1. Madeliefje (mei tot september)
Het bekende witte bloempje met het gele hart is geheel eetbaar. Door de gesloten bloemknoppen een paar dagen in te leggen in een mengsel van azijn, water en een snufje zout, ontstaat er een smaakvol alternatief voor traditionele kappertjes. De geopende bloemen hebben een licht bittertje dat uitstekend past als kleurrijke garnituur in een zomerse salade.
2. Zevenblad (mei tot augustus)
Waar velen zevenblad kennen als een hardnekkige woekerplant in de achtertuin, zien kenners het als een veelzijdig keukenkruid. De smaak van gedroogd zevenblad vertoont grote overeenkomsten met die van peterselie. Je verwerkt de jonge bladeren daardoor eenvoudig als smaakmaker in soepen, stoofschotels of een verse pesto.
3. Dovenetel (mei tot september)
De dovenetel vertoont qua uiterlijk sterke gelijkenissen met de brandnetel, maar mist de brandharen en prikt dus niet. De karakteristieke witte en paarse bloemetjes bevatten zoete nectar die je er rechtstreeks uit kunt zuigen. De malse bladeren gebruik je rauw in een salade, gekookt in de soep of gedroogd voor een pot verse kruidenthee.
4. Grote lisdodde (april tot november)
Langs de waterkant valt de grote lisdodde direct op door de bekende bruine sigaren. Minder bekend is dat de witte binnenkant van de jonge scheuten rauw gegeten kan worden. Bovendien laten de jonge knoppen van de plant zich in de keuken vergelijken met de smaak en structuur van asperges.
5. Blauwe bosbes (juli tot oktober)
Op zonnige plekken en in de halfschaduw van het bos groeien wilde blauwe bosbessen aan lage struiken. Deze vruchten zijn een geliefde snack voor wandelaars én voor insecten zoals wespen. Omdat de struiken laag bij de grond blijven, is grondig wassen met water noodzakelijk voordat je ze opeet.
Voordat je gaat plukken
In Nederland geldt een formeel plukverbod in veel natuurgebieden, waardoor het belangrijk is vooraf te controleren waar en onder welke voorwaarden je mag plukken. Neem bovendien altijd de vuistregel in acht om alleen te oogsten wat je zeker kent en grondig te wassen voor consumptie. Dieren zoals vossen kunnen namelijk over de plantjes geplast hebben en eitjes van de vossenlintworm achterlaten op laaghangende planten en vruchten.
Trek tijdens het speuren in het struikgewas bedekkende kleding aan ter bescherming tegen stekels en insecten. Controleer na elke wandeling in het groen ook altijd even je lichaam op de aanwezigheid van teken.