Natuur

Ooit groter dan Texel, nu verboden terrein: het Waddeneiland waar vogels de baas zijn

Wie op het dek van de veerboot naar Vlieland of Terschelling staat, kijkt vaak uit over een schijnbaar eindeloze vlakte van water en zand. Toch doemt er halverwege de oversteek een lage, groene streep op aan de horizon met slechts één opvallend huisje en een baken. Dit is Griend, een afgesloten Waddeneiland waar menselijke bezoekers niet welkom zijn en het ritme van de natuur het overneemt.

Romy van der Lingen
3 minuten
Wadden
Waddeneilanden
Griend Waddenzee

Het eiland dat langzaam wandelde

Voordat de Waddenzee haar huidige vorm kreeg, zag het noordelijke kustlandschap er ingrijpend anders uit. In de middeleeuwen was Griend een aanzienlijk Fries eiland aan het Vlie, met een oppervlakte die groter was dan het huidige Texel. Er verrees een kleine handelsnederzetting en het klooster Mariëngaarde vestigde er in de 12de eeuw een uithof met een kloosterschool. De rampzalige Sint-Luciavloed van 13 en 14 december 1287 sloeg echter een verwoestend gat in het gebied. Grote delen van het eiland verdwenen in de golven.

Door een samenspel van afslag aan de noordzijde en aanslibbing aan de zuidkant begon het eiland letterlijk te wandelen richting het zuidoosten. Eeuwenlang bleef het een stee met enkele boerenwoningen, waar pachtboeren koeien en schapen hielden en hooiden op de kwelders. In de 18de eeuw vertrokken de laatste vaste bewoners. Het middeleeuwse dorp lag toen al diep onder de zeespiegel; schelpenvissers stuitten later bij laagwater op oude stenen putwanden die herinnerden aan de verdwenen gemeenschap.

Ruim een eeuw beschermd vogelparadijs

Aan het einde van de 19de eeuw dreigde een nieuw gevaar voor de overgebleven zandplaat. De zogenaamde 'gruwelmode' maakte vogelveren populair op dameshoeden, waardoor de jacht op sterns en meeuwen schrikbarende vormen aannam. Ook werden eieren massaal geraapt voor consumptie. Om aan deze roofbouw een halt toe te roepen, kocht de jonge Vereniging Natuurmonumenten in 1912 de eierrechten en kreeg zij het eiland in erfpacht van de staat. Sinds 1917 is het gebied volledig in eigendom van de natuurbeschermingsorganisatie.

Tegenwoordig is het eiland een onmisbare schakel in de internationale trekroute van miljoenen vogels. Jaarlijks broeden er zo'n 30.000 vogelpaartjes. Onder meer de visdief, Noordse stern, eidereend en scholekster vinden er een veilige plek. Ook de grote stern broedt op de plaat, een soort die op de Rode Lijst staat. Buiten het broedseizoen is de plaat een rustgebied voor wulpen, kanoeten en rosse grutto's, terwijl grijze zeehonden er in de winter hun jongen ter wereld brengen.

De eenzame wacht op palen

De menselijke aanwezigheid op de zandplaat is tot het absolute minimum beperkt. Tussen 15 april en 15 juli verblijven er vrijwillige vogelwachters namens Natuurmonumenten op het eiland. Hun taak is helder: het tellen van de broedkolonies, het bewaken van de rust en het doen van veldonderzoek. Hun onderkomen is een houten vogelwachtershuisje uit 2006, dat vlak naast het 11 meter hoge navigatiebaken 'Kaap Griend' staat.

Het leven van de vogelwachters is sober en staat volledig in het teken van het getij. Zonder leidingwater of stedelijke voorzieningen zijn ze overgeleverd aan de natuur. Soms zorgt de lokale fauna voor verrassingen; tijdens werkzaamheden aan een zanddijk in de jaren 80 van de vorige eeuw zijn per ongeluk bosmuizen meegekomen naar het eiland, die tot op de dag van vandaag weleens knagen aan de voorraden in de bewoonde post.

Een gevecht tegen de stroming

Dat het eiland nu nog bestaat, is het resultaat van continue zorg. Na de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 veranderde de stroming in de Waddenzee ingrijpend. Het natuurlijke proces van aanslibbing stopte, terwijl de afslag door golven doorging. Natuurmonumenten moest herhaaldelijk ingrijpen om te voorkomen dat het paradijs volledig in de stroomgeul zou verdwijnen.

Na eerdere aanplant van gras, de aanleg van takkenkwelschermen en zanddijken, werd in 2016 een grootschalige hersteloperatie uitgevoerd. In samenwerking met Rijkswaterstaat werd aan de westzijde 250.000 kubieke meter zand opgespoten. Hierdoor werd het eiland 18 hectare groter, waardoor de oppervlakte bij hoogwater nu circa 50 hectare bedraagt. Deze ingreep geeft de dynamische zandplaat weer de tijd om met de zeespiegel mee te bewegen.

Wie het eiland met eigen ogen wil aanschouwen, moet geduld hebben. Om de kwetsbare natuur te beschermen is het terrein het hele jaar streng verboden voor bezoekers. Slechts één keer per jaar maakt Natuurmonumenten een uitzondering. Op donderdag 10 september 2026 staat er een exclusieve expeditie gepland, waarbij een klein gezelschap onder leiding van de boswachter per boot vanuit Harlingen afreist om voet aan wal te zetten op deze historische plek.

Natuurmonumenten, Waddenvereniging, Wikipedia Adobe Stock