Sommige soorten fruit en groente, zoals appels, bananen, tomaten en uien, scheiden tijdens het rijpen natuurlijk ethyleengas af. Aardappels zijn extreem gevoelig voor dit kleurloze gas. Wanneer dit ethyleen zich in een besloten ruimte ophoopt, prikkelt het de aardappel om versneld uitlopers aan te maken en zijn stevigheid te verliezen.
De beste plek voor je aardappels
Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen, bewaar je rauwe aardappels op een koele, donkere en droge plek, zoals in de kelder of een koele bijkeuken. Warmte is een bekende versneller van kieming, maar in combinatie met ethyleengevende buren gaat het proces dubbel zo snel. Houd aardappels daarom ver uit de buurt van appels en uien.
Waarom appels liever in de koelkast liggen
Appels stoten niet alleen ethyleen uit, ze rijpen er zelf ook sneller door wanneer ze dicht op elkaar liggen. In een warme huishoudkamer worden ze daardoor snel melig. De beste bewaarplek voor appels is onderin de groentelade van de koelkast. Daar blijven ze tot wel drie weken stevig en sappig, zolang je ze niet strak inpakt naast andere groentes.
Geef aardappels lucht
Naast het scheiden van ethyleenbronnen is de verpakking van de aardappels minstens zo belangrijk. Bewaar ze nooit in een afgesloten plastic zak of een dichte kunststof bak. Zonder voldoende zuurstof ontstaat er vocht, waardoor de aardappels gaan rotten of juist extra snel spruiten. Een houten kistje, een papieren zak of een open rieten mand werkt het beste.
Een effect dat al een eeuw bekend is
Het idee dat appels en aardappels elkaar bijten is geen moderne keukentruc. Wetenschappers ontdekten al in de jaren 30 dat rijpe appels vluchtige stoffen afgeven die de kieming van pootaardappelen beïnvloeden. In 1932 werd officieel vastgesteld dat ethyleen de directe boosdoener is. Oma wist het vroeger dus niet zomaar: het scheiden van de oogst in de kelder was toen al belangrijk.