De vroege ronde van de melkman
De melkboer was er vaak als eerste bij. Gekleed in zijn lichte jasje, met de bekende geldtas om zijn middel, reed hij zijn ronde door het dorp. Of hij nu met paard en wagen kwam of later met de elektrische melkkar: het gerammel van de glazen flessen in de stalen rekken hoorde je al van verre. In de wintermaanden droeg hij vaak handschoenen zonder vingertoppen, zodat hij ondanks de kou toch goed bij de doppen en het wisselgeld kon. Het was een handige service; je rekende aan het eind van de week af en had altijd verse zuivel in huis.
Brandstof voor de kachel en het fornuis
Voordat we massaal op het aardgas overgingen, kwamen de kolenboer en de olieman regelmatig langs. Het was zwaar werk; de kolenboer sjouwde de gevulde zakken van zo'n 35 kilo op zijn rug naar de kelder of het kolenhok. Je zag wel aan de mannen dat ze met brandstof werkten; door het fijne kolengruis zaten ze vaak onder het zwarte stof. Ook de petroleumboer was een bekend gezicht. Met een grote tank op zijn bakfiets vulde hij de blikken bij voor de oliestellen in de keuken, zodat er thuis gekookt en gestookt kon worden.
Niets ging verloren
Wat we nu 'recyclen' noemen, was vroeger heel gewoon. De schillenboer kwam een paar keer per week langs om groente- en fruitafval op te halen voor zijn vee. Soms kreeg je als tegenprestatie wat mest voor de tuin. Ook de voddenboer deed zijn ronde; hij woog je oude textiel met een weeghaak en gaf er een kleine vergoeding voor terug. Van die oude stoffen werd later weer papier of poetsdoeken gemaakt. Zelfs de 'velleman' kwam langs om de vellen van konijnen of hazen op te kopen. Niets werd zomaar weggegooid.
De vrolijke noot in de straat
Natuurlijk waren er ook de extraatjes. De bakker kwam langs met zijn broodkar en de ijscoman liet zijn belletje horen voor een vers ijsje. En waren de messen bot of de scharen niet scherp meer? Dan wachtte je op de scharenslijper, die met zijn trapkar van dorp naar dorp trok en het gereedschap ter plekke weer in orde maakte.
Het was een tijd van korte lijntjes en een praatje aan de deur. De moderne supermarkt heeft de rol van de venters overgenomen, maar de herinnering aan die rammelende melkflessen en de roep van de schillenboer blijft onvergetelijk.