Gedragen door de wind: windbloeiers en windverspreiders

Lees ook

Tekst: Kees Boele | Foto: iStock

Hooikoortspatiënten weten het – helaas – maar al te goed: windbloeiers zijn overal, zelfs ook in de koudere maanden. Het zijn houtige gewassen en kruiden die hun stuifmeel meegeven aan de wind om zich op deze manier voort te planten.

Gratis wind
Toen, ruim 400 miljoen jaar geleden, het eerste landplantje voorzichtig omhoog groeide aan de rand van een warme lagune was er geen alles omspoelend water meer als hulp om de wijde wereld in te trekken. Bloemen waren er ook niet; windverspreiding bleek de enige goede manier te zijn om toch binnen afzienbare tijd steeds meer terrein te veroveren. Miljoenen jaren later groeiden bomen en andere houtige gewassen in overvloed. Lekker met de kop in de wind; een ideale om sporen te verspreiden.
Het waren de eerste naaldbomen die zo windbestuiving uitvonden: miljarden zaadcelletjes meegeven aan de wind in de hoop dat zo enkele honderden eitjes bevrucht worden en nieuw leven gevormd kan worden. Hierbij draait het om uitwisseling van genetisch materiaal terwijl je zelf geworteld bent in een klein stukje aarde. Het nadeel dat wind altijd ongericht is, lossen ze gemakkelijk op door enorme hoeveelheden stuifmeel aan te maken.

Geen bijen
Vlinders, vliegen en bijen waren er niet in die lang vervlogen tijden. Pas toen de dinosaurussen de aarde lieten dreunen, gingen voorlopers van deze insecten zich specialiseren in het verzamelen of eten van stuifmeel. Uiteindelijk ontstond zo een totaal andere manier van bestuiving. Het bekende verhaal van de bloemetjes en de bijtjes is geen fabeltje, maar voor de meeste planten tegenwoordig de enige manier om zaden te kunnen vormen.
Voor windbestuivers is een lekkere geur en een mooie kleur – om zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor insecten – slechts een bijzaak. Zij hebben voldoende aan de zogeheten “katjes”, die hun naam danken aan de fysieke gelijkenis met de staart van een kitten. Katjes zijn kort of lang, maar altijd vol met stuifmeel. De vrouwelijke varianten zijn vaak klein en bestaan uit slechts een paar draadjes waar stuifmeel aan blijft kleven. Bij een hazelaar zijn ze knalrood, maar bij de eik of beuk moet je goed zoeken om ze te vinden. De mannelijke katjes hangen vaak uit de plant en vallen na de bloei af van de boom.

Meer lezen
Verder lezen? Meer informatie over dit lentetuintje vind je in Noorderland 2022-2. Dit nummer is nu te koop in de winkel en in onze online webshop. In dit nummer spraken we met NOS-weerman Peter Kuipers Munneke, gingen we schuilen bij veranda’s in Drenthe en somden we leuke “binnenblijftips” op. Dit – en nog veel meer – lees je nu in de nieuwe editie!

Laatste nieuws

Zie ook