Natuur

'In mei leggen alle vogels een ei': klopt deze eeuwenoude spreuk nog?

Het is misschien wel de bekendste spreuk uit de natuur. Zodra de zon zich in het voorjaar vaker laat zien, horen we het overal: 'In mei leggen alle vogels een ei.' Maar wie de afgelopen jaren goed heeft opgelet, ziet dat de natuur verandert. Is mei nog dé "eiermaand" of is de spreuk inmiddels achterhaald?

Karlijn Noordhof
2 minuten
Vogels
Vogelnest

Een kern van waarheid (maar met een flinke kanttekening)

Om gelijk maar met de deur in huis te vallen: de spreuk is nooit een biologische wetmatigheid geweest. Ook 100 jaar geleden hielden vogels zich niet aan de "collectieve deadline" van mei. De natuur is daarvoor simpelweg te divers. Terwijl de huismus en merel vaak in maart al aan hun eerste nestje beginnen, denkt de wespendief pas eind mei of zelfs begin juni aan zijn eerste legsel.

De spreuk doelt echter op de enorme piek in activiteit die we van oudsher in deze maand zien. Mei was historisch gezien het moment waarop de meeste insecten tevoorschijn kwamen – het voedsel van de hongerige jonge vogeltjes, waardoor de kans op overleving in deze periode het grootst was.

De invloed van klimaatverwarming

Door klimaatverandering schuift het ritme van de seizoenen echter verder op. De gemiddelde temperatuur stijgt, waardoor bomen eerder hun groene bladeren krijgen en de hoeveelheid insecten eerder piekt. Voor vogels is dit een cruciale ontwikkeling, want zij moeten hun broedperiode afstemmen op de aanwezigheid van rupsen en vliegen.

Uit onderzoek van onder andere de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat veel zangvogels inmiddels aanzienlijk vroeger aan de slag gaan. De koolmees is daar een goed voorbeeld van: deze vogel broedt tegenwoordig gemiddeld tien dagen eerder dan 30 jaar geleden. Voor veel soorten is april dan ook de "nieuwe meimaand" geworden, simpelweg omdat de biologische wekker eerder afgaat.

Koolmees
De koolmees. Foto: Adobe Stock

Uitdaging voor verre reizigers

Niet alle vogels kunnen makkelijk meebewegen met de veranderende temperaturen. Er is een interessant verschil tussen de standvogels, die de winter in Nederland doorbrengen, en de trekvogels, die uit verre landen moeten komen. Standvogels kunnen de vroege lente voelen aankomen en daarop reageren. Trekvogels moeten het doen met een interne biologische klok die minder flexibel is.

Toch zijn er soorten die de spreuk nog enigszins in ere houden. De gierzwaluw, die vaak pas eind april in Nederland arriveert, begint traditioneel in mei met zijn nest. Ook de spotvogel wacht geduldig tot de struiken vol in het blad staan, wat in de praktijk vaak neerkomt op de maand mei. Deze laatkomers zorgen ervoor dat het in mei nog altijd een drukte van jewelste is in nestkastjes, struiken en bomen.

De gierzwaluw
De gierzwaluw. Foto: Adobe Stock

Nieuwe realiteit

Als we de spreuk vandaag de dag zouden moeten herschrijven, zou deze een stuk breder zijn. Het strakke ritme van vroeger is veranderd in een meer gespreid seizoen waarin de eerste eieren al in de vroege lente gelegd worden en de laatste jongen pas in de hoogzomer uitvliegen.

Kortom: de kans dat je een vogel op een ei treft, is in mei nog steeds groot. Maar de kans dat de jongen al uitgevlogen zijn, is tegenwoordig minstens zo aannemelijk. Geniet vooral van de bedrijvigheid, maar houd gepaste afstand van de nestjes, ongeacht de datum op de kalender.