Wie rond 1900 door de Veenkoloniën liep, kon niet om haar heen. Jacoba Maria Wortelboer was een fenomeen. Haar beeltenis prijkte op duizenden wikkels van pakjes kruiden, poedertjes en pillen. Had je last van een trage stoelgang, hoofdpijn of was je simpelweg een beetje neerslachtig? Eén adres in Oude Pekela bood verlichting. De handel was zo succesvol dat de kruiden zelfs per post door het hele land – en ver daarbuiten – werden verstuurd. Een soort Marktplaats avant la lettre, waarbij je voor 30 cent je kwalen wegkocht.
Het gezicht van de firma
Jacoba Maria was een sterke vrouw. Geboren in 1849, moeder van tien kinderen en trouw aan haar man, Josephus Baalman. Hoewel de overlevering zegt dat zij een oeroud familierecept in handen had, trekken historici dat sterk in twijfel. De familie Wortelboer bestond immers uit smeden en scheepsbouwers, niet uit kruidendokters.
De werkelijke drijvende kracht achter het succes was Josephus zelf. Hij was een man die, volgens de archieven, al van jongs af aan "gek op geld" was. Hij begreep als geen ander dat mensen eerder geneeskrachtige kruiden zouden kopen van een zorgzame moeder dan van een koopman die alleen maar op winst uit was. Josephus mengde, verpakte en verkocht, maar Jacoba was het gezicht dat de klanten vertrouwde.
'Brood der kwakzalvers'
Het succes bleef niet onopgemerkt, ook niet bij de medische wereld. In 1895 kreeg het echtpaar de Vereniging tegen de Kwakzalverij achter zich aan. Onderzoek wees uit dat de pakjes vol zaten met aloë, door artsen destijds smalend "het brood der kwakzalvers" genoemd. Dat was niet ongevaarlijk, zeker omdat de kruiden vaak op alcohol getrokken moesten worden tot een bittertje. Dat kreeg je zelfs als kind drie keer per dag voorgeschoteld tegen de hoest.
Josephus liet zich echter niet zomaar uit het veld slaan. Na een veroordeling paste hij simpelweg de samenstelling van zijn mengsels aan, liet de meest bekritiseerde planten weg en ging vrolijk verder met zijn handel. Het bedrijf groeide zelfs zo hard dat zijn zoon het later met succes overnam.
Symbool voor een goed verhaal
Zelfs na de dood van Jacoba in 1914 bleef haar naam een begrip. Tot ver na 1970 werden de kruiden nog op grote schaal verkocht. Zelfs stokerij Sonnema bracht rond de eeuwwisseling nog een kruidenbitter uit gebaseerd op haar recept.
Vrouwtje Wortelboer mag dan al lang niet meer onder ons zijn, haar gezicht blijft een symbool van een tijd waarin een goed verhaal – en een flinke dosis Groningse handelsgeest – belangrijker was dan de inhoud van het pakje.