1. Een reis naar 1835 in Rottum
Op de wierde van het rustige dorpje Rottum staat een minuscuul bouwwerk dat je door zijn bescheiden omvang gemakkelijk voorbijloopt. Toch schuilt achter de muren van ’t Hoeske van Thais Joaptje een indrukwekkende geschiedenis. Dit piepkleine eenkamerhuisje, tegenwoordig het kleinste museumhuisje van de provincie, is gebouwd met de achtergebleven kloostermoppen van het 13de-eeuwse Juliana-klooster.
Eeuwenlang bood het krappe onderkomen een tijdelijk dak aan dakloze dorpelingen. Jonge gezinnen en alleenstaande weduwen leefden hier in diepe armoede en zonder enige luxe; een douche ontbrak, wassen gebeurde in een teil en gekookt werd er op een simpele kachel. Een van de bekendste bewoners was Jacobje Dijkhuis (Thais Joaptje), die de Groninger auteur Jan Boer inspireerde tot zijn bekende kerstvertelling Ol Joaptje. Nadat het pand in 1953 definitief onbewoonbaar werd verklaard, dreigde sloop. Dankzij de lokale bevolking werd het monumentje in de jaren 90 gered en grondig gerestaureerd. Nu stappen bezoekers er binnen in het sobere dagelijkse leven van het jaar 1835.
2. Middeleeuwse sferen in het Oldambt
Wie de drukte volledig wil ontvluchten, kan afreizen naar het oosten van de provincie. In Nieuw Beerta bevindt zich De Cleyne Hortus, een verborgen oase van tuinen die volledig is geïnspireerd op de indeling van een middeleeuws Benedictijnenklooster. Centraal staat een rustig binnenplein met een omliggende, groene kloostergang die alle verschillende tuindelen op organische wijze met elkaar verbindt.
De tuinen zijn vrij toegankelijk en nodigen uit tot een wandeling langs vergeten groenten, een kleine boomgaard, een medicinale kruidentuin en zelfs een Arabische tuin. Na de wandeling kun je neerstrijken in de bijbehorende theetuin voor een warme drank met een historische lekkernij.
3. Geurend erfgoed in Middelstum
In het historische hart van Middelstum staat een rijksmonument waarin de bakkerstraditie al sinds 1792 springlevend is. Bakkerijmuseum Mendels dankt zijn naam aan de laatste actieve bakker, Hendrikus Mendels, die tot 1960 zijn bekende roggebrood bakte in een authentieke turfoven. Omdat hij weigerde te moderniseren, sloot hij destijds de deuren, waardoor het interieur volledig intact is gebleven.
Bij binnenkomst stap je direct in een nostalgisch bakkerswinkeltje uit vervlogen tijden, inclusief de originele houten toonbank en oude brooddozen van lokale families. In de aangrenzende werkplaats zijn de oude rijskast en historisch bakkersgereedschap, zoals een antieke speculaasmachine, te bewonderen. Achter in het pand bevindt zich een sfeervol theehuis met vintage meubilair en kringloopservies, waar je geniet van een uitgebreide theekaart en ambachtelijk zelfgemaakt gebak. Bij mooi weer neem je plaats in de schaduwrijke stinzentuin.