Cultuur

Terug naar de tropenjaren: hoe we in 1975 en 1976 'mooiweermoe' werden van de hitte

Na de tropische temperaturen van de afgelopen week snakken we naar een frisse wind. Hoewel we de afgelopen dagen flink hebben gepuft, valt deze warme periode in het niet bij de legendarische zomers van 1975 en 1976. Vijftig jaar geleden zuchtte heel Nederland wekenlang onder een verzengende hitte die leidde tot smeltende wegen en een unieke vorm van 'mooiweermoeheid'. Weet je nog hoe we toen de koelte opzochten?

Romy van der Lingen
3 minuten
Terug naar vroeger
Historie
Hitte 1975
Hoornseplas, 1975-1985. Foto: Bureau Voorlichting gemeente Groningen, collectie Groninger Archieven

1975: de langste adem

De zomer van 1975 bracht de langst durende opeenvolgende hittegolf in Nederland sinds het begin van de KNMI-metingen. Vanaf 29 juli hield de warmte het land maar liefst achttien dagen op rij in haar greep, waarvan het kwik in De Bilt op 6 dagen boven de 30 graden uitkwam.

Omdat airconditioning en tropenroosters destijds nog zeldzaam waren, raakte de infrastructuur al snel ontregeld. Treinen kwamen stil te staan omdat het metaal van de spoorbruggen zo ver uitzette dat ze niet meer wilden sluiten. Wegen begonnen letterlijk te smelten onder het gewicht van zware vrachtwagens, die diepe sporen achterlieten in het zachte asfalt.

Onder de bevolking zorgde de aanhoudende hitte voor flink wat klamme, slapeloze nachten. Veel mensen besloten noodgedwongen in de tuin te overnachten. Ondertussen raakten de strandpaviljoens in recordtijd door hun voorraden heen; kranten meldden dat er op de drukste dagen louter nog lauw bier en cola te krijgen was.

Toen de hittegolf op 16 augustus eindelijk ten einde kwam, sloeg het weer direct om in zwaar noodweer met hagel en zware windstoten. Voor fruittelers was de schade enorm: zo'n 80 procent van de appels en peren ging in sommige regio's verloren. Sperziebonen groeiden door de hitte juist zó snel dat complete oogsten tegelijk rijp waren, veel sneller dan de verwerkende industrie kon bijbenen.

Afkoelen in de zee, 1975
Afkoelen in de zee, 1975. Foto: Bert Verhoeff/Anefo, beeldbank Nationaal Archief

1976: 'mooiweermoe' en grote droogte

Wie dacht dat het na 1975 wel voorbij was met de extreme warmte, kwam een jaar later bedrogen uit. Vanaf 23 juni 1976 volgde een nieuwe hittegolf die zeventien dagen aanhield. Hoewel deze net een dag korter duurde dan het jaar ervoor, was de intensiteit vele malen groter. De hittegolf telde maar liefst tien tropische dagen boven de 30 graden, met een absolute piek op 3 juli toen het in De Bilt 34,9 graden werd. Dit maakte het de hittegolf met de meeste tropische dagen van de 20ste eeuw.

Wat 1976 historisch gezien echter dramatischer maakte, was het extreme neerslagtekort. Het platteland voerde een wanhopige strijd tegen de droogte. Vaarten en sloten vielen volledig droog en woonboten kwamen op de modderbodem te liggen. Het gras op de weilanden verdorde zo erg dat melkkoeien geen eten meer hadden en noodgedwongen naar het slachthuis moesten worden afgevoerd. De totale schade voor de land- en tuinbouw liep op tot een destijds astronomische 2 miljard gulden.

De droogte zorgde bovendien voor een golf van grote natuurbranden op onder andere de Veluwe en in de grenssteken. Ruim 2.000 militairen werden paraat gesteld en er werden zelfs Leopardtanks ingezet als stormram om commandowegen en restaurants te beschermen tegen de vlammenzee.

Schaduw opzoeken in de kerk

In de steden werd het dagelijks leven creatief aangepast. Scholieren kregen 'tropenvrij' of begonnen extra vroeg aan hun schooldag. Door de hitte ontstond er een run op supermarkten en melkboeren, waardoor er een landelijk tekort aan statiegeldflessen ontstond; iedereen hield thuis kratten vol frisdrank en bier bezet om het hoofd koel te houden. Drinkwaterbedrijven riepen op tot extreme zuinigheid, en autobezitters kregen het advies om vooral thuis te blijven in plaats van aan te sluiten in de kilometerslange, snikhete files richting de kust.

Tegen de tijd dat juli aanbrak in 1976, waren veel Nederlanders dan ook 'mooiweermoe'. Het bezoek aan de openluchtzwembaden liep terug en de bisschoppen registreerden plotseling een opvallende stijging in het kerkbezoek. Niet alleen omdat de dikke, oude muren van de kerken een van de weinige plekken waren waar het nog aangenaam koel was, maar ook omdat er speciale gebedsdiensten werden georganiseerd om te smeken om regen.

Wanneer er op 11 juli eindelijk de eerste regendruppels uit de hemel vielen, was dat groot voorpaginanieuws. Mensen dansten letterlijk van blijdschap op straat. Hoewel de zomers tegenwoordig gemiddeld warmer zijn geworden en het aantal warme dagen toeneemt, blijven de tropenjaren '75 en '76 in ons collectieve geheugen gegrift staan als de zomers waarin de zon het land de baas was.

National Geographic, MAX Vandaag Adobe Stock