzer.’

Van tuinopslag tot ovenlekkers

‘Als we iets doen, doen we het goed,’ zegt Inge over het proces waarin ze begeleiding kregen van Monumentenzorg. Zes jaar hebben ze gedaan over voor- en achterhuis en het resultaat mag er zijn. Het stookhok – ook anno 1870, net als de hoeve - had geen hoge prioriteit, al was ook dat bouwwerkje aardig aan ’t wankelen. Sinds twee jaar staat ‘t aoventhuusie erbij om door een ringetje te halen. Getransformeerd van Inge’s opslag voor tuingerei (‘een onooglijk hoekje’) tot hygiënische werkplek voor de gepensioneerde bakker uit het aangrenzende dorp Ruinerwold. Erik licht de bouwkundige staat van destijds toe: ‘Er brokkelden stenen af, dakpannen kwamen naar beneden. Het huisje begon letterlijk uit elkaar te vallen, ‘t was niet meer te redden.’

Zo authentiek mogelijk

Ze zetten ook hier samen de schouders onder. ‘De juiste kleuren, precies dezelfde formaten, dezelfde stalraampjes, het halfsteens metselverband, de kleien dakpannen er weer op. We willen het graag zo authentiek mogelijk houden.’ Tsja en dan heb je een stookhok, maar wat moet je ermee? Nou, Erik wist het wel. Als telg uit een geslacht van (banket)bakkers – en hij heeft het metier zelf ook onder de knie - zou-ie er brood gaan bakken. Z’n vader van 93 had nog een prima rvs werkbank, Erik had al een echte bakkersoven op de kop getikt en er kwam een kneedmachine bij. Startklaar dus. Maar de praktijk was weerbarstiger. ‘Ach, voor één brood ga je die oven niet stoken. Daar passen 16 stuks tegelijk in, dan loont het de moeite ook.’ 

Stukje traditie terug

Maar het moest zo zijn. Toen kwam Henk Buld (72) op hun pad, de oud-dorpsbakker die nog wat omhanden zocht. Het was een simpele optelsom. Henk bemant nu op gezette tijden en puur hobbymatig de minibakkerij om familie en vrienden van brood te voorzien, Erik bakt het brood voor hun eigen B&B-gasten gewoon in de keuken. ‘Voor speciale gelegenheden bakt Henk wel ‘es wat extra’s; krentenwegge met Pasen, oliebollen voor de feestdagen.’

Erik: ‘Het bakken gebeurt natuurlijk niet meer traditioneel met een op hout of takkenbossen gestookte oven, maar dat neemt niet weg dat we tóch een stukje traditie van de streek hebben teruggebracht.’ logementonderdepannen.nl