Hoewel de meesten van ons vroeger tijdens een schoolreisje weleens oog in oog hebben gestaan met deze reusachtige keien, blijven de bouwwerken omringd door mysteries en fascinerende verhalen. Ze zijn ruim 5000 jaar oud – gebouwd tussen 3400 en 3200 voor Christus door het zogeheten Trechterbekervolk – en markeren de allereerste boeren die zich permanent in ons land vestigden.
Vroeger geloofde men dat alleen woeste, ijzersterke reuzen (huynen) deze loodzware rotsen konden verplaatsen. Tegenwoordig weten we dat het pure, vernuftige mankracht was. Benieuwd naar de verhalen achter Nederlands alleroudste monumenten? We hebben vijf verrassende weetjes verzameld die je gegarandeerd met andere ogen naar de Drentse hunebedden laten kijken.
1. Het kleinste hunebed staat... in Zuid-Holland?
Als je puur naar de échte archeologische opgravingen in de natuur kijkt, spant hunebed D21 in Bronneger de kroon als de kleinste van ons land, met slechts twee dekstenen. Maar voor het absolute mini-exemplaar moet je Drenthe verrassend genoeg verlaten. Sinds september 2007 is het grootste hunebed van Nederland (de D27 uit Borger) namelijk minutieus nagebouwd in Madurodam.
Wist je dat? In de eerste versie van het mini-hunebed zag je nog popjes van klimmende kinderen op de stenen. Omdat we tegenwoordig met veel respect met deze eeuwenoude monumenten omgaan en klimmen in het echt ten strengste verboden is, zijn de klimmende poppetjes inmiddels verwijderd.
2. Hunebedden zijn verre wereldreizigers
Je zou het misschien niet direct zeggen als ze zo robuust in het Drentse zand liggen, maar de loodzware zwerfkeien hebben een enorme reis achter de rug. Omdat Nederland van nature geen rotsen of bergen heeft, was de herkomst van de stenen lang een raadsel. Geologen hebben inmiddels ontdekt dat de keien – waarvan de zwaarste ruim 40 ton wegen – oorspronkelijk uit Zweden en Finland komen. Tijdens een ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, zijn ze door gigantische, schuivende gletsjers helemaal naar ons land meegesleurd en na het smelten van het ijs in de Noord-Nederlandse bodem achtergebleven.
3. Een wereldwijd fenomeen
Hoewel wij in Noord-Nederland ontzettend trots zijn op 'onze' 54 hunebedden (waarvan er 52 in Drenthe liggen en 2 in Groningen), hebben we niet het alleenrecht op deze indrukwekkende bouwstijl. Het slepen met gigantische rotsblokken, ook wel megalieten genoemd, was in de Steentijd een ware trend in heel West-Europa. Soortgelijke grafkelders en rituele monumenten vind je ook in Scandinavië, Duitsland, Groot-Brittannië (denk aan het beroemde Stonehenge) en Frankrijk. De indrukwekkende, kaarsrechte rijen stenen in het Franse Carnac behoren tot precies dezelfde prehistorische stroming.
4. Oorspronkelijk waren het 'verpakte' grafkelders
Het beeld dat we nu van een hunebed hebben – een open skelet van grote, kale keien – is niet hoe de prehistorische bouwers het bedoeld hebben. De ruimtes tussen de grote draagstenen waren destijds zorgvuldig dichtgemaakt met kleinere stopstenen. Vervolgens werd het hele bouwwerk afgedekt met een enorme berg zand en graszoden. Het was dus een volledig dichte, ondergrondse grafkelder waarbij alleen de allerhoogste toppen van de dekstenen boven de heuvel uitstaken. In de loop der eeuwen zijn de hunebedden 'ontbloot' door natuurlijke erosie en menselijk ingrijpen. Er is in Drenthe nog maar één exemplaar dat grotendeels in zijn originele aarden heuvel verpakt zit: hunebed D13 in Eext.
5. De oudste monumentenwet danken we aan de paalworm
Dat we vandaag de dag überhaupt nog kunnen genieten van deze prehistorische schatten, hebben we bijzonder genoeg te danken aan een hardnekkig schelpdier: de paalworm. Rond 1730 vraten deze beestjes massaal de houten dijkbeschoeiingen van de Nederlandse zeeweringen op. Er moesten dringend nieuwe, stevige dijken komen en de Drentse zwerfkeien bleken daarvoor de perfecte handelswaar. Veel hunebedden werden om die reden simpelweg gesloopt zodat de stenen hergebruikt konden worden.
Om deze totale vernietiging te stoppen, greep het Drentse bestuur in 1734 in met een resolutie die het vernielen van hunebedden streng verbood. Dit besluit staat hiermee te boek als een van de allereerste monumentenwetten ter wereld!
Praktische informatie voor jouw bezoek
Wil je de hunebedden zelf gaan bewonderen? De grootste concentratie bevindt zich op de Drentse Hondsrug. Alle locaties zijn vandaag de dag keurig in kaart gebracht en uitstekend te combineren met een mooie fiets- of wandeltocht. Vrijwel alle hunebedden zijn in het bezit van de overheid en worden beheerd door Staatsbosbeheer en Stichting Het Drentse Landschap. Er is echter één uitzondering op de regel: hunebed D44 bij Westenesch staat op het erf van een boer en is als enige in Nederland nog in particulier bezit.