Er was een tijd dat je de deur niet uit hoefde voor je dagelijkse behoeften; het leven kwam letterlijk aan je voorbij. Het rammelen van de melkbussen, het roepen van de dorpsomroeper en het flakkerende licht van de gaslantaarns bepaalden het ritme van de dag. Veel van deze vergeten beroepen zijn ingehaald door de techniek of simpelweg overbodig geworden door nieuwe regels. Toch roepen ze bij velen van ons nog steeds een warm gevoel van vroeger op. Het is de herinnering aan een tijd waarin alles iets trager ging, maar waarin persoonlijk contact aan de voordeur de normaalste zaak van de wereld was.
De scheepsjager
Voordat motoren het werk overnamen, was de trekschuit een belangrijk vervoermiddel over water. De scheepsjager of trekschuitjager liep op het jaagpad langs de kanalen en trok met een touw het schip voort. Vaak gebeurde dit met een paard, maar soms was het pure menskracht die de boot in beweging hield. Voorovergebogen en met een stevige band om de schouders trokken de jagers dan het schip vooruit.
De porder
Voordat de wekker op het nachtkastje stond, was daar de porder. Voor een paar centen per week liep deze ‘menselijke wekker’ in alle vroegte langs de huizen van arbeiders. Met een lange stok tikte hij op de slaapkamerramen tot er beweging achter het glas te zien was. Zo verscheen de man des huizes altijd op tijd bij de baas.
De lantaarnopsteker
In de tijd van gas- en olielampen was de lantaarnopsteker een baken van licht. Met een lange stok of met behulp van een ladder stak hij bij het vallen van de avond de straatverlichting aan en doofde de lampen bij zonsopkomst. Pas met de komst van elektriciteit werd deze dagelijkse ronde overbodig.
De dienstbode
Tot halverwege de vorige eeuw was het heel gebruikelijk dat jonge vrouwen 'in betrekking' gingen bij welgestelde families. De dienstbode was verantwoordelijk voor het zware huishoudelijke werk, van de grote was tot het brandend houden van de kachels. Na 1950 kozen steeds meer vrouwen voor werk in de fabriek of op kantoor en verdween dit beroep langzaam uit de samenleving.
De schillenboer
Niets werd vroeger weggegooid. De schillenboer kwam met paard en wagen langs voor groenteafval, broodkorsten en aardappelschillen. Dit werd verzameld en hergebruikt als veevoer voor de boeren in de omgeving.
De scharensliep
"Messen slijpen! Scharen slijpen!" klonk het vroeger door de straten. De scharensliep trok met zijn mobiele slijpsteen op een kar langs de deuren om bot keukengerei weer vlijmscherp te maken. Tegenwoordig kopen we vaak simpelweg een nieuw mes, waardoor dit ambacht bijna volledig is uitgestorven.
De letterzetter
Voordat computers het zetwerk overnamen, was de letterzetter de spil in de drukkerij. Met de hand werden loden letters één voor één in een pers geplaatst om de krant of een boek te drukken. Het was een secuur en zwaar ambacht dat door de automatisering in de jaren 70 razendsnel verdween.
De melkboer
De melkboer was een vertrouwde verschijning. Met zijn kar vol zuivelproducten en de bekende metalen melkbussen kwam hij dagelijks aan de deur. De opkomst van de koelkast en de supermarkt zorgde ervoor dat de melkboer langzaam maar zeker zijn klanten verloor.