Ingrediënten voor 4 kaassoufflés:
- 200 gram panko
- 50 gram oude kaas
- 50 gram smeerkaas
- 4 plakjes bladerdeeg
- 2 eieren
- ½ theelepel mosterdpoeder
Zo maak je zelf kaassoufflés met oude kaas:
- Haal de bladerdeegplakjes uit de vriezer en laat ze een beetje ontdooien, maar werk er zo koud mogelijk mee.
- Rasp de oude kaas zo fijn mogelijk (voorgeraspte kaas raden we af, omdat die minder goed smelt). Meng de geraspte kaas met de smeerkaas en het mosterdpoeder tot een gladde massa.
- Bestuif je werkblad licht met bloem of gebruik bakpapier. Rol een plakje bladerdeeg iets uit.
- Leg 1/4 deel van het kaasmengsel net rechts van het midden in een rechthoekige vorm. Zorg dat de vulling gelijkmatig verdeeld is.
- Vouw het bladerdeeg dubbel over de vulling en snijd de randen bij voor een strakke vorm. Druk de randen stevig aan met een vork.
- Laat de gevormde kaassoufflés even opstijven in de koelkast of vriezer. Dit helpt om ze beter in vorm te houden tijdens het frituren.
- Kluts de eieren in een diep bord en doe de panko in een ander bord. Haal elke kaassoufflé eerst door het ei en daarna door de panko.
- Verhit de frituurpan tot 175 graden. Frituur de kaassoufflés in circa 3 minuten goudbruin en knapperig.
- Laat ze kort uitlekken op keukenpapier en serveer direct, maar voorzichtig, want de kaas vanbinnen is heet.