Impact van de rozenluis
De rozenluis (Macrosiphum rosae) richt zich in het voorjaar op de sappige, zachte delen van de roos. Binnen korte tijd ontstaan er grote kolonies op de stengels en bloemknoppen. Naast directe schade aan de rozen scheiden de luizen ook honingdauw uit. Deze plakkerige laag is een voedingsbron voor roetdauw, een schimmel die het blad zwart kleurt en de groei belemmert. Omdat bladluizen zich razendsnel vermeerderen, is ingrijpen belangrijk voordat de knoppen misvormd raken.
De Oost-Indische kers als "offerplant"
De Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) is een effectieve bondgenoot in de strijd tegen de rozenluis. Deze plant fungeert als een "offerplant": de luizen vinden de sappen van de Oost-Indische kers simpelweg aantrekkelijker dan die van de roos. Door deze plant strategisch te plaatsen naast de rozen, roei je de luizen niet uit, maar stuur je ze naar een plek waar ze geen kwaad kunnen. Zo houd je je rozen schoon zonder de natuurlijke balans in de tuin te verstoren.
De 30 centimeter-regel
Deze truc valt of staat wel met de juiste plek: plaats per roos één Oost-Indische kers op een afstand van 30 centimeter van de voet. Staat de plant dichterbij? Dan kunnen de luizen gemakkelijk overstappen. Staat hij te ver weg? Dan blijft de roos alsnog aantrekkelijk. In de praktijk blijkt dat bladluizen zich bij deze afstand – 30 centimeter dus – vaak binnen een paar dagen verplaatsen naar de lokplant.
Timing en plaatsing
Je kunt de Oost-Indische kers zaaien tussen maart en mei, zodat de plant klaarstaat wanneer de luizenpiek in juni begint.
- In de border: plant de lokplanten als een beschermende "gordel" rondom een groep rozen.
- Solitaire rozen: zet de lokplant aan de zonnige zijde van de roos, zodat beide planten voldoende licht krijgen.
- In potten: gebruik kleinere varianten van de Oost-Indische kers die maximaal 40 centimeter hoog worden, zodat de roos niet wordt overwoekerd.
Dit moet je doen
Een lokplant werkt alleen als je deze goed in de gaten houdt. Wanneer de Oost-Indische kers onder de luizen zit, dien je de plant uit de grond te trekken en in de groenbak te doen. Gooi de besmette planten nooit op de eigen composthoop, omdat de luizen dan in de tuin blijven. De Oost-Indische kers groeit snel: na het verwijderen kun je direct opnieuw zaaien, waardoor de plek binnen een paar weken weer een val voor luizen wordt.
Natuurlijke vijanden
De bladluizen op de lokplant trekken ook natuurlijke vijanden aan, zoals lieveheersbeestjes en zweefvliegen. Eén lieveheersbeestje kan tot 150 luizen per dag eten, wat de druk in de rest van de tuin aanzienlijk verlaagt. Voor extra bescherming kun je de rozen omringen met sterk geurende planten zoals lavendel, salie of tijm. Deze werken afwerend, terwijl de Oost-Indische kers de resterende luizen opvangt.