Cranberry’s horen bij Terschelling zoals de vuurtoren de Brandaris bij het eiland hoort. Sinds een vat met bessen in de negentiende eeuw op het strand aanspoelde, zijn ze niet meer weg te denken van het eiland.
Hoewel we cranberry’s vaak associëren met het najaar en de winter, tilt hun frisse, tikkeltje kruidige smaak deze zomerse kersensaus naar een heel nieuw niveau. Zet het wafelijzer maar alvast aan, want dit smaakt gegarandeerd naar meer!
Ingrediënten (voor 4 personen):
Voor de wafels
- 250 gram bloem
- 1 zakje bakpoeder (16 gram)
- snufje zout
- 2 zakjes vanillesuiker
- 50 gram fijne kristalsuiker
- 100 gram roomboter (gesmolten en licht afgekoeld)
- 3 eieren (gesplitst)
- 300 milliliter volle melk (of karnemelk voor een frissere wafel)
- extra roomboter of olie om het wafelijzer mee in te vetten
Voor de kersen-cranberrysaus
- 400 gram verse kersen (ontpit) of kersen uit pot (uitgelekt, bewaar het sap)
- 3 eetlepels Terschellinger cranberrycompote (o.a. te koop bij de natuurwinkel of landwinkel)
- 1 eetlepel citroensap
- 1 kaneelstokje
- 1 à 2 eetlepels maizena
- scheutje sap uit de kersenpot of een scheutje water (optioneel)
Ter garnering
- 250 milliliter verse slagroom
- 1 eetlepel suiker
- poedersuiker
Zo maak je deze boerenwafels met kersen en cranberry's:
- De kersen-cranberrysaus maken: breng in een steelpannetje de ontpitte kersen samen met de Terschellinger cranberrycompote, het citroensap en het kaneelstokje zachtjes aan de kook. Voeg een klein scheutje water of kersensap toe als het te droog wordt. Laat het geheel op laag vuur zo'n 8 tot 10 minuten zachtjes pruttelen tot de kersen lekker zacht zijn en hun sappen hebben afgegeven. Maak ondertussen een papje van de maizena met een eetlepel koud water. Roer dit papje beetje bij beetje door de warme saus tot deze de gewenste dikte heeft. Haal het kaneelstokje eruit en houd de saus op heel laag vuur warm.
- Het wafelbeslag maken: meng in een grote kom de bloem, het bakpoeder, het zout, de vanillesuiker en de kristalsuiker door elkaar. Maak een kuiltje in het midden. Klop in een andere kom de eierdooiers los met de melk en de gesmolten roomboter. Giet dit mengsel in het kuiltje van de droge ingrediënten en roer met een garde tot een glad beslag zonder klontjes. Klop in een vetvrije, schone kom de eiwitten tot er stijve pieken ontstaan. Spatel dan kort het stijfgeklopte eiwit door het wafelbeslag.
- Wafels bakken: verwarm het wafelijzer voor en vet de platen lichtjes in met wat roomboter of olie. Schep met een soeplepel wat beslag in het ijzer. Bak de wafels in zo’n 3 tot 5 minuten goudbruin en gaar (de exacte tijd hangt af van je wafelijzer). Leg de gebakken wafels op een rooster zodat ze lekker krokant blijven.
- De finishing touch: klop de verse slagroom stijf met een eetlepel suiker. Leg op elk bord een warme wafel. Schep hier royaal de warme, dikke kersen-cranberrysaus overheen. Maak het af met een flinke toef slagroom. Bestuif het geheel met wat poedersuiker. Ook lekker voor erbij: een bolletje (vanille)ijs.
Extra tip:
Heb je wafels over? Je kunt ze prima invriezen. Ontdooi ze later eventjes in de broodrooster, dan zijn ze direct weer heerlijk warm en knapperig.