Hoewel de oorsprong van deze broodjes in Engeland ligt, passen ze ook perfect op onze eigen paastafel. Ze doen een beetje denken aan krentenbollen, maar dan luxer: gevuld met specerijen, gewelde rozijnen en een glimmend laagje glazuur.
Ingrediënten (voor 12 broodjes):
Voor het deeg
- 500 gram bloem (bij voorkeur patentbloem)
- 7 gram gedroogde gist (1 zakje)
- 75 gram suiker
- 1 theelepel kaneel
- ½ theelepel nootmuskaat of koekkruiden
- 300 milliliter melk (lauwwarm)
- 50 gram gesmolten boter
- 1 ei
- 150 gram rozijnen of krenten (even geweld in warm water)
- snuf zout
Voor het kruis
- 75 grambloem
- 5 à 6 eetlepels water
Voor de glazuurlaag
- 2 eetlepels abrikozenjam of suikerwater
Zo maak je hot cross buns:
- Meng de bloem, gist, suiker, zout en specerijen in een grote kom. Maak een kuiltje en voeg de lauwe melk, gesmolten boter en het ei toe. Kneed het geheel (met de hand of machine) tot een soepel, elastisch deeg.
- Kneed op het laatst de rozijnen door het deeg. Dek de kom af met een vochtige doek en laat het deeg op een warme plek 1 uur rijzen tot het in volume verdubbeld is.
- Sla het deeg kort door en verdeel het in 12 gelijke stukken. Bol ze netjes op en leg ze op een bakplaat met bakpapier. Houd een beetje afstand, ze worden nog groter. Laat ze nogmaals 45 minuten rijzen.
- Verwarm de oven voor op 200 graden. Meng de bloem voor het kruis met het water tot een dik, maar nog wel vloeibaar papje. Doe dit in een boterhamzakje, knip een klein hoekje eraf en spuit voorzichtig een kruis over de gerezen broodjes.
- Schuif nu de broodjes de oven in en bak ze in 15 tot 20 minuten goudbruin en gaar.
- Verwarm de abrikozenjam (of wat suiker en water) in een pannetje. Bestrijk de broodjes direct als ze uit de oven komen met de warme jam voor een mooie glans.
- Serveer de broodjes nog warm, doormidden gesneden met een laagje roomboter.