Een lappendeken van historische namen
Hoewel de middeleeuwse route in de volksmond simpelweg bekendstaat als ’t Pad, is de weg in werkelijkheid opgebouwd uit verschillende historische trajecten die elk hun eigen verhaal vertellen. Vanaf Marum begint de tocht als het Malijksepad, vernoemd naar een verdwenen 16de-eeuws gehucht dat inmiddels volledig door de moderne dorpsbebouwing is opgeslokt. Verderop verandert de naam in de Oudeweg en Het Pad, om uiteindelijk te eindigen in Niebert. Het pad liep van origine nog door tot de Holm bij Tolbert, een zandige hoogte in het landschap die destijds als een eilandje boven het omringende land uitstak.
Langs middeleeuwse steenhuizen en statige borgen
Dat ’t Pad ooit de belangrijkste verkeersader van de streek was, blijkt wel uit de monumentale bebouwing die eraan grenst. De latere, modernere verbindingsweg werd een stuk noordelijker aangelegd, waardoor de oudste boerderijen en landhuizen allemaal aan deze zuidelijke route liggen. Een blikvanger op de route is het Iwema Steenhuis in Niebert, dat rond het jaar 1400 werd gebouwd. Dit is het allerlaatste steenhuis in de provincie Groningen dat nog als zodanig herkenbaar is. Eeuwen geleden deed zo'n stenen toren dienst als verdedigbaar toevluchtsoord bij een boerderij.
Iets verderop in Nuis passeer je de Coendersborg, een statig landgoed van maar liefst 81 hectare dat tegenwoordig wordt beheerd door Stichting Het Groninger Landschap. In de schaduw van deze borg vind je landbouwmuseum ’t Rieuw, waar oude ambachten en agrarische tradities levend worden gehouden. ’t Pad slingert niet alleen langs landerijen, maar voert de bezoeker ook letterlijk over de erven van boerderijen en langs bloeiende privétuinen.
Volksverhalen onder de buurrechters-eik
Een route met zo'n lange historie is uiteraard onlosmakelijk verbonden met volksverhalen en mondelinge overleveringen. Volgens de verhalen stond er in de middeleeuwen langs het Malijkse Pad een gigantische eik waaronder de zogenaamde buurrechters uit de regio samenkwamen om hun ambtseed af te leggen.
Wie in de avondschemering over de onverharde paden loopt, stapt bovendien in de wereld van Groningse sagen. Zo ging hardnekkig het gerucht dat een mysterieuze spookhond het Holmerpad onveilig maakte, en hielden verhalen over spoken rond de Coendersborg de gemoederen lang bezig. Pas veel later bleek dat een van die 'spoken' simpelweg de dochter van de lokale koster was, die in haar witte nachtpon door het duister glipte om een brief te posten.
Börgbloumkes en het coulissenlandschap
Wat een tocht over ’t Pad gedurende het hele jaar zo bijzonder maakt, is de natuur. In de vroege lente wordt de bodem rondom de oude steenhuizen en borgen bedekt door een kleurrijk tapijt van stinzenflora, in Groningen ook wel liefkozend ‘börgbloumkes’ genoemd. Planten zoals de bosanemoon, speenkruid, holwortel en winterakoniet werden eeuwen geleden door de adellijke bewoners meegenomen uit zuidelijke streken om de tuinen te sieren.
Later in het seizoen maken deze voorjaarsboden plaats voor pinksterbloemen, gele lis en weelderige plukken waterkers langs de waterkant. De route wordt omzoomd door elzensingels, knotwilgen en meidoorns, die de perfecte schuilplaats bieden aan tientallen vogelsoorten. Wie hier wandelt of rustig fietst – waarbij je bij een tegenlegger vanwege de smalle opzet even vriendelijk moet afstappen – deelt het landschap met herkauwende koeien, pasgeboren lammetjes in de wei en ooievaars die hoog op hun paal de jongen voeren. Het is een zeldzaam stukje Groningen waar de tijd al eeuwenlang lijkt stil te staan.
Een historisch avontuur op eigen houtje
Omdat ’t Pad geen officieel gemarkeerde wandelroute is met gekleurde paaltjes of een vaste start- en finishlijn, vraagt een bezoek aan deze plek om een gezonde dosis eigen initiatief. Een startpunt voor wie op verkenning wil gaan, ligt in Marum tegenover de Alberdaweg 25. Hier begint het Malijksepad en vervolgt de tocht zich via de Oudeweg, Het Pad, langs de Iwemalaan en weer verder langs Het Pad totdat je eindigt aan de Halbe Wiersemaweg in Niebert. Via Google Maps of een kaart is de route zelf op te zoeken. Het is een echte ontdekkingstocht door het Groningse landschap, waarbij je ontdekt waar de middeleeuwse zandrug liep en ontdekt hoeveel eeuwenoude voetstappen hier al liggen.