Cultuur

Waren het echt reuzen? Zo werden de hunebedden gebouwd

Eeuwenlang keken voorbijgangers met ontzag naar de immense keien op de Drentse heide, overtuigd dat alleen machtige reuzen zulke loodzware stenen konden verplaatsen. Toch schuilt er achter deze hunebedden geen volksverhaal, maar een verbluffend staaltje menselijk vernuft uit de steentijd. Met slimme technieken wisten onze voorouders bouwwerken neer te zetten die al 5.000 jaar de elementen trotseren.

Romy van der Lingen
2 minuten
Drenthe
Historie
hoe zijn hunebedden gebouwd
Hunebed D45 bij Emmen. Foto: Adobe Stock

Eeuwenlang geloofden de bewoners van het noorden dat alleen magische wezens of reuzen – de zogenaamde ‘huynen’ – in staat waren om die gigantische zwerfkeien door het landschap te slepen. De stenen constructies die we tegenwoordig kennen als hunebedden, dienden zon 5.000 jaar geleden als grafkamers voor de eerste boeren in het noorden van Nederland. Maar hoe kregen deze vroege bewoners die loeizware rotsblokken zonder moderne machines op hun plek? Het antwoord schuilt in een verrassend doordacht samenspel van natuurkrachten, hefboomtechnieken en menselijke vindingrijkheid.

Samenwerking met het winterse landschap

Voordat er gebouwd kon worden, moesten de geschikte zwerfkeien verzameld worden in de nabije omgeving. De bouwers zochten in een straal van circa 5 kilometer rondom de beoogde plek naar bruikbare stenen. Om deze loodzware giganten te verplaatsen, maakten ze gebruik van een uitgekiend systeem van houten rollers, sledes en sterke touwen. De winter bleek daarbij de beste bondgenoot: over de bevroren Drentse grond gleed het zware transport een stuk eenvoudiger dan door de zompige zomergrond.

De omgekeerde bouwvolgorde

Wie naar een hunebed kijkt, vermoedt dat eerst de muren werden gemetseld waarna het dak erop ging. De werkelijkheid was precies andersom. De indrukwekkende dekstenen werden als eerste op hun plek gelegd, simpelweg door ze over opgestapelde boomstammen of een opgeworpen heuvel van aarde te rollen. Pas als de daksteen op de juiste hoogte lag, werden de draagstenen eronder gegraven en geplaatst. Zo ontstond de kenmerkende constructie van twee rechtopstaande stenen met een liggende steen erbovenop, ook wel een trilithon genoemd.

Hunebed D13 in Eext ligt nog deels onder een zandheuvel
Hunebed D13 in Eext ligt nog deels onder een zandheuvel. Foto: Adobe Stock

Droge voeten voor de eeuwigheid

Een grafkamer moest niet alleen stevig zijn, maar ook bescherming bieden tegen het grillige Nederlandse weer. Nadat de grote structuur stond, vulden de bouwers de kieren op met kleinere stopstenen. Vervolgens dekten ze het geheel af met een dikke laag aarde. Om het dak volledig waterdicht te maken, legden ze een slimme isolatielaag aan van berkenbast gecombineerd met verbrand vuursteen, dat vocht opnam.

De vloer van de kamer werd netjes bestraat met een laag keien, en de ingang aan de zuidzijde kreeg een houten deur of een zwaar lederen gordijn. Zo creëerden deze vroege Drentse meesterbouwers een monument dat de tand des tijds zou doorstaan.

Hunebed Nieuwscafé Adobe Stock