Voor het perfect gepocheerde ei heb je eigenlijk maar drie dingen echt nodig: kakelverse eieren, de juiste temperatuur en een klein scheutje natuurazijn. Voor een restaurantwaardige presentatie kun je ook nog een zeef gebruiken.
Benodigdheden:
- verse eieren: hoe verser het ei, hoe steviger het eiwit. Bij een ouder ei loopt het eiwit sneller uit in het water
- scheut natuurazijn: een scheutje helpt het eiwit sneller stollen
- snuf zout: wel pas achteraf toevoegen! Zout in het water zorgt er namelijk voor dat het eiwit juist uit elkaar valt
- fijne zeef: de ultieme tip voor een chefwaardig resultaat
- schuimspaan: om de eieren mee uit het water te halen
Zo bereid je de perfect gepocheerde ei:
- Breng een pan met water aan de kook. Zodra het water kookt, zet je het vuur weer laag. Het water mag niet hard borrelen, maar moet zachtjes sudderen; net dus tegen de kook aan. Voeg een scheut azijn aan het water toe.
- Breek het ei boven een fijne zeef en laat het dunne, waterige deel van het eiwit weglopen. Wat overblijft in de zeef is de stevige kern. Deze methode voorkomt witte slierten in je pan.
- Roer met een lepel voorzichtig in het water zodat er een rustige draaikolk ontstaat. Dit helpt het eiwit om de dooier heen te vouwen.
- Laat het ei voorzichtig vanuit een kommetje of de zeef in het midden van de draaikolk glijden.
- Nu is het een kwestie van geduld: laat het ei 3 tot 4 minuten rustig garen. Na 3 minuten is de dooier nog heel vloeibaar; na 4 minuten is deze iets steviger.
- Schep het ei met een schuimspaan uit de pan en voel voorzichtig met je vinger. Het wit moet stevig aanvoelen, maar de dooier moet nog zacht zijn.
- Laat het ei daarna even uitlekken op een stukje keukenrolpapier. Zo voorkom je een waterig bord.
- En klaar is je gepocheerde ei. Eet smakelijk!