Cultuur

Herinner je dit nog? Urenlang buitenspelen met tollen, hinkelen en stoepranden

Lang voordat smartphones, tablets en spelcomputers de huiskamers veroverden, speelde het kinderleven zich voornamelijk buiten af. Zodra de schoolbel luidde en de tas in de hoek was gesmeten, renden kinderen massaal de buurt in, waar de straat transformeerde tot één grote, levendige speeltuin.

Romy van der Lingen
2 minuten
Historie
Buitenspelen
Knikkeren, 1910-1920. Foto: P.B. Kramer, collectie Groninger Archieven

Herinner je je de tijd nog dat een simpel houten tolletje, een krijtje en een zak vol glazen knikkers garant stonden voor urenlang vermaak? We duiken in de nostalgische wereld van het buitenspelen van toen, waarin een schaafwond op de knie er simpelweg bij hoorde.

Het ritme van het houten tolletje en de knikkerpot

Wie vroeger over de trottoirs liep, hoorde steevast het karakteristieke, ritmische getik van houten tollen op de tegels. Gewapend met een zweepje – een stokje met een leren riempje of een stevig touwtje – probeerde je de gekleurde tol zo lang mogelijk draaiende te houden. Het vereiste de nodige behendigheid en techniek om de tol precies de juiste zwiep te geven.

Tegelijkertijd verzamelden groepjes kinderen zich rondom een klein, zelfgegraven kuiltje in de aarde of een speciaal knikkertegel in de stoep. De trotse bezitter van een linnen zak vol glazen 'kattenogen', 'bonken' of 'spikkels' daagde de buurtkinderen uit voor een spannend potje knikkeren. De inzet was hoog, want je kon je favoriete glazen parels zomaar kwijtraken aan een handige tegenspeler, wat regelmatig leidde tot felle discussies op het schoolplein.

Meisje met een tol, 1953
Meisje met een tol, 1953. Foto: J.D. Noske/Anefo, collectie Nationaal Archief

Stoepranden en elastieken tussen de lantaarnpalen

In de tijd dat auto's nog nauwelijks in de straat stonden, was de rijbaan het perfecte decor om te 'stoepranden'. Aan weerszijden van de straat nam je plaats op de rand van het trottoir om vervolgens te proberen de bal precies op de tegenoverliggende stoeprand te mikken, zodat deze met een mooie boog terugkaatste. Het was een spel van uren dat pas stopte als de schemering inviel of de bal per ongeluk door de ruit van de buurman dreigde te vliegen.

Ondertussen werd er op de stoep volop geëlastiekt en gehinkeld. Met een meterslang stuk wit elastiek, dat strak gespannen zat tussen de enkels van twee vriendinnetjes of simpelweg om een lantaarnpaal en een regenpijp, werden de meest ingewikkelde sprongcombinaties uitgevoerd. Met een krijtje uit de jaszak werd de stoep voorzien van genummerde hinkelvakken, waarbij je op één been het parcours moest afleggen zonder de lijnen te raken.

Thuiskomen met sterke verhalen

Aan het einde van de dag kwam je de keuken binnen met zwarte handpalmen, stoffige knieën en een hoofd vol sterke verhalen over wie de meeste knikkers had gewonnen of wie de hoogste sprong had gemaakt bij het elastieken. Het was een actieve kindertijd die veel mensen nog altijd koesteren als een van de mooiste herinneringen aan vroeger.