Planten en knollen die langere tijd in de kast liggen, reageren op licht, vocht en temperatuur. Zodra de omstandigheden veranderen, maken ze zich klaar om opnieuw uit te lopen en te groeien. Tijdens dit proces verandert de chemische samenstelling in de knol: er ontstaan nieuwe stoffen die de plant moeten beschermen tegen insecten en schimmels. Waar de ene stof schadeloos is voor de mens, kan de andere bij verkeerd gebruik klachten veroorzaken.
De aardappel: ruim wegsnijden of afscheid nemen
Bij aardappels is oplettendheid geboden. In de schil, de groene plekken en vooral in de uitlopers van oudere aardappelen vormt zich solanine. Dit is een natuurlijke gifstof die bij inname in grote hoeveelheden klachten als misselijkheid, buikkramp en diarree kan veroorzaken. Aardappelen mogen wettelijk maximaal 20 milligram solanine per 100 gram bevatten, en moderne rassen blijven daar ruim onder.
Omdat solanine bij verhitten maar gedeeltelijk afbreekt, maakt koken of bakken een aangetaste aardappel niet automatisch veilig. De stof concentreert zich gelukkig lokaal rondom de oogjes en de sprieten. Zijn de uitlopers klein en is de knol nog stevig? Snijd de sprieten en de schil eromheen dan ruim weg; de rest van de aardappel is gewoon te eten. Smaakt de aardappel na bereiding bitter of geeft hij een branderig gevoel op de tong, eet hem dan niet op. Is de knol zacht, verschrompeld of grotendeels groen gekleurd, dan kun je hem beter weggooien.
Ui en knoflook: bitter, maar niet gevaarlijk
Bij uien en knoflook ligt de situatie heel anders. De groene spriet die uit het hart van een ui of knoflookteen groeit, is volstrekt onschuldig. Wel kan de kiem een wat bittere smaak afgeven, wat vooral bij rauw gebruik opvalt. Wie liever geen bitterheid in het gerecht wil, snijdt de ui of de teen knoflook simpelweg in de lengte door en wipt de groene kern er met de punt van een mesje uit.
Supermarktuien worden na de oogst vaak behandeld met de toegestane kiemremmer maleïnehydrazide, waardoor ze soms maanden goed blijven. Toch kan een warme periode het proces alsnog in gang zetten. Pas wanneer de ui of knoflook zacht, soppig of beschimmeld raakt, is het tijd om afscheid te nemen.
Zo voorkom je uitlopers
Het uitlopen van knoflook, uien en aardappels vertraag je door te zorgen voor de juiste bewaaromstandigheden. Bewaar alle drie op een donkere, koele en droge plek, zoals een kelderkast of bijkeuken. Zet ze niet direct naast het fornuis of in het zonlicht op het aanrecht. Uien bewaar je het beste in een papieren zak met gaten of een netje zodat ze niet gaan zweten. Een hele bol knoflook blijft op een donkere plek tot zo'n 6 maanden goed.