Van warmere zeestromen naar de visafslag
De Noordzee behoort tot de snelst opwarmende zeeën van Europa. Door die stijgende watertemperatuur trekken zuidelijke soorten steeds verder noordwaarts. Waar de gewone pijlinktvis vroeger niet veel verder kwam dan het Kanaal, zwemt hij tegenwoordig in grote getale voor onze kust. Voor de Nederlandse visserij is dat een welkome ontwikkeling; door afnemende vangsten van schol en tong is de pijlinktvis in korte tijd uitgegroeid tot een van de belangrijkste doelsoorten op de afslag.
Toch brengt die opmars vragen met zich mee. In tegenstelling tot klassieke vissoorten geldt er voor de visserij op inktvissen geen vangstquotum. Vissers mogen ze onbeperkt binnenhalen, terwijl mariene biologen benadrukken dat het beheer van deze dieren een heel andere aanpak vraagt.
Een grillige levenscyclus met een hoog risico
Een pijlinktvis is een koppotig weekdier met een uitzonderlijk complex zenuwstelsel en de vaardigheid om via pigmentcellen in de huid bliksemsnel van kleur te veranderen. De ecologie van het dier is bijzonder: inktvissen groeien razendsnel, planten zich slechts één keer voort en sterven kort daarna. Ze worden meestal niet ouder dan anderhalf jaar.
Vrouwtjes afzetten hun eierstrengen op harde structuren in ondiep kustwater. Juist in de paaitijd, tussen december en april, zoeken de dieren elkaar op en vormen ze grote scholen. Wanneer er intensief wordt gevist vlak vóór de voortplanting, verdwijnt er direct een complete toekomstige generatie uit de zee. In combinatie met de bekende schommelingen in populatiegrootte – het ene jaar zijn het er ontzettend veel, het andere jaar nauwelijks – maakt dat de soort kwetsbaar voor overbevissing.
Het recordjaar van de grote pijlinktvis
Naast de bekende gewone pijlinktvis zorgde het voorjaar van 2026 voor een opvallend natuurfenomeen op de stranden. Op Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog spoelden er opvallend vaak grote pijlinktvissen aan. Dit is een Atlantische diepwatersoort die meer dan 120 centimeter lang kan worden.
Waar er tussen 1985 en 2005 zelden een exemplaar werd gevonden op de Nederlandse kust, bracht het vroege voorjaar een record aan strandingen. De dieren raken soms gedesoriënteerd of raken na het afzetten van hun eieren zo verzwakt dat ze met de stroming meedrijven naar de vloedlijn.
Wat je zelf op het strand kunt tegenkomen
Hoewel Duitse media schreven over 'zeerovers' op de strandstrook, is er voor strandwandelaars geen enkele reden tot paniek. Pijlinktvissen vallen geen mensen aan; het zijn actieve jagers op kleine visjes en garnalen onder water.
Wie goed oplet bij de vloedlijn, kan met name in het voorjaar en de vroege zomer vreemde vondsten doen. Pijlinktviseieren zien eruit als gelatineuze, transparante strengen die wat weghebben van een soort kwal. En voor wie benieuwd is naar de smaak: verse pijlinktvis uit de Noordzee is tegenwoordig ook steeds vaker te vinden bij de lokale visafslag of ambachtelijke vishandel op de eilanden.