We gaan terug naar de zomer van 1943. Terwijl de Tweede Wereldoorlog voortduurde en het verzet steeds verder toenam, besloot een groepje jongens van de Knokploeg Diever dat er een veiliger en beter onderduikadres moest komen. Een zolderkamer of een dubbele wand voldeed niet langer.
Ze zochten hun toevlucht in het dichte dennenbos van Diever, op een plek die ze de naam "De Wigwam" gaven – een idee van een van de jongens die liefhebber was van indianenverhalen. In het bos groeven ze een zandheuvel uit tot een groot hol.
De bouw van het hol moest in het grootste geheim plaatsvinden. Om geen sporen achter te laten, werd de uitgegraven grond in zakken afgevoerd en in een nabijgelegen vennetje gestort. De constructie in de heuvel werd verstevigd met dennenhout en het dak werd bedekt met een dikke laag zand en heide. Om de camouflage compleet te maken, werden er dennenboompjes op geplant. Het hol ging zo volledig op in het bos en bleef voor het ongeoefende oog onzichtbaar.
Het dagelijks leven in het duister
De ondergrondse ruimte was beklemmend maar functioneel ingericht met een slaapvertrek, een woonkamer en een keuken. De schuilplaats bood plek aan ongeveer vijftien personen, waaronder onderduikers en neergestorte piloten, die daar leefden in een constante schemering.
Het leven onder de grond vereiste psychologische discipline. Overdag moesten ze muisstil zijn, want elk geluid kon fataal zijn. Toch was het hol niet alleen een passieve schuilplaats: het fungeerde als een zenuwcentrum voor het lokale verzet. Het werd gebruikt als opslagplaats voor gestolen goederen en buitgemaakte documenten, zoals persoonsbewijzen en distributiebonnen.
Verraad en de erfenis
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen sloeg in november 1944 het noodlot toe. Door een combinatie van ongelukkige omstandigheden en mogelijk verraad kreeg de vijand lucht van de geheime locatie. De Duitsers overvielen het hol en vernietigden het met een handgranaat. De vier onderduikers en verzetsstrijders die op dat moment in de schuilplaats aanwezig waren, kwamen hierbij om het leven. Ook andere betrokkenen worden later door de Duitsers opgepakt en vermoord.
Na de bevrijding raakte het hol in verval, maar de verhalen bleven overeind. Later werd de plek op initiatief van oud-verzetsstrijders gerestaureerd en verstevigd met beton. Tegenwoordig is het onderduikershol een officiële gedenkplaats inclusief gedenksteen: het is een krachtige herinnering aan de prijs van onze vrijheid en een ode aan de Drentse dapperheid.
Zelf bezoeken
Wil je deze indrukwekkende plek met eigen ogen bekijken? Het onderduikershol is het hele jaar door vrij toegankelijk. De locatie bevindt zich in boswachterij Diever, nabij de weg tussen Diever en Wapse. De beste manier om er te komen is te voet of op de fiets: vanaf het Tourist Info Punt in het centrum van Diever starten diverse routes die je naar "De Wigwam" brengen.