Iedere avond rond de klok van negen verzamelden mensen zich in verduisterde kamers. Het luisteren naar de BBC was door de bezetter streng verboden, zeker nadat vanaf 1943 bijna alle radio's moesten worden ingeleverd. Toestellen werden daarom op de meest bijzondere plekken verborgen: onder de vloer, in de hooiberg of in dubbele wanden. Wanneer de gordijnen dicht waren en de krakende ruis plaatsmaakte voor de woorden: "Hier Radio Oranje, de stem van strijdend Nederland," viel de dagelijkse onzekerheid voor even weg.
Wilhelmina voor de microfoon
Radio Oranje was de officiële stem van de Nederlandse regering in Londen, maar voor de meeste luisteraars draaide het om koningin Wilhelmina. Ze sprak haar volk in totaal 34 keer toe via de zender. Haar optredens waren direct en vastberaden. In de benauwde studio’s in Londen liet zij zich niet uit het veld slaan door technische beperkingen. Toen een medewerker haar eens waarschuwde voor stormgeluid bij de microfoon, antwoordde zij eenvoudig: "Mijne heren, techniek is maar techniek. Ik spreek zo luid als ik kan." Die stem was voor velen in Nederland een vast ankerpunt in een woelige tijd.
Vindingrijkheid tegen de ruis
Omdat de bezetter probeerde de uitzendingen onverstaanbaar te maken met stoorzenders, moesten luisteraars inventief zijn. Er werden zelf filters gebouwd, ook wel 'moffenzeven' genoemd, om het signaal uit Londen toch binnen te krijgen. Wie geen radio meer had, hoorde het nieuws de volgende dag via familie of buren. Het waren die korte momenten van informatie en bemoediging die in stand hielden wat in het openbare leven verboden was: een eigen Nederlandse identiteit.
Een glimlach tussen de berichten
Niet alles uit Londen was plechtig of zwaarmoedig. Naast Radio Oranje ontstonden er andere geluiden, zoals de zender De Brandaris. Waar de regeringszender soms wat afstandelijk kon overkomen, was de toon hier veel losser en levendiger. Vooral het cabaretprogramma De Watergeus, dat onderdeel was van dit alternatieve geluid, werd razendsnel populair in de Nederlandse huiskamers. Hoewel de regering amusement in oorlogstijd aanvankelijk ongepast vond, was het voor veel luisteraars juist dé manier om de ellende even weg te lachen. Het herinnerde de mensen eraan dat, hoe zwaar de strijd ook was, de humor en de vrije geest niet te onderdrukken waren.