Margaretha Geertruida Zelle werd in 1876 geboren als dochter van een welgestelde hoedenmaker in Leeuwarden. Haar vroege jaren in de Friese hoofdstad kenden een luxe start, maar na het faillissement van haar vader en het vroege overlijden van haar moeder sloeg het noodlot toe. Op achttienjarige leeftijd besloot Margaretha het heft in eigen handen te nemen. Ze reageerde op een contactadvertentie van Rudolph MacLeod, een kapitein in het Nederlands-Indische leger. Het paar trouwde en vertrok naar Nederlands-Indië, waar Margaretha diep onder de indruk raakte van de lokale tradities.
De sensatie van Parijs
Het huwelijk hield geen stand en Margaretha bleef alleen en berooid achter; haar zoontje Norman John overleed aan ziekte en haar dochtertje Nonnie moest ze noodgedwongen bij haar man achterlaten. Margaretha besloot daarom om in 1905 haar geluk te beproeven in Parijs. Ze presenteerde zich als een oosterse prinses onder de naam Mata Hari – Maleis voor 'oog van de dag' – en betoverde het publiek met haar sensuele, exotische dansen. In de chique salons van de Franse hoofdstad werd ze een absolute mediahype.
Ze reisde langs de grootste Europese podia en omringde zich met invloedrijke aanbidders en minnaars, vaak hoge officieren uit verschillende landen. Haar nieuwe status bracht een leven van weelde met zich mee. Maar hoewel de inkomsten uit haar optredens en haar aanbidders enorm waren, gaf ze het geld net zo snel uit als het binnenkwam.
Gevangen in een web van spionage
Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd Margaretha’s internationale levensstijl haar fataal. Vanwege haar vele contacten werd ze door zowel de Duitse als de Franse inlichtingendienst benaderd, en door geldzorgen nam Margaretha van beide partijen geld aan. Onder de Duitse codenaam Agent H21 raakte ze verstrikt in een gevaarlijk spel van informatie en wantrouwen. In 1917 werd ze in Parijs gearresteerd op verdenking van dubbelspionage. De Fransen, die op dat moment zware verliezen leden aan het front, hadden een zondebok nodig om de moraal op te vijzelen.
Een tragisch einde en een blijvende legende
Ondanks een gebrek aan sluitend bewijs werd de Friese danseres ter dood veroordeeld. Op 15 oktober 1917 eindigde haar leven voor een vuurpeloton in Vincennes. De vraag of ze daadwerkelijk een gevaarlijke spionne was of simpelweg een naïef slachtoffer van haar eigen roem, houdt historici tot op de dag van vandaag bezig. In haar geboortestad Leeuwarden houdt haar standbeeld de herinnering levend aan het meisje dat droomde van avontuur en uiteindelijk uitgroeide tot een mythe die de tand des tijds heeft doorstaan.