1. De basis: structuur en vetgehalte
Het resultaat van de barbecue valt of staat met het type vlees dat wordt gekozen. Vleessoorten met een fijne marmering – vetlijntjes die door het vlees lopen – blijven tijdens het grillen makkelijker sappig. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ribeye of entrecote.
Bij varkensvlees zijn varianten zoals procureur of buikspek geschikt omdat ze door hun vetpercentage minder snel uitdrogen. Wie gevogelte op het rooster legt, bereikt met kippendijen vaak een malser resultaat dan met kipfilet. Ook lamskoteletjes zijn een goede optie, mits de bereidingstijd kort blijft.
2. De voorbereiding in de keuken
Voordat het vlees de barbecue op gaat, kan de structuur in de keuken al worden verbeterd. Het is raadzaam om het vlees vooraf op kamertemperatuur te laten komen, zodat het gelijkmatiger gaart. Verwijder daarnaast eventuele stugge zenen en overtollig vet.
Een marinade kan eveneens helpen om het vlees zachter te maken. Een effectieve marinade bevat naast olie en kruiden een zuur bestanddeel, zoals citroensap, azijn of yoghurt. Dit zuur breekt het bindweefsel in het vlees deels af. Kip heeft aan 30 minuten marineren genoeg, terwijl rundvlees enkele uren nodig heeft. Rundvlees van hoge kwaliteit behoeft overigens weinig extra's; een basis van grove pepermix en zeezout volstaat om de smaak te accentueren.
3. Temperatuur en indirect grillen
De grootste oorzaak van taai vlees is een te hoge temperatuur. Vlees dat direct boven felle vlammen ligt, schroeit weliswaar snel dicht, maar droogt aan de binnenkant uit voordat het gaar is. De zogeheten low and slow-methode voorkomt dit. Hierbij gaar je grotere stukken vlees gedurende langere tijd op een lage temperatuur.
Gebruik hiervoor de techniek van indirect grillen: leg de houtskool aan de ene kant van de barbecue en het vlees aan de andere kant. Door de deksel te sluiten, circuleert de warmte als in een oven. Controleer de garing altijd met een vleesthermometer. Kip is veilig bij een kerntemperatuur van 75 graden, voor varkensvlees geldt een richtlijn van 70 graden.
4. Vlees laten rusten
Goed gegaard vlees is herkenbaar aan een lichte veerkracht bij het indrukken en een zachte textuur die gemakkelijk doorsnijdt.
De meest gemaakte fout is om het vlees direct na het grillen aan te snijden. Hierdoor gaan de sappen verloren op de snijplank. Laat het vlees in plaats daarvan minimaal 5 minuten rusten onder een losse laag aluminiumfolie. De sappen verspreiden zich dan weer over de vezels, wat de malsheid ten goede komt.