Zestien overgebleven schatten
Van de circa tweehonderd borgen die ooit het Groningse landschap sierden, staan er vandaag de dag nog slechts zestien overeind. Locaties zoals de Fraeylemaborg in Slochteren of Borg Verhildersum in Leens laten bezoekers nog altijd de grandeur van vroeger ervaren. Deze miniatuurkastelen dateren vaak uit de middeleeuwen en vormen de stenen getuigen van het rijke verleden van de Ommelanden.
Met het verdwijnen van het Dijksterhuis in Pieterburen kwam er een definitief einde aan een tijdperk. Nadat eigenaar jonker Gerhard Alberda van Menkema en Dijksterhuis overleed, werd het leegstaande pand in 1903 verkocht voor afbraak. Een reddingspoging door enkele gefortuneerde heren liep op het laatste moment op niets uit. Wel bleef er een rijk web aan verhalen over, net als tastbare herinneringen op de originele locatie en in naburige dorpen.
Van piratennest tot onuitwisbare sporen
De oorsprong van het Dijksterhuis gaat vermoedelijk terug naar de 14de eeuw. In die beginperiode lag het gebouw binnendijks nog niet beschut, maar stond het buitendijks op een zandplaat in de Waddenzee. Daar diende de plek hoogstwaarschijnlijk als schuilplaats voor de zogeheten likedelers. Deze piraten verdeelden hun buit altijd in gelijke delen. Pas toen er een nieuwe dijk werd opgeworpen en het stee binnendijks kwam te liggen, verdween de functie als roversnest.
Naast de zeerovers kent het pand een duister hoofdstuk uit het jaar 1596. Een afgewezen bediende bracht destijds een dienstmeisje en haar geliefde knecht om het leven in de borg. De hardnekkige legende vertelt dat de bloedvlek die achterbleef nooit meer weg te poetsen was, zelfs niet na het leggen van een complete nieuwe vloer. Volgens verhalen van buurtbewoners bleef die mysterieuze plek tot diep in de 19de eeuw zichtbaar op de planken; voor velen het bewijs dat de geest van het meisje er nog rondwaarde.
Waar de stenen van de borg belandden
Hoewel de borg zelf is gesloopt, zijn er tal van onderdelen bewaard gebleven. De contouren van het oude borgterrein zijn in de polder nog altijd te herkennen. Na de veiling in 1903 werden de waardevolle houten balken en marmeren schouwen los verkocht, waardoor er ongetwijfeld nog steeds huizen rond Pieterburen staan waar fragmenten van het Dijksterhuis in zijn verwerkt.
Een paar opvallende stukken kregen een heel prominente nieuwe plek. De imposante stenen leeuwen die tegenwoordig de toegangsbrug van de Menkemaborg in Uithuizen bewaken, stonden oorspronkelijk bij de poort van het Dijksterhuis.
Ook in de Petruskerk in Pieterburen kom je de voormalige bewoners tegen. De familie Alberda liet er een eigen grafkelder bouwen en rond het jaar 1700 een bewerkte herenbank neerzetten. Zelfs de 16de-eeuwse rouwborden van de familie Sonoy, eveneens vroegere bewoners van de borg, hangen daar nog altijd aan de muur.
Een gemiste kans
Het blijft jammer dat het gebouw in 1903 niet gered kon worden van de slopershamer. Mocht het Dijksterhuis er vandaag nog hebben gestaan, dan was het zonder twijfel een prachtig museum geweest waar je zó naar de sporen van het piratenverleden of het volksverhaal achter de bloedvlek had kunnen kijken.