Ingrediënten voor 8-10 punten:
- 250 milliliter verse slagroom
- 200 gram monchou-roomkaas
- 200 gram digestive koekjes
- 125 gram kristalsuiker
- 100 gram roomboter
- 4 eetlepels frambozenjam
- 3 eetlepels amaretto
- handje frambozen
- handje aardbeien
- handje blauwe bessen
- poedersuiker ter garnering
Zo maak je een monchoutaart met rood fruit en amaretto:
- Vorm voorbereiden: vet de randen van een springvorm met een diameter van 24 centimeter zorgvuldig in met een klein beetje boter en bekleed de bodem met een passend velletje bakpapier.
- Kruimelbodem maken: maal de digestive koekjes helemaal fijn in een keukenmachine of sla ze kruimelig in een dichte zak met een deegroller. Smelt ondertussen de roomboter op laag vuur in een steelpan.
- Bodem aandrukken: doe de fijne koekkruimels in een mengkom en roer de gesmolten boter en de amaretto er goed doorheen. Stort het mengsel in de springvorm en druk de bodem stevig en gelijkmatig aan met de bolle kant van een lepel. Zet de vorm vervolgens in de koelkast zodat de bodem kan opstijven.
- Vulling opkloppen: klop in een schone kom de verse slagroom stijf samen met de kristalsuiker. Doe de monchou-roomkaas in een aparte, ruime kom en roer deze met een spatel of mixer kort soepel. Schep de stijfgeklopte slagroom daarna in delen rustig door de roomkaas, zodat het mengsel lekker luchtig blijft.
- Taart opbouwen: haal de springvorm uit de koelkast. Schep de romige vulling gelijkmatig over de stevige koekjesbodem en strijk de bovenkant mooi glad met een spatel of de achterkant van een mes.
- Fruitlaag aanbrengen: smeer met een lepel heel voorzichtig een dun en egaal laagje frambozenjam over de roomkaasvulling. Was het verse rode fruit, snijd grotere aardbeien eventueel doormidden, en verdeel de frambozen, aardbeien en blauwe bessen gul over de bovenkant van de taart.
- Opstijven en serveren: zet de fruittaart minimaal 2 uur in de koelkast om volledig op te stijven. Bestuif de taart vlak voor het aansnijden met een klein beetje poedersuiker voor een extra feestelijk effect.