Op visite bij een Alpacafamilie

Dit artikel verscheen in Noorderland 2015-1.

Tekst: Elise de Jong | Fotografie: Wolstorm

‘Hoi lieverds!’ jubelt Margriet. Alle wollige, ronde koppies draaien onze kant op, met gespitste oren en grote, bruine kraalogen. Nieuwsgierig komen ze dichterbij en turen van onder hun kuif, waar strosprietjes uitsteken, naar de vreemde gedaanten achter het hek die de meest gekke geluiden maken als ‘aah’,  ‘wat lief’, ‘ooh’, ‘zo snoezig.’ Het hok is één grote wolkenzee, waarin ik zou willen verdwijnen, zo zacht en zo warm. Dat moeten Erica Krikken en Margriet Moed ook gedacht hebben. Samen startten ze onder de naam Wolstorm, in het prachtige Groningse Westerlee, de enige alpacawolspinnerij in heel Nederland.

Het is een spannende tijd voor Margriet en Erica. De schuur is netjes aangeveegd en de machines die er al staan, zijn in ruststand. Alles staat klaar voor de komst van de nieuwste spinmachines uit Canada. Deze nieuwe machines zijn speciaal gemaakt om de wol van alpaca’s te spinnen. Dus zodra die staan kan Wolstorm, gesteund door het Programma Innovatief en Duurzaam MKB Groningen, echt los. ‘Wel heel erg spannend, hoor! Vooral omdat we zelf eigenlijk nog niet zoveel van het spinnen weten,’ vertelt Margriet. Gelukkig komt met de nieuwe machines ook een Canadese “trainer” mee die de twee vrouwen de kneepjes van het vak moet leren. Zo’n 60 jaar geleden verdween de ooit zo succesvolle textielindustrie uit Nederland en verplaatste zich naar de zogenoemde lagelonenlanden. Daarmee verdween ook de kennis van het spinnen van wol. Als enige alpacawolspinnerij in Nederland is er dan ook niemand om op terug te vallen. ‘En dat is best lastig,’ geeft Erica toe. ‘Je moet alles zelf ontdekken en helemaal zelf uitzoeken.’ Iets dat volgens de vrouwen gaat met vallen en opstaan. ‘Vaak genoeg hebben we verkeerde knopjes ingedrukt en we hebben heel wat wol verprutst,’ zegt Erica grinnikend. ‘Soms horen we gekke geluidjes. Dan draaien we aan enkele knoppen en zien we wel wat er gebeurt. Eigenlijk zijn we echt pioniers.’ Het is dan ook fijn dat Erica en Margriet extra hulp krijgen van een Canadese “alpacagoeroe”. ‘We gaan vast de komende weken heel veel leren. Maar hoe snel dat gaat, dat hangt er natuurlijk maar net van af hoe leuk ‘ie is!’ giechelen de vrouwen. 

Hoe het begon

Het begon allemaal jaren geleden. ‘Net toen ik het tijd vond om weer aan het werk te gaan, nadat mijn jongste één jaar was geworden, werd ik ziek.’ Er werd kanker bij Margriet geconstateerd en alles veranderde. Ook haar idee over hoe de rest van haar leven er uit moest komen te zien. Het roer om, tijd voor wat anders, een nieuw avontuur. Margriet besloot dat ze iets met bijzondere dieren wilde doen. ‘Een paard in de wei, dat was me te gewoontjes. Dat zie je immers overal al.’ Daarom ging ze op bezoek bij een kangoeroeboerderij en maakte ze kennis met een struisvogelhouder. Maar het was het allemaal niet. ‘Die struisvogels waren veel te agressief, daar is toch niks aan?’ Toen Margriet op een nacht niet kon slapen en de tv aandrukte, zag ze plots op CNN wel hele bijzondere beestjes. ‘“Wel verdraaid!” dacht ik, toen ik de alpaca’s zag. Die wilde ik.’ En zo reisde Margriet niet veel later samen met een vriendin af naar een alpacaboerderij in België en Zwitserland. ‘Ik hoor het mijn man nog zeggen: “Niet zomaar wat kopen hoor! Denk er eerst maar eens goed over na.”' Maar liefde moet wel blind maken – of doof – want Margriet kwam thuis met haar eerste drie alpaca’s. 

Daar stonden de alpaca’s, rustig te grazen in de wei. Leuk om naar te kijken, maar meer ook eigenlijk niet. Margriets’ man vond dat er actie ondernomen moest worden. ‘Als je hier serieus mee verder wilt, dan moet je er ook iets mee doen.’ Zodoende ging Margriet op onderzoek uit en stuitte op een alpacaboerderij in Rusland. Ze trommelde een vriendin op, die een redelijk woordje Pools sprak, en samen gingen ze naar Warschau. Daar werden ze met een limousine opgehaald en naar Rusland gebracht. ‘Wat we daar allemaal zagen, oh, dat is niet te beschrijven,’ vertelt Margriet hoofdschuddend. ‘De alpaca’s glansden en waren prachtig opgepoetst, hadden de schitterendste kleuren en de vrouwen droegen de mooiste wollen kleding. Het was fantastisch!’ Op de boerderij leerde Margriet een Spanjaard kennen wiens moeder een boerderij had in Chili. ‘Hij nodigde ons uit op de alpacaboerderij van zijn moeder. Nou, dat wilde ik natuurlijk wel. Espléndido, vamonos!’ Zo duurde Margriets’ reis voort, de alpaca’s achterna, naar een land met ruige bergen, uitgestrekte ijsvlaktes, kurkdroge woestijnen en diepblauwe meren. Een land waar niemand raar opkijkt als er een alpaca voorbij huppelt; waar ze zelfs van levensbelang zijn voor de lokale bevolking. ‘We kwamen in piepkleine dorpjes met tentjes, waar het hele leven draaide om de alpaca’s. Vrouwen dwaalden regelmatig de berg af om op de markt wol en kleding van alpaca’s te verkopen. Dat was hun belangrijkste inkomstenbron.’ In Chili kocht Margriet haar eerste kudde. Eén voor één werden de alpaca’s in het vliegtuig geladen om de 16 uur lange reis naar Westerlee af te leggen. Diezelfde kudde, die 10 jaar geleden de Chileense witte bergtoppen verruilde voor de groene, rechte kavels van ons Noorderland, staat aan de basis van vrijwel alle alpaca’s in Noord-Nederland.  

Met de komst van de kudde alpaca’s waren Margriet en haar man genoodzaakt om de boel uit te breiden. ‘En zo kwam ik om de hoek,’ vertelt Erica. Voor de uitbreiding moest beton gestort worden, een klusje dat geklaard werd door het betonbedrijf van Erica’s man. ‘Daar bij die familie Moed hebben ze wel hele gekke beesten,’ zei haar man op een dag. Erica kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en besloot een kijkje te nemen bij het bedrijf met die vreemde bolletjes wol. ‘Toen ik uit de auto stapte was ik in één klap verkocht. Ik wilde ze meteen.’ 

Op avontuur

Het duurde niet lang of bij beide vrouwen stond een flinke alpacafamilie in de wei. Maar op enkele tentoonstellingen waar de dames hun pronkstukken showden na, stonden de beestjes maar wat te knabbelen aan grassprietjes. Meer niet. ‘En dat terwijl het zulke prachtige dieren zijn.’ Pas in 2012 kwamen de vrouwen erachter dat ze al die tijd dezelfde gedachte deelden: we moeten iets doen met de alpaca’s. Ze sloegen de handen ineen en besloten werk te maken van de wol. 

Dat bracht de avonturiers bij alpacaboerderijen in Amerika en Engeland. De koffers werden weer ingepakt, paspoorten in de aanslag en voorts ging de reis. Ditmaal naar andere onherbergzame woestenijen in de hoefsporen van alpaca’s. ‘In Amerika zagen we bijvoorbeeld een boerderij met 1500 alpaca’s. Zoveel hadden we nog nooit bij elkaar gezien!’ Maar liefst 80% van deze alpaca’s werden gehouden voor hun wol. In de spinnerijen stonden grote machines waar Margriet en Erica het wel een beetje warm van kregen. ‘Die machines waren enorm, ze zouden nooit passen in onze schuur,’ vertelt Erica. Margriet knikt: ‘Oh, ik heb mezelf toen echt wel afgevraagd waar we in vredesnaam aan begonnen. Deden we hier wel goed aan?’ Maar de dames hielden voet bij stuk en schreven verwoed alle tips en uitleg in hun notitieboekjes. Toen ze uiteindelijk in Engeland een spinnerij met kleinere machines tegenkwamen, wisten Margriet en Erica het zeker: dit gaan we doen. 

'Zo prachtig, zo lief'

‘Het zijn net lama’s, toch, die alpaca’s?’ vraag ik nietsvermoedend, terwijl we naar de schuur lopen. ‘Nee, echt niet hoor. Een lama is echt niet te vergelijken met een alpaca,’ zegt Margriet ietwat verontwaardigd. ‘Kijk maar.’ Ze wijst naar een lama die, met zijn oren plat naar achter, ongedurig langs het hek paradeert. Zodra we dichterbij komen gooit ‘ie zijn hoofd naar achteren en ik blijf aarzelend staan, bedacht op een flinke klodder spuug. De lama kijkt me uitdagend aan, terwijl enkele wollige alpaca’s zich achter ‘m verschuilen. ‘Zie je nou wel? Nu begrijp je meteen dat alpaca’s en lama’s echt niet hetzelfde zijn.’ Behalve dat de lama groter is dan de alpaca, is het beest ook vele malen eigenwijzer. ‘Alpaca’s zijn zo lief en echt gehoorzaam; anders dan de lama. Ze blijven als gehele familie bij elkaar, broertjes en zusjes, opa’s en oma’s, erg bijzonder eigenlijk.’ Hoewel het knuffelgehalte bijna onweerstaanbaar hoog is – het liefst duik ik in het hok om tegen een wollig bolletje aan te kruipen – zijn de alpaca’s niet echt aaibaar. ‘Van nature zijn ze vluchtdieren en altijd op hun hoede. Maar ze luisteren goed en ze hebben een heel zacht karakter.’ Margriets’ zoon geeft de alpaca’s een naam en maakt ze halstermak. ‘Zo hebben we onder andere Carrera, genoemd naar de mooie auto’s, Stays Thirsty, die altijd dorst heeft, en Pacha, die vernoemd is naar een grote discotheek. Daar praat hij dan met zo’n hoog stemmetje tegen, alsof het baby’s zijn en samen wandelen ze, de alpaca aan een lijntje, rond de boerderij. Net een baasje met zijn hond,’ lacht Margriet. 

Dat ze zo tam zijn, is ook noodzakelijk voor het scheren. Vooral omdat de huid van een alpaca extreem dun is. Het scheren van de beestjes, meestal rond mei, is een hele gebeurtenis. Het hele gezin is in touw om de alpaca’s een voor een te bevrijden van hun dikke vacht voor de zomer. ‘Heel voorzichtig leggen we de alpaca op de zij om het dier met een speciale alpacascheerkop te scheren,’ vertelt Erica. ‘Kijk, een schaap leg je op zijn rug en scheer je met een grof mes op de huid en klaar is kees. Maar de huid van een alpaca is zo teer, die kan zomaar scheuren, dus per dier zijn we bijna 45 minuten bezig om ze heel zorgvuldig en voorzichtig te scheren. Bovendien scheren we ze nooit op de huid, we laten altijd een klein laagje staan. En het leukste is dat de alpaca’s na de scheerbeurt ook weer helemaal blij zijn. Dan springen ze door de wei als dartelende, jonge veulens.’ Er valt natuurlijk ook letterlijk een last van hun schouders; hoe groot de kudde voor het scheren leek, zo klein lijkt die na de tijd. ‘Ik heb zelfs de alpaca’s een keer geteld na het scheren. Het leek alsof de helft van de kudde miste, maar het was slechts de wol,’ zegt Margriet lachend. 

Wegdromen in wol

Al tijdens het scheren selecteren Erica en Margriet de beste wol. Daar hebben ze met de tijd een “vakmansoog” voor ontwikkeld, net zoals de Inca’s in Chili. Van die wol sturen ze een lokje naar een laboratorium in Colorado of Zwitserland, die de wol testen op onder andere de dikte van de haren en de kriebelfactor. Als de labonderzoeken de juiste richting uitwijzen, kunnen de dames met de wol aan de slag. De alpacavezel heeft erg bijzondere eigenschappen. ‘Een alpaca in het Andesgebergte overleeft niet voor niks temperaturen van 25 0C tot -40 0C. Dat komt door de wol.’ De wol is namelijk niet alleen erg warm, maar ook hypoallergeen, waterafstotend, enorm zacht en flexibel. ‘We slapen de helft van ons leven. Eigenlijk is het te gek dat we dat doen onder chemisch behandelde dekbedden, waar onze huid eigenlijk helemaal niet tegen kan. En dat terwijl dat helemaal niet nodig is, want er zijn heerlijke, lichte maar warme dekbedden van alpacawol, die ecologisch en duurzaam gemaakt zijn,’ vertelt Margriet. ‘En misschien kun je jouw dekbed dan niet wassen, maar laat ‘m gewoon lekker buiten luchten, en de deken is weer als nieuw. Dat is die natuurlijke, zelfreinigende eigenschap van wol,’ vult Erica haar aan. De dames vinden het vooral zaak om mensen bewust te maken van de natuur en wat die ons allemaal biedt. ‘We zijn een echte wegwerpmaatschappij geworden, daar moeten we van loskomen. Kijk eens naar al het moois om je heen, al die prachtige producten van eigen bodem. Waarom zouden we onze kleren in China of India laten maken, terwijl het ook hier kan?’ 

Nu is de productie vooral nog gericht op dekbedden en kussens. Maar daar moet met de komst van de machines verandering in komen. ‘Wolstorm moet eigenlijk gewoon het paradepaardje van het Noorden worden, dat andere lokale bedrijven weer een boost geeft,’ zegt Margriet. ‘En wie weet vind je rond Westerlee over enkele jaren dan wel een winkel met dekens van alpacawol, mutsen of sjaals, truien, ondergoed of sokken,’ somt Erica op. ‘Of een bedrijf met alpaca-isolatiemateriaal – wat toevallig erg brandwerend is – een museum, een gids die rondleidingen geeft, zijn er modeshows met High Fashion-kleding van alpacawol of worden er brandweerpakken van gemaakt, slaapt half Nederland onder een alpacadekbed, wordt de alpaca wel het nieuwe huisdier, en misschien gaan we dan wel van lokaal naar landelijk en later zelfs Europees en…’      ‘Ho stop,’ roepen de vrouwen, die ook wel “buurman en buurman” genoemd worden. ‘First things first. Dit is ons kindje, onze baby, die we eerst maar eens moeten leren lopen. Met kleine stapjes, waar vallen en opstaan ook bij zal horen. Maar we hebben de bevalling al overleefd, dus we overleven de roerige ontwikkelingen ook wel,’ zegt Margriet. Erica knikt: ‘De tijd zal het leren. Kom je over tien jaar weer?’