Tegenwoordig is het een vertrouwd beeld. Gezinnen zetten hun tent op tussen de bomen, campers vullen de campings en vakantiehuisjes zijn in de zomermaanden vaak maanden van tevoren volgeboekt. Drenthe behoort al jarenlang tot de populairste vakantiebestemmingen van Nederland, maar die liefde voor de provincie ontstond niet pas in de tijd van bungalowparken en glampings.
Drenthe werd al vroeg ontdekt
Al in de jaren 20 van de vorige eeuw begonnen steeds meer Nederlanders Drenthe te ontdekken. Kunstenaars, wandelaars en natuurliefhebbers trokken naar de provincie vanwege de uitgestrekte heidevelden, bossen en beekdalen. In een tijd waarin grote delen van Nederland steeds verder verstedelijkten, gold Drenthe juist als een plek waar de natuur nog grotendeels ongerept was.
Dat beeld komt ook terug in oude reisgidsen. Zo werd Drenthe in het Reisboek voor de provincie Drenthe uit de jaren 30 aangeprezen als een ideale bestemming voor wie wilde ontsnappen aan de drukte van de stad. Bezoekers konden er fietsen over de 'mooie wielerpaden', wandelen door de natuur en verblijven in karakteristieke dorpen.
De grote vakantieboom
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde er veel. Nederlanders kregen meer vrije tijd, de welvaart nam toe en steeds meer gezinnen schaften een auto aan. Vakantie werd bereikbaar voor een veel grotere groep mensen en Drenthe profiteerde daar volop van.
Vooral in de jaren 60 groeide het toerisme explosief. Campings en vakantiehuisjes verschenen in rap tempo en steeds meer gemeenten wilden recreatieparken aanleggen. Populaire plaatsen als Norg en Schipborg zagen het aantal vakantiehuizen snel toenemen.
Die groei bracht ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Er ontstond wildgroei van recreatiewoningen en op sommige plekken werden vakantiehuizen zelfs permanent bewoond. Bovendien dreigde de natuur, juist de belangrijkste reden waarom mensen naar Drenthe kwamen, onder druk te komen staan.
De provincie trapte op de rem
Waar veel andere regio's de toeristische groei grotendeels haar gang lieten gaan, koos Drenthe voor een andere aanpak. De provincie besloot vakantieparken en campings zoveel mogelijk te concentreren op plekken waar het landschap zo min mogelijk werd aangetast. Nieuwe recreatieplannen werden streng beoordeeld en voor het totale aantal toeristische overnachtingsplaatsen werd zelfs een maximum vastgesteld.
Niet iedere gemeente was daar blij mee. Sommige plannen verdwenen in de prullenbak, omdat ze volgens de provincie niet pasten binnen het streven om rust en natuur te behouden. Juist die terughoudendheid wordt achteraf gezien vaak genoemd als een belangrijke reden waarom Drenthe zijn karakter wist te behouden.
Ook de opkomst van de stacaravan leidde begin jaren 70 tot nieuwe regels. Vanaf 1970 werden stacaravans juridisch als gebouwen beschouwd, waardoor er een bouwvergunning voor nodig was. Daarmee wilde de provincie voorkomen dat recreatiegebieden alsnog volgebouwd zouden raken.
Van zandwinning naar zwemplas
De groei van het toerisme leverde ook verrassende ideeën op. In de jaren 60 werden zandwinplassen niet alleen gebruikt voor de winning van zand, maar kregen ze na afloop vaak een tweede leven als recreatiegebied.
Bekende voorbeelden zijn De Huttenheugte bij Dalen en het Ermerzand. Waar eerst zand werd afgegraven, ontstonden later zwemplassen, wandelroutes en recreatiegebieden. Ook het terrein waar tegenwoordig Hof van Saksen ligt, begon ooit als zandwinplas. Zo wist Drenthe economische ontwikkeling te combineren met recreatie, zonder overal nieuwe natuurgebieden aan te tasten.
Luxe vakanties waren ineens binnen handbereik
In de jaren 70 verschenen de eerste moderne bungalowparken. De Huttenheugte, geopend in 1972 bij Dalen, gold destijds als bijzonder luxe. De bungalows stonden rondom een meer en beschikten over voorzieningen die veel Nederlanders thuis nog niet hadden, zoals centrale verwarming, een ligbad en zelfs een kleurentelevisie. Later kwamen daar onder meer een subtropisch zwembad en andere recreatieve voorzieningen bij. Ook op andere plekken in Drenthe verrezen vakantieparken, terwijl campings zich verder ontwikkelden en steeds meer voorzieningen kregen.
Nog altijd draait het om hetzelfde
Hoewel de manier waarop we vakantie vieren flink is veranderd, is de aantrekkingskracht van Drenthe opvallend constant gebleven. Waar bezoekers honderd jaar geleden kwamen voor de stilte, de natuur en de uitgestrekte landschappen, zijn dat nog steeds de belangrijkste redenen om de provincie te bezoeken.
Wie vandaag de dag een weekend gaat fietsen over de heide, wandelt door een Nationaal Park of neerstrijkt op een camping tussen de bossen, doet eigenlijk precies hetzelfde als de eerste toeristen ruim een eeuw geleden. Alleen de tent, caravan of het vakantiehuisje ziet er inmiddels een stuk moderner uit.