Wat heb je nodig?
Voor een paar mooie, zelfgemaakte kaarsen heb je niet veel nodig. Verzamel de volgende spullen:
- 500 gram sojawas
- 30 druppels pure citronella-olie
- een handvol schone, glazen (jam)potjes
- een aantal kaarslontjes
Zo maak je zelf citronellakaarsen:
- Was smelten: smelt de 500 gram sojawas au-bain-marie. Dit doe je simpelweg door een hittebestendige kom op een pan met een klein laagje kokend water te zetten. Roer de was rustig door tot alles volledig vloeibaar is.
- Lontjes plaatsen: zet ondertussen de lontjes in het midden van je glazen potjes. Tip: met een klein drupje gesmolten was op de bodem plak je het metalen voetje van de lont meteen goed vast. Houd de lont rechtop door er even een satéprikker of wasknijper overdwars op te leggen.
- Geur toevoegen: haal de vloeibare was van het vuur en laat het een minuutje afkoelen. Druppel er vervolgens de 30 druppels citronella-olie bij en roer het even goed door met een satéprikker zodat de geur zich verspreidt.
- Potjes gieten: giet de warme was voorzichtig in de glazen potjes. Zorg dat je aan de bovenkant circa 2 centimeter speling overhoudt, zodat de vlam straks mooi uit de wind zit.
- Uitharden en bijknippen: laat de kaarsen minstens 2 uur rustig staan tot de was helemaal wit en hard is geworden. Knip daarna het overtollige stuk van de lont af, tot ongeveer 1 centimeter boven de was.
Zet de deksels op de potjes als je ze niet gebruikt, dan blijft de frisse geur extra lang goed. Laat die lange, zwoele zomeravonden nu maar komen!