Door een deel van de traditionele bloem te vervangen door maïszetmeel, creëer je een barrière die overtollig vocht absorbeert tijdens het bakken. Dit zorgt ervoor dat het ei en het paneermeel zich perfect aan de vis hechten en in de hete pan direct veranderen in een goudbruine, ultra-knapperige korst.
Ingrediënten voor 4 personen:
- 500 gram verse witvisfilets (bijvoorbeeld koolvis)
- 40 gram bloem
- 2 eieren
- 1 handje paneermeel (om te paneren)
- 1 eetlepel maïszetmeel
- 2 eetlepels boter
- 2 eetlepels olie
Zo maak je een goudbruin gebakken vis:
- Vis droogmaken: dep de verse witvisfilets grondig droog met een stuk keukenpapier. Snijd de vis in gelijke stukken en bestrooi ze aan beide kanten met een snufje zout en peper.
- Paneerstation inrichten: zet drie diepe borden naast elkaar op het aanrecht. Meng in het eerste bord de bloem goed met de eetlepel maïszetmeel. Klop in het tweede bord de twee eieren los. Strooi in het derde bord een flinke hand van het paneermeel.
- Vis paneren: haal de stukken vis achtereenvolgens eerst door het bloem-maïszetmeelmengsel, daarna door het losgeklopte ei en ten slotte door het paneermeel. Druk het paneermeel rondom goed aan met je vingers, zodat de vis volledig en gelijkmatig bedekt is.
- Vis bakken: verhit de twee eetlepels boter en de twee eetlepels olie samen in een ruime koekenpan op middelhoog vuur. Leg de gepaneerde visfilets voorzichtig in de hete pan en bak ze in circa 3 minuten per kant goudbruin en gaar. Let op dat de pan niet te vol ligt; bak de vis eventueel in twee porties.
Serveertips: serveer deze knapperige vis met goudbruin gebakken aardappeltjes of een romige aardappelpuree. Qua groenten passen beetgaar gekookte doperwtjes, gestoofde prei of een frisse salade met komkommer en dille hier uitstekend bij. Zet voor de finishing touch verschillende schaaltjes op tafel met romige knoflooksaus, een frisse ravigotesaus of een klassieke tartaarsaus en geef er een partje citroen bij om over de vis uit te knijpen.