Actieve gangen opsporen
Voordat je aan de slag gaat met verjagen, is het belangrijk om te weten waar de mol zich op dat moment bevindt. Mollen graven diepe, vaste "snelwegen" en ondiepe jachtgangen vlak onder het oppervlak. Druk 's ochtends een paar molshopen plat met de voet om te controleren welke gangen nog gebruikt worden. Verschijnt er binnen enkele uren een nieuwe berg zand, dan heb je een actieve gang te pakken en heeft verjagen op die plek het meeste effect.
Verstoring door geluid en trillingen
Mollen hebben een uitstekend gehoor en een fijne tastzin, waardoor ze gevoelig zijn voor trillingen in de bodem.
- Plaats een ultrasone verjager: een apparaat op zonne-energie dat constante trillingen en geluiden de grond in stuurt, schrikt mollen af.
- Gebruik de wind: steek een houten of metalen staaf in een actieve gang en zet er een omgekeerde plastic fles over. De wind beweegt de fles, wat trillingen door de staaf de bodem in stuurt.
Geurprikkels in de gangen
Als geluid onvoldoende werkt of minder gewenst is in een kleine tuin, biedt geur een prima uitkomst.
- Druk knoflooktenen in de gang: halveer twee tenen knoflook en druk deze diep in een actieve molshoop. Mollen hebben een hekel aan de sterke geur.
- Plaats vliertakken: gebruik gekneusde takken of bladeren van de vlierstruik in de openingen van de gangen.
- Gebruik hondenhaar: druk een pluk hondenhaar (rechtstreeks uit de borstel) diep in de gang. De geur van een roofdier schrikt de mol af.
Planten en bollen die mollen weren
Voor de langere termijn kun je beplanting inzetten om mollen uit specifieke perken of borders te houden. Bloembollen zoals de keizerskroon (Fritillaria imperialis), geurige hyacinten en klassieke narcissen verspreiden een geur onder de grond waar mollen liever omheen graven. Ook de kruisbladwolfsmelk (Euphorbia lathyris) staat bekend om zijn afwerende werking. Draag bij die laatste plant wel tuinwerkhandschoenen, want het melksap kan huid en ogen irriteren.
Kwetsbare zones beschermen met een rooster
Wil je een specifieke zone zoals een pas ingezaaide grasmat, een moestuinbak of een strakke border gegarandeerd vrijhouden van molshopen? Graaf dan tijdens het aanleggen een fijnmazig, gegalvaniseerd anti-molrooster in op 30 tot 40 centimeter diepte onder de toplaag. Het rooster houdt de mol tegen zonder het dier te verwonden, waardoor hij vanzelf uitwijkt naar een ander deel van de tuin.
Werk altijd stapsgewijs: controleer eerst waar de mol actief is, zet vervolgens geluid of geur in op die specifieke plek, en gebruik een rooster voor zones die echt vrij van hopen moeten blijven.