De grootste uitdaging bij het zelf bakken? Een wafel die slap wordt zodra hij het ijzer verlaat. Om dat te voorkomen, kijken we naar de ingrediënten. De truc zit 'm in de juiste balans tussen vet en vocht en de manier waarop we lucht toevoegen aan het beslag. Door de eieren te splitsen en het eiwit stijf te kloppen, creëer je genoeg luchtigheid.
Benodigdheden (voor 8-10 wafels):
- 250 gram bloem
- 3 eieren (gesplitst in eidooier en eiwit)
- 400 milliliter halfvolle melk (op kamertemperatuur)
- 100 gram gesmolten roomboter
- 1 zakje vanillesuiker
- 1 eetlepel fijne kristalsuiker
- snuf zout
- neutrale olie of een bakspray
- wafelijzer
Zo bereid je deze heerlijke wafels:
- Meng de bloem, de eidooiers, de melk en de gesmolten boter in een grote kom. Mix tot een glad beslag zonder klontjes. Voeg de vanillesuiker toe.
- Klop in een vetvrije kom de eiwitten stijf met de kristalsuiker en een snufje zout. Doe dit tot er harde pieken ontstaan.
- Spatel vervolgens het eiwit voorzichtig door het beslag. Gebruik hiervoor een spatel en geen mixer; we willen de luchtbelletjes behouden. Dit zorgt voor die zachte binnenkant.
- Laat je wafelijzer goed heet worden. Vet het lichtjes in met een klein beetje neutrale olie of bakspray, ook als je een antiaanbaklaag hebt.
- Giet nu het beslag in het midden van het ijzer. Bak de wafels in 3 tot 5 minuten goudbruin. Weersta de verleiding om het ijzer te vroeg te openen; dan trek je de wafel "kapot".
Extra tip: wil je dat de wafels écht goed knapperig worden? Stapel de wafels na het bakken niet op elkaar op een bord, want dan worden ze slap door de stoom. Leg ze liever even op een rooster.