Tijdreizen door het Noordlaarderbos

Dit artikel verscheen in Noorderland 2017-5.

Tekst en Fotografie: Jolanda de Kruyf

Hier plaveien bosvarens hun groene loper en slingert weerbarstig braam zich een eigenwijze weg. Loof- en naaldbomen omzomen smalle kuierpaadjes. Hoor hoe alles jubelt en kwinkeleert. Eén groot zomerfeest in het Noordlaarderbos. Maar als je beter kijkt zie je méér; sporen van een heftig verleden. Want dit is de woelige achtertuin van Groningen, de felbegeerde handelsstad waarom zo vaak zo wreed gevochten is. Dat moesten de frontlinies rondom Stad bezuren. Bewoners waren er vogelvrij.

Stappen door het roemruchte grensgebied van Groningen (Noodlaarderbos) en Drenthe (natuurgebied De Vijftig Bunder) is een loopje met een verhaal. Waar het nu zo weelderig wandelen is en boven de hoge toppen van de sparren en dennen het zomers blauw uit piept, daar was je lang geleden je leven niet zeker. Dit was het strijdtoneel van menig machthebber die er met zijn legers dwars doorheen walste. Zonder enig pardon. Maar daarover straks meer.

Grootste bos van Groningen

Het grootste bos van de provincie Groningen (zo’n 110 hectare) is niet alleen de natuurlijke habitat van soorten als de zwarte specht, havik en ree. Het is ook de geliefde weekendoase voor veel Stadjers en mensen uit de omgeving die hier in hun vrije tijd graag komen om de benen te strekken, voor een paar flinke teugen frisse lucht. Je kunt hier uitstekend fietsen, wandelen, paardrijden. Natuurmonumenten – eigenaar van een groot areaal - heeft een heerlijke route uitgestippeld die over een slordige 6 kilometer de veelzijdigheid van dit gebied toont. De rode paaltjesroute voert je door schaduwrijke bossen waar het op de warmste dagen zo prettig schuilen is, met indrukwekkende houtwallen waaraan hoogbejaarde wortelstelsels zich vastklampen. Er is heide en grasland, er liggen kruidige landerijen waarop grote grazers onverstoorbaar hun werk doen. En, dat mag ook wel eens gezegd, die route is bewonderenswaardig goed gemarkeerd. Dwalen is er niet bij, dus kun je je aandacht volledig richten op alles wat nog te zien én soms aan het oog onttrokken is.

Merkwaardige elementen

Je moet het wel even weten, maar dan vallen ook merkwaardige dingen op in het Noordlaarderbos en Vijftig Bunder. Grafheuvels als lichte glooiingen in het land, minstens 2500 jaar oud, waarvan een aantal door Natuurmonumenten is hersteld. Maar ook langgerekte zandruggen met diep ingesleten dalen, ronde laagtes met dobbes erin, kaarsrechte wallen, greppels en wegen, ja, zelfs tankgrachten en loopgraven, een Heilig Bergje. Elementen met hun eigen verhaal, van oorlog en jacht tot ontginning en de maakbaarheid van nieuwe natuur. En zoals het zo vaak gaat met verhalen: hoe meer je weet, hoe meer vragen je hebt. Zo verging het ook het onderzoeksteam in het Noordlaarderbos, een groep gepassioneerde vrijwilligers die de vergeten geschiedenis van dit gebied weer oprakelde. 

Het werd een ontdekkingstocht onder regie van Ingrid Schenk die sinds 1990 in Noordlaren woont en vanaf dat moment gefascineerd raakte door dat bos, dat een bos vol verrassingen bleek. Zij was een van de vrijwilligers van het eerste uur, sprokkelde vijf jaar lang gegevens bijeen en bundelde ze in een boek: “Kroniek van het Noordlaarderbos”, met als ondertitel “de woelige achtertuin van de stad Groningen”. Menig strijd om de stad heeft een grote weerslag op dit hele gebied gehad. Er zijn versterkingen gebouwd, afgebroken en herbouwd. Halverwege de 19de eeuw lieten rijke Groningers hier hun buitenhuizen bouwen, ze kochten landerijen op. In pak ‘m beet duizend jaar tijd heeft zich nogal wat afgespeeld. Samenvattend zou Ingrid Schenk kunnen zeggen: ‘Het is een wonder dat dit bos er nog ís.’

Tijdreis naar de Middeleeuwen

Kom, trek je zevenmijlslaarzen aan, dan tijdreizen we wat hoofdstukken terug tot de Middeleeuwen. Toen al was Groningen een welvarende handelsstad die zeer strategisch lag op de uiteinden van de Hondsrug en bereikbaar was via waterlopen. Menig machthebber liet zijn oog dan ook op de noordelijke stad vallen en was bereid ervoor te vechten.

Als de vijandelijke troepen vanuit het zuiden oprukten, trokken ze met hun legers door dit smalle deel van de Hondsrug: nauwelijks een kilometer breed rond Noordlaren. Aan de westkant werd de Hondsrug begrensd door het dal van de Drentsche Aa, aan de oostzijde door dat van de Hunze. In oude kronieken is te lezen dat veel legers in dit overzichtelijke gebied bivakkeerden en dat hun ruiterij bij Noordlaren, Zuidlaren of Haren lag. 

Dat zou hun sporen in het hier en nu verklaren. Onderzoekers braken zich lange tijd het hoofd over de oorzaak van diep uitgesleten, doorlopende dalen in de heidevelden van het Noordlaarderbos. Tot het kwartje viel: het moeten wel die legers geweest zijn. Duizenden mannen voetvolk, ruiters en materieel trokken zo tussen de 13de en 18de eeuw herhaaldelijk langs Anloo, Zuidlaren, Noordlaren, De Punt, Yde, Schipborg en het lijkt zeer aannemelijk dat deze bataljons het netwerk van wegen gebruikten, inclusief de heidevelden. ‘Die dalen lagen er al ver voordat karren en koetsen door dit gebied trokken,’ zegt Ingrid Schenk. ‘Dat konden we zien tijdens archeologisch onderzoek, aan de hand van een bepaalde bodemlaag. Het kan haast niet anders,’ denkt zij, ‘dan dat het uitslijten van die dalen door middeleeuwse legers is veroorzaakt.’ 

Dat zou betekenen dat de manschappen niet alleen de reguliere routes langs de dorpen volgden, maar ook de heidevelden ertussen gebruikten op hun krijgstochten. ‘Opmerkelijk is dat je hetzelfde fenomeen ziet in de Vijftig Bunder en in de Appelbergen.’

Geplunderd en platgebrand

Er is wat afgevochten in deze idyllische landsstreek. Schermutselingen tijdens het bewind van de Bisschop van Utrecht (grofweg van 1040 tot 1500), aansluitend twisten met de Saksen, oproer door Oost-Friezen en onlusten aan het front met Gelderse troepen. Eind 16de eeuw vond tot overmaat van ramp nog de schansenstrijd plaats tussen de Staatse en de Spaanse troepen, met de stad Groningen als epicentrum. In 1672 gevolgd door het Beleg van Groningen, door “Bommen Berend”, de Bisschop van Münster.

Tijdens al die oorlogen plunderden de legers het platteland rondom de hoofdstad, ze staken boerderijen in brand. Het is, zo stelt het onderzoeksteam van Ingrid Schenk, “schrijnend” hoezeer bewoners hieronder te lijden hebben gehad. Zo was het dorp Noordlaren diverse keren doelwit van rovers en brandstichters en moest de kerk eraan geloven. In 1228 werd Noordlaren platgebrand, in de strijd van Groningers (Hunsingoërs) tegen Drenten (Fivelingoërs). Aan het eind van de 16de eeuw, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werden dorp en kerk opnieuw verwoest. En tenslotte transformeerde Bommen Berend Noordlaren in een regelrechte ruïne. ‘Het getuigt van een bewonderenswaardige inzet dat het de Noordlaarders steeds weer is gelukt om na iedere verwoesting de kerk, het dorp en de boerderijen te herbouwen,’ stellen de onderzoekers in het boek van Schenk.

Landweren, karrensporen, Heilig Bergje

Vreemde mogendheden waren kind aan huis in het Noordlaarderbos. Ze bouwden of herbouwden versterkingen in het gebied, in de vorm van landweren (greppels en wallen). Sommige van die landweren zijn ontdekt (in de Besloten Venen), andere helaas nog niet; de versterking Blankeweer bijvoorbeeld is tot op heden onvindbaar.

Met een beetje fantasie zijn ook de middeleeuwse karrensporen nog herkenbaar in het landschap. Verkeersaders tussen Groningen en Coevorden; zodra een spoor door de wielen te ver was uitgesleten, ging de koetsier ernaast rijden. Zo ontstond een patroon van een heleboel, evenwijdig lopende sporen. 

Een ander opmerkelijk landschapselement dat herinnert aan de Middeleeuwen is ’t Heilig Bergje, in de volksmond ook wel Galgenbergje genoemd. Ook hier geldt: je moet het maar net weten. Tussen de zandruggen en duinen van het Noordlaarderbos ligt een verhoging met daarop een groepje oude dennen (naar schatting zeker 150 jaar). Nu een fijne speel- en pauzeplek op de wandelroute, maar beweerd wordt – écht bewijs ontbreekt - dat hierboven een galg stond waar veroordeelde gevangenen werden opgehangen. De plek van die terechtstelling was niet zomaar gekozen; hier liepen ooit secundaire wegen langs, zodat men goed kon zien wat er van misdadigers terecht kwam. Een afschrikwekkend voorbeeld.

Bovendien, toentertijd was hier nog helemaal geen sprake van bos, alleen maar heideareaal. Je had er dus vrij zicht tot aan de horizon. Bij helder weer waren de kerktoren van Noordlaren en de molens langs de Zuidlaarderweg goed te zien.  

Meer recente oorlogssporen

Tussen al die, soms eeuwenoude sporen liggen ook stille getuigen van recentere tijd. Tankgrachten en loopgraven bijvoorbeeld; de restanten uit de Tweede Wereldoorlog. In september 1944 werd de toch al zo vaak getergde bevolking van Noordlaren en Midlaren plots geconfronteerd met de aanwezigheid van honderden Nederlandse mannen die de grachten, onder dwang van de Duitse bezetter, moesten graven.

Een mammoetklus. Tankgrachten (op meer dan 2 meter diepte) liepen van de Drentse Aa door en langs het Noordlaarderbos, tot Noordlaren en Midlaren. Ze waren bedoeld als hinderlaag voor de tanks van geallieerden en maakten deel uit van de enorme Duitse verdedigingslinie die in het noordoosten van Nederland werd aangelegd. Tewerkgestelde mannen zaten ingekwartierd in scholen of bij particulieren thuis. Op de Vijftig Bunder is zo’n tankgracht nog goed te zien, in de vorm van een diepe geul.

Als gezegd, wie beter kijkt ziet meer. Want wat een doodgewone wal lijkt is toch echt een kogelvanger. Tot 1972 had Defensie hier een eigen schietbaan en die wal moest letterlijk de kogels opvangen. De schietbaan is niet meer in gebruik.

Kroniek van het Noordlaarderbos

In haar boek “Kroniek van het Noordlaarderbos” besteedt auteur Ingrid Schenk niet alleen aandacht aan de boeiende cultuurhistorie van het gebied, maar ook aan de rijke flora en fauna en het menselijk gebruik van het bos. (Oud-)bewoners vertellen over hoe het er vroeger aan toe ging en hoe zij het leven en werken hier ervaren hebben. Ook de omgeving komt royaal aan bod, zoals de Westerlanden, de Besloten Venen, Vijftig Bunder en het dorp Noordlaren. Het boek kost €24,95, is voorzien van veel foto- en uniek kaartmateriaal en te koop bij de boekhandels van Groningen, Haren, Zuidlaren, Eelde-Paterswolde, Hoogezand of via de uitgeverij www.vangorcum.nl.

Rode paaltjes

De wandelroute door het Noordlaarderbos is 6 kilometer lang (rode paaltjes) en in te korten tot 3,8 (schakel dan halverwege over op de blauwe paaltjes). Start: kruising Pollseweg en Duinweg in Noordlaren (Gr). Het is een zeer gevarieerde tocht, onderweg passeer je via houten op- en afstapjes onder meer het gebied waar de Schotse Hooglanders grazen. Honden zijn welkom, mits aangelijnd.

Herberg De Blankehoeve

Herberg de Blankehoeve aan de Beslotenveenseweg is een aantrekkelijk start- of eindpunt van je wandeling. Een schilderachtig plekje in het groen. Wie op het terras uitblaast bij een glas of hap laaft zich ondertussen ook aan de rijke cultuurhistorie die van de gevel van dit fraaie landhuis druipt. Het pand dateert van 1850 en werd in opdracht van Jonkheer mr. Oncko Quirijn Jacob Johan van Swinderen gebouwd. Een architectonisch hoogstandje voor 400 gulden (!). De smeedijzeren balustrade was van meet af aan een blikvanger.

Ooit heette het pand “Blankeweer”, vernoemd naar de gelijknamige vesting (landweer) die hier lag. In de loop der tijd hebben er gegoede families gewoond, die het landhuis met paardenstallen als riant zomerverblijf gebruikten. In de jaren 90 van de vorige eeuw huisde er een woongemeenschap van verstandelijk gehandicapten. Herberg De Blankehoeve is vandaag de dag hotel, restaurant én een officiële trouwlocatie. www.blankehoeve.nl