In de Nederlandse natuur komen we drie verschillende vertegenwoordigers van de hertenfamilie tegen: de ree, het damhert en het edelhert. Hoewel we in de volksmond vaak over "herten" spreken als we het grootste dier bedoelen, is dat eigenlijk een verzamelnaam voor de hele groep. Het edelhert is de onbetwiste koning van het woud wat betreft omvang, terwijl de ree de kleinste en meest compacte variant is. Het damhert zit daar qua postuur precies tussenin. Wie de details kent, ziet in één oogopslag welk dier er voor hem staat.
Letten op de schofthoogte
De meest duidelijke aanwijzing is simpelweg de grootte van het dier. Een ree is een fragiele verschijning en is met een schofthoogte van circa 70 centimeter nauwelijks groter dan een flinke hond. Een volwassen exemplaar weegt dan ook meestal niet meer dan 25 tot 30 kilo. Vergelijk dat eens met een edelhert: die kan een hoogte van ruim 130 centimeter bereiken en weegt soms wel 250 kilo. Ook het damhert, dat qua grootte tussen een ree en edelhert in zit, maakt indruk met zijn gespierde lijf en opvallende gewei.
De details van de winter- en zomerjas
In de zomer hebben reeën een warme, roodbruine vacht. In de winter wordt die grijzer van kleur. Hun kleine staart is nauwelijks zichtbaar. Edelherten hebben in de zomer ook een roodbruine vacht, maar hun winterjas is grijzer en grover. Damherten vallen juist op door hun gevlekte en gestippelde vacht, lange staart en springerige manier van vluchten: al hupsend op alle poten tegelijk, met een zwiepende staart.
Geweien: van sierlijk tot schotelvormig
Kijk je naar het gewei, dan zie je direct met wie je te maken hebt. Bij een reebok is het gewei subtiel en zelden langer dan 25 centimeter, met hooguit drie punten aan elke kant. Het edelhert pakt het groter aan: zijn vertakte gewei groeit elk jaar opnieuw uit tot een indrukwekkend geheel dat wel 12 kilo kan wegen. Het damhert heeft weer een heel andere vorm; zijn gewei eindigt in brede, platte schotten die doen denken aan een schotel.
Leefwijze en favoriete plekjes
Niet alleen het uiterlijk, ook de plek waar je ze tegenkomt zegt veel. Reeën zijn echte eenlingen die zich graag schuilhouden in de beschutting van bosranden of velden. Ze verplaatsen zich vrijwel geluidloos. Edelherten daarentegen zijn sociale dieren die in roedels leven, vooral in uitgestrekte gebieden zoals de Veluwe. Damherten zie je in het wild meestal in de duinen, maar leven ook vaak in hertenkampen en vormen daar sociale groepjes.
Zo zie je het voortaan direct
Onthoud het als volgt: zie je een klein, fragiel dier dat met elegante sprongetjes verdwijnt? Dan is het een ree. Kijk je omhoog tegen een machtige verschijning met een enorm vertakt gewei? Dan heb je een edelhert gespot. En rent het dier vrolijk huppelend weg met een opvallend gestipte vacht? Dan weet je zeker dat er een damhert je pad heeft gekruist.