Nauwelijks tien stappen op het perron van station Warffum en de rust kruipt al in je jas. De trein vertrekt en maakt plaats voor de strakke streep van de horizon: een groen veld, plukjes wolken in het blauw; net als een schilderij. Achter je ebt het geraas weg en over een beklinkerd straatje stap je de kalmte van het Noord-Groningse dorp Warffum binnen. Boven de daken verheft zich de torenspits van de eeuwenoude Sebastiaankerk. Eigenlijk voelt het alsof daar het openluchtmuseum al begint.
Toch ligt de officiële entree van Openluchtmuseum Het Hoogeland pas een paar straten verder, aan de Schoolstraat 4. Geen lange rijen, geen klikkende fototoestellen, geen krioelende auto’s en bussen op zoek naar een parkeerplek, zoals je ziet bij grotere trekpleisters als het Openluchtmuseum in Arnhem, het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen of vestingdorp Bourtange. Hier ademt alles de rust die bij Warffum hoort, bij het weidse en verstilde landschap van het Hogeland.
Nieuw museumseizoen
Vrijwilligers hebben het terrein inmiddels tot leven gewekt: de paden zijn weer schoon, de tuinen aangeharkt en de kruiden opnieuw geplant. Het museum maakt zich op voor een nieuw museumseizoen: ‘’s Winters zijn we in het weekend wel open, maar dan is het een stuk rustiger. In het voorjaar trekt het weer aan. Dan is er veel aanloop van fietsers, wandelaars en dagjesmensen, zeker met mooi weer,’ vertelt adjunct-directeur Margriet Dijk.
Haar gezicht betrekt een beetje bij de term “kleinschalig”. En gelijk heeft ze: het museum telt twintig gebouwen en herbergt meer dan 20.000 objecten in het depot. ‘Wat ons onderscheidt, is dat we niet op een aparte locatie zijn opgebouwd, maar mídden in het oorspronkelijke dorp zitten. De meeste gebouwen staan nog op de plek waar ze ooit ontstonden. We richten ons specifiek op de 19de eeuw en op het leven van arbeiders en bewoners uit deze omgeving.’
Bescheiden blijven
Collectiebeheerder Annemieke Huisman vult aan dat die aanpak ook wordt gezien én gewaardeerd: het museum werd onlangs genomineerd voor de European Museum of the Year Award. Met zo’n 14.000 bezoekers per jaar blijft het bescheiden in vergelijking met grotere musea, maar dat is ook niet het doel. ‘We zijn bezig met een herinrichting en hopen te groeien naar ongeveer 25.000 bezoekers. Samenwerking met andere musea in de regio en creatief zijn met beperkte middelen zijn daarbij belangrijk. Meer bezoekers zou mooi zijn, maar massatoerisme zoals in Giethoorn willen we niet. Onze kracht ligt juist in rust, ruimte en authenticiteit.’
De meeste bezoekers komen uit Noord-Nederland en Duitsland, maar het gastenboek laat een breder beeld zien: van de Verenigde Staten tot Griekenland, Japan, China en zelfs de Fiji-eilanden. ‘Dan moet je soms even Google Translate erbij halen om het te kunnen lezen,’ lacht Annemieke.
Ontstaan van het museum
De nadruk op authenticiteit zit diep verankerd in het museum. De historie gaat terug tot 1959, toen geschiedenisleraar Cees Reinders (1931) samen met andere geïnteresseerden begon met het verzamelen en vastleggen van het leven op het Hogeland. Nog altijd geeft hij in het museum rondleidingen voor groepen.
Wat begon met één pand en een sterke verzameldrang, groeide uit tot een volwaardig museum met meerdere gebouwen, waaronder een oude kosterswoning, een school, smederij, fietsenwinkel, TBC-huisje en een schilderswerkplaats. Ook een kroeg met kruidenierswinkeltje, café Bie Koboa, werd van de sloop gered en is inmiddels zelfs een rijksmonument.
De museumcollectie heeft altijd een duidelijke link met de omgeving: objecten moeten er gemaakt of gebruikt zijn. ‘We krijgen regelmatig spullen aangeboden, maar veel daarvan wijzen we af als ze niet passen,’ legt Annemieke uit. ‘We hebben bijvoorbeeld geen behoefte aan nóg een Singer-naaimachine. Juist de bijzondere en kwetsbare stukken springen eruit, zoals een fijn knipwerk uit 1870, gemaakt door de burgemeestersdochter.’
Verder lezen
Het volledige verhaal over museum Het Hoogeland lezen? Dit verhaal verscheen in de nieuwe Eropuit-editie van Noorderland, nu te koop in de winkels en online te bestellen via onze webshop. In deze editie volgen we ook het Drenthepad, gaan we "natuurjournalen" en verkennen we een relatief onbekend natuurgebied in het noorden. Dit – en nog veel meer – lees je nu in ons nieuwste nummer.