Bleekneusjes. Tegen het eind van de 19de en tot ver in de 20ste eeuw was dat een gangbaar begrip in ons land. Zo werden kinderen uit minder bedeelde arbeidersgezinnen in dichtbevolkte (industrie)steden genoemd, afkomstig uit de Randstad maar ook uit Duitsland. Veel van hen waren ondervoed en leefden onder soms erbarmelijke, vaak onhygiënische omstandigheden.
Schooldokters, huisartsen, kerken en notabelen bekommerden zich om hun lot en sloegen belangeloos de handen ineen. Verenigd in hulporganisaties namen zij duizenden van die arme, vaak zieke achterstandskinderen onder hun hoede: zo’n 100 jaar geleden schoten de zogenaamde “gezondheidskolonies” als paddenstoelen uit de grond. Vakantieverblijven in zuurstofrijke bossen, langs de Nederlandse kust én natuurlijk op onze eigen Waddeneilanden. Waar een combinatie van rust, goede voeding en gezonde zeelucht zonder uitzondering wonderen deed.
Eigen strand op Vlieland
In de jaren 20 van de vorige eeuw kwam de hulp aan bleekneusjes in een stroomversnelling. Zeker ook van over onze landsgrenzen. Paul Weber uit de Duitse stad Barmen (Noordrijn-Westfalen) was oprichter van de Kinderhilfe en had in die tijd al meer dan 1000 kinderen in vele gastgezinnen in Nederland ondergebracht. Op zijn zoektocht naar een vaste, eigen accommodatie kwam hij op Vlieland uit – waar de huizen toen nog spotgoedkoop waren.
In de Dorpsstraat kocht hij voor 600 gulden een eerste pand en er zouden snel meer verblijven en voorzieningen volgen. Kinderhilfe kreeg de beschikking over een eigen stuk strand, eigen waterleiding, riool en sanitair. Tussen 1925 en 1939 reisden jaarlijks honderden Duitse kinderen tussen de zes en vijftien jaar mét doktersverklaring op zak naar Vlieland. De meereizende begeleiders – variërend van artsen, verpleegsters, onderwijzers en juffen, tuinmannen, huishoudelijke en keukenhulpen – bleven vanwege dit werk een groot deel van het jaar op het eiland. Wat uiteraard leidde tot bijzondere, levenslange vriendschappen en romantische relaties tussen de Oosterburen en de lokale bevolking.
Rust en regelmaat op Schier
Kinderen werden op advies van de schoolarts op vakantie naar de eilanden gestuurd. “Uitgezonden” heette dat. Schiermonnikoog was hierin trendsettend, met al sinds 1900 een eigen onderkomen voor de jonge gasten en vanaf de jaren 20 van de vorige eeuw zelfs twee officiële koloniehuizen van christelijke en rooms-katholieke signatuur: Elim en St. Egbert, beide aan de Badweg.
Zieke en zwakke “bleekneusjes” uit diverse grotere steden en achterbuurten brachten hier zes aaneengesloten weken in de zomer door om aan te sterken; jaarlijks zo’n 700 kinderen uit heel Nederland. De stroom kinderen die ondervoed was of thuis tussen wal en schip viel groeide jaarlijks en werd op Schiermonnikoog liefdevol met rust, regelmaat en reinheid begeleid. Een strak regime dat in hoofdzaak was gericht op een spoedig herstel. Denk aan: sloten verse melk (want toen nog “goed voor elk”), dagelijks een lepel levertraan bij de pap en ijskoude douches voor extra zuurstof in de longen.
Goede manieren
Ook kreeg de jeugd tussen de bedrijven door goede manieren bijgebracht: bedden opmaken, netjes spreken en fatsoenlijk eten. Lange wandelingen met de juf voltrokken zich ordentelijk: twee aan twee over de paden. Dorpsbewoners hoorden de kinderen dan in koor zingen: ‘Op mooi Elim moet je wezen, op mooi Elim moet je zijn, word je helemaal genezen van je ziekte en je pijn. En je speelt de hele dag, ik wilde dat moeder mij zo zag! Naar buiten, naar buiten, waar alle vogels fluiten, naar bui-ui-uiten.‘
Het was voor de kinderen wel een verblijf met twee gezichten. Want hoewel de meesten met volle teugen genoten van het vrije buitenleven, van spelen en ravotten in de duinen en op het strand (‘na het spel blijkt het wel eens noodig te zijn schoen en kous van het duinzand te ontdoen’), was het gros van de kinderen nog nooit alleen – en zo ver – van huis geweest. Sommigen konden maar niet wennen aan het slapen op zaal en werden verteerd door de heimwee.
Dit verhaal verscheen in de Oranjespecial van Noorderland. Om het volledige verhaal te lezen, kun je deze editie online bestellen via onze webshop. Nooit meer een verhaal en een editie missen? Abonneer je dan op Noorderland via de knop bovenaan de pagina.