Cultuur

Geen dak boven je hoofd: zo zag woningnood er een eeuw geleden uit

Woningnood is vandaag de dag een vast onderwerp in talkshows en politieke programma's, maar het fenomeen zelf is allesbehalve nieuw. Een eeuw geleden zorgde een explosieve bevolkingsgroei al voor een tekort aan huizen, al waren de gevolgen destijds van een heel andere orde.

Geschiedenis
Historie
Woningnood
Onbewoonbaar verklaarde woningen aan het Boterdiep in Groningen, 1914. Foto: P.B. Kramer, collectie Groninger Archieven

Aan het begin van 1900 veranderde het Nederlandse landschap in rap tempo. Door de opkomende industrie trokken steeds meer mensen van het platteland naar de grotere plaatsen in de hoop op vast werk en een beter bestaan. Deze enorme stroom mensen zorgde voor een explosieve vraag naar woonruimte, maar de bouw van nieuwe huizen hield dat tempo simpelweg niet bij. Het gevolg was overal hetzelfde: de huren schoten omhoog en voor de gewone arbeider bleef er weinig anders over dan genoegen nemen met wat er wél beschikbaar was.

Woning in de roef van een gezonken schip aan de Singelweg in Groningen, 1920-1925
Woning in de roef van een gezonken schip aan de Singelweg in Groningen, 1920-1925. Foto: Stadsontwikkeling en volkshuisvesting, collectie Groninger Archieven

Hutten van plaggen en zeil

Hoe groot het tekort aan fatsoenlijke huizen was, werd pijnlijk zichtbaar aan de randen van de steden en dorpen. Wanneer de officiële huizenmarkt op slot zat, zochten mensen hun toevlucht in tijdelijke en vaak illegale verblijven. In Groningen trof een verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden in 1924 bijvoorbeeld toestanden aan die hem met stomheid sloegen.

Aan de Singelweg woonde in die tijd de familie Mulder. Zij verbleven met 6 personen – vader, moeder en 4 jonge kinderen – in de roef van hun schip dat die winter was gezonken. De totale woonruimte was nog geen 6 vierkante meter groot en het dak bestond uit losse planken, wat zeil en plaggen. In één enkel bed sliep het volledige gezin. Ze hadden de barre winter op deze manier overleefd, terwijl ze al maanden wachtten op een deugdelijk huis dat hen was beloofd. Dergelijke 'krotwoningen' waren in die tijd helaas geen uitzondering, maar de harde realiteit voor velen.

Krotwoning in Groningen, 1910-1915. Foto: P.B. Kramer, Groninger Archieven

De rol van de Woningwet

De overheid begon zich in die jaren wel steeds actiever met de volkshuisvesting te bemoeien. Dankzij de Woningwet van 1901 konden woningbouwverenigingen leningen krijgen om krotten op te ruimen en zogenaamde 'woningwetwoningen' te bouwen: huizen die voldeden aan minimale eisen voor licht, lucht en ruimte. Toch bleek dit een proces van de lange adem. Door de Eerste Wereldoorlog waren bouwmaterialen ontzettend duur geworden, waardoor de bouw van betaalbare huurwoningen telkens weer vertraging opliep.

Inmiddels zijn de plekken waar honderd jaar geleden de plaggenhutten en woonschepen lagen onherkenbaar veranderd. Moderne woonwijken en parken hebben de plaats ingenomen van de provisorische kampementen, al is de zoektocht naar een eigen stekje voor velen nog even actueel als toen.

Is Geschiedenis, Sikkom P.B. Kramer, collectie Groninger Archieven