Wandelen op Vlieland

Tekst en foto's: Gert Tabak

Zandverstuivingen, duinen, kusten, kwelders, akkers, weiden, beek- en rivierbeddingen, bossen. Ons Noorderland heeft het allemaal in huis. Een kleurrijke smeltkroes van landschapstypes, stuk voor stuk boeiend. Wij nemen je graag mee naar een bijzondere plek op West-Vlieland met zo’n veelzijdig karakter. Rond de Kroon’s Polders stap je van het ene indrukwekkende landschap in het andere. Eén wandeling, zeven verschillende “Noorderlandschappen”! Als dat geen genieten is.

We hebben een nachtje gereserveerd in het Posthuys om meteen de volgende morgen, na het ontbijtbuffet, op pad te kunnen gaan. We hebben veel enthousiaste verhalen gehoord over deze bijzondere en afwisselende wandeling – ongeveer 7 kilometer lang – en daar hebben we op de avond van aankomst al even een klein beetje van geproefd bij een gloedvolle zonsondergang. Veelbelovend mogen we wel zeggen! Dus we zijn erg benieuwd waar onze wandelschoenen ons vandaag heen brengen. Met de camera in de aanslag en in de rugtas drinken en wat te eten, lopen we richting wadkant. 



Zoveel polders, zoveel sferen

De uitgestrekte Posthuyskwelder is een buitendijks gelegen zout of brak gebied met een zeldzame flora en fauna, dat bij laagwater droog ligt en bij hoogwater kan overstromen. Hier en daar bloeit het lila lamsoor nog en overal is het zilvergrijs te zien van de zeealsem. Zonder gids mag je de kwelder niet op en dat is maar goed ook, want we zien allerlei vogels foerageren. Diverse soorten ganzen, eidereenden, aalscholvers en meeuwen scharrelen hun kostje bij elkaar. Met onze verrekijker gaan we op de houten bank zitten op een duintje.

We kunnen rechts vlak de kwelder lopen, maar we kiezen ervoor om een etage hoger over de dijk te gaan die de Kroon’s Polders afsluit. Naar links kijkend kunnen we de kwelder blijven volgen en rechts zien we de dan al eerste van de vier polders liggen. Wat deze vier Kroon’s Polders op Vlieland zo bijzonder maakt zijn de overgangen van een zoute naar een zoete omgeving. De binnenste polder – de eerste dus – wordt voornamelijk gevoed door zoet water en heeft dan ook een heel andere vegetatiestructuur dan de buitenste polder, waar het zoute water van de Waddenzee mag instromen. Zo groeien er in de eerste polder bijvoorbeeld zeldzame soorten orchideeën. Al lopend over de dijk zien we inderdaad de sfeer en de vegetatie van de opeenvolgende polders veranderen. Al naar gelang het getij is er meer of minder water in de polders. Er hebben zich eilandjes gevormd die helemaal vol zitten met vogels, soms zijn ze zwart van de aalscholvers, maar de meeste droge plekken zien wit van allerlei soorten meeuwen. Hier en daar waadt een lepelaar door het ondiepe water. Fascinerend.

Snelstromende geulen
We lopen door op de dijk tot het punt waar het water met een behoorlijke snelheid de vierde polder in stroomt. Vanaf de betonnen brug over de stroom zien we krabben die tussen de basaltblokken op zoek zijn naar eten. Algen en wieren hebben de basaltblokken, die deze doorgang tegen afkalving moeten beschermen, in de loop der tijd kunstzinnig bekleed. Een eenzame meeuw struint de hele oever af naar iets lekkers. Via een trap gaan we de dijk weer op aan de andere kant van de doorgang. Terugkijkend zien we dat op dit punt de kwelder langzaam overgaat in de Waddenzee. De zon schittert in het water, zodat de geulen waardoor het opkomende water naar de polders stroomt extra oplichten. Het levert haast abstracte landschapsplaatjes op. Geweldig! In de verte zien we op de hoogwatervluchtplaats een vogelaar zitten turen door zijn verrekijker. Hij telt en noteert de aantallen vogels die hij op de Waddenzee en de kwelder ziet. Een groep ganzen loopt luid snaterend voor ons uit totdat ze in het hoge gras verdwijnen richting water, waar ze zich veilig voelen. 



Kleur in de oude duinen

Op dit punt verlaten we de dijk, lopen in de richting die het paaltje aangeeft over een smal paadje de oude duinen in. Wat nog een kleurrijk gebeuren in deze herfstmaanden. Duindoorns zijn feestelijk versierd met strengen koraalroodoranje bessen, maar ook de struiken van de rimpelrozen hebben nog enkele roze, witte of lila bloemen naast al die sappige grote oranje bottels. Het ene moment lopen we hoog over een duin en zien we de Waddenzee in de verte, even daarna zijn we omsloten door diezelfde duinen en lopen door een vallei. 

De kamperfoelie bloeit nog steeds en hier en daar prikt er nog een gele straalbloem doorheen. In de verte zien we rookpluimen van de luchtmachtoefeningen. Dat doet vreemd aan, deze menselijke activiteit in dit prachtige gebied. Toch trekt de natuur zich er blijkbaar weinig van aan, want de vogelrijkdom is enorm. Als je de rookpluimen negeert heb je echt het gevoel dat je onderdeel bent van een heel oud landschap; deze duinen zijn eeuwen geleden gevormd. We komen langs een vennetje waar meeuwen aan het bekvechten zijn. Als we dichterbij komen zien we in de modderige oevers een mozaïek van vogelpoten in allerlei maten en vormen. Blijkbaar wordt hier regelmatig gefoerageerd door het gevleugelde volkje. 



Beslotenheid van het bos

Opeens verdicht de beplanting zich en lopen we door een dichte bosschage een hoge duinenrij op. Lijsterbes, duindoorn, Gelderse roos, meidoorn, vlier en hier en daar een eik vormen een soort gang. Weg zijn de vergezichten en het open landschap; we duiken een groene wereld in die ons intiem omsluit. Er is wat bladverkleuring te zien, maar vooral de vele bessen en bottels zeggen ons dat het herfst is. En hoewel we het hele jaar door paddenstoelen kunnen waarnemen, zijn er in deze maanden wel erg veel te zien. Vlak voor onze voeten schiet een zandhagedis weg, die zich vast nog even lekker lag op te warmen in de zon. Hier tussen het groen horen we heel andere vogelgeluiden, en hoog boven ons in de lucht miauwt een buizerd. Zo nu en dan is er een open doekje naar duinvalleien. We wijken even van het pad af om een zeer hoge top te beklimmen. Fantastisch is het uitzicht. Heel in de verte zien we het Posthuys, de dijk, de kwelder, de oude duinen en de Waddenzee liggen. 

Met blote voeten door de vloedlijn
Als we het bos verlaten lopen we langs het militaire terrein naar een doorgang in de duinen die ons naar het Noordzeestrand brengt. De wandelschoenen met de veters aan elkaar gebonden gaan om de nek om het mulle warme zand aan onze voeten te voelen. Magisch is het moment als je over de laatste duinen loopt, en opeens een glimp van die immense Noordzee krijgt te zien. Wat een ruimte; wat een verre strakke horizon met hier en daar een schip. En dan dat geluid! Het strand is hier ontzettend breed en schoon. Natuurlijk lopen we naar de vloedlijn om met opgekrulde broekspijpen door het verkoelende water te slenteren. Bijzonder is het regelmatige ritme van de vele zwarte strekdammen die vanaf het strand de zee in priemen. Het zijn welkome rustplaatsen voor de meeuwen die massaal de dammen bedekken met hun wit en grijs; soms met een toefje zwart van een enkele aalscholver. Als we nog geen vakantiegevoel hadden dan is het er nu wel. Heerlijk om hier met blote voeten in het water te lopen en de zuivere lucht op te snuiven. 



Zullen we nog een keer gaan?
Het brede strand wordt langzamerhand iets smaller en op een gegeven moment zien we de doorgang in de duinen – naar het “Pad van Zes” – die ons weer naar het Posthuys brengt. Het duin opklimmen gaat best moeilijk in het mulle zand, want onze voeten zakken steeds weg, totdat we de harde betonplanten voelen. Eenmaal boven gaan sokken en schoenen weer aan en na een slok water lopen we het laatste stuk door de duinen terug. Hier is het landschap weer totaal anders in deze relatief jonge duinen. Hoe meer landinwaarts we lopen, hoe ouder de duinen zijn. En dat zie je ook aan de vegetatie; oude grillige dennen en duindoorns staan in de heide, met hier en daar goudkleurige pollen gras. Een  schilderachtig tafereel. 

Onder het genot van een drankje genieten we na van al die indrukwekkende landschappen. Ook die smaken naar meer.